FILMFESTIVAL CANNES

CANNES - Franse filmliefhebbers stellen vreemde prioriteiten: bij binnenkomst in de zaal werd Gina Lollabrigida met aanzienlijk meer enthousiasme begroet dan Lauren Bacall. Passend was het wel, want de voorstelling werd ter plekke gepromoveerd tot een hommage aan de Italiaanse cinema. De première van 'Marcello Mastroianni, mi ricordo, si mi ricordo', gemaakt door zijn vriendin Anna Maria Tato, was zelfs meer dan dat. Het was ook een ode aan Mastroianni, aan de cinema als geheel en aan het fenomeen filmfestival, waar film en werkelijkheid zo mooi in elkaar overlopen.

MARK DUURSMA

Om met het laatste te beginnen: in de zaal zat Vittorio Gassman, even elegant op leeftijd als Bacall, en in de film spreekt Mastroianni juist over hem het lovendst. Tato liet Mastroianni zijn herinneringen ophalen tijdens de opnamen van zijn laatste film: 'Voyage au début du monde' van de Portugese veteraan Manoel de Oliveira. Die film ging eerder deze week op het festival in première. Nog zo'n mooie coïncidentie was de aandacht voor de jongstleden vrijdag overleden Marco Ferreri. Met de voorafgaande vertoning van een fragment uit diens 'La grande bouffe' werd de voorstelling aan hem opgedragen. In Tato's film krijgt Ferreri een ereplaats en wordt hij door Mastroianni geroemd om de vrijheid die hij acteurs gaf. Mastroianni die spreekt over Ferreri, een beter recept voor cinefiele weemoed is er niet.

In filmisch opzicht heeft het weinig om het lijf, maar 'Marcello Mastroianni, mi ricordo, si mi ricordo' is de meest onderhoudende film van het festival. Schitterende anekdotes van een rasverteller, veelal beginnend met de frase 'ik herinner me...' (mi ricordo), buitelen over elkaar heen, aangevuld met foto's en filmfragmenten. Mastroianni neemt afscheid met zwier: zittend in de tuin van een landhuis of rijdend door de Portugese bergen oogt hij kerngezond en opmerkelijk jong voor zijn 72 jaar.

Vol humor keert hij zich tegen stupide spelletjes op tv (“Ik kijk alleen naar natuurfilms, maar natuurlijk nooit naar vogels en vissen.”) of het Amerikaanse method acting (“Al die onzin over lijden, acteren is een spel waar je voor betaald wordt.”). Hilarisch is het beeld van zijn ouders, de een doof en de ander blind, die samen naar de bioscoop gaan. Van reflectie of serieus terugblikken is nauwelijks sprake, daar doet Mastroianni niet aan. Naar het schijnt zal dit najaar op het festival van Venetië een veel langere versie worden vertoond. Te lang kan het niet zijn: in het gezelschap van Marcello speelt tijd geen rol.

Helemaal aan de andere kant van het programma bevindt zich de meest naargeestige film van het festival. Michael Haneke's 'Funny games' uit Oostenrijk - Duitstalig, maar de originele titel is Engels - doet wat de geheimzinnige voorpubliciteit beloofde: de kijker wordt opgezadeld met een gevoel dat begint met unheimisch en eindigt met ontreddering. Ons rotgevoel komt niet zozeer voort vanwege de narigheid die we krijgen voorgeschoteld, in dit geval een gezin dat in de vakantiewoning door twee jongens wordt geterroriseerd. Sinds de briljante trilogie 'Der siebente Kontinent', 'Benny's video' en '71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls' weten we immers dat Thomas Bernhard en Werner Schwab fuifnummers zijn in vergelijking met hun landgenoot Haneke. Mentale afstomping is zijn thema, leegte en strengheid kenmerken zijn stijl.

Het is de manier waarop de narigheid wordt geserveerd die verontrust. Thematisch is 'Funny games' niet radicaler dan Haneke's voorgaande werk, maar nieuw is dat de kijker tot medeplichtige wordt gemaakt. Haneke gaat een stap verder dan laten zien hoe gruwelijk geweld is, hij wil ons laten voelen dat we als kijker geweld consumeren en het daarmee in stand houden. Wat hij doet is dubbelzinnig: hij maakt een thriller en haalt hem tegelijk onderuit doordat de slechterik zich in enkele kleine terzijdes rechtstreeks tot de kijker richt. Cynisch maar correct is diens opmerking dat de marteling nog niet beëindigd kan worden omdat de speelfilmlengte nog niet is bereikt en wij een fatsoenlijke plotontwikkeling verwachten. Gemeen maar effectief is de valkuil waar zelfs een zaal vol journalisten - toch het toppunt van emotionele terughoudendheid - voluit intuimelde: spontaan applaus klonk bij een onverwachte, bloederige tegenactie van de slachtoffers.

Niet alleen de witte handschoenen van de daders, ook hun welsprekendheid en gruwelijke achteloosheid herinneren aan 'A clockwork orange'. Niet voor niets is die klassieker nu weer in het theater te zien: nadenken over geweld is in. Geweld is een veel te smakelijk consumptie-artikel geworden, zeggen zowel Wim Wenders als Michael Haneke en het ongekende succes van 'The fifth element' - twee miljoen Franse bezoekers in een week tijd - bewijst hun gelijk. Het meta-geweld van Wenders in 'The end of violence' is echter net zo lekker als het geweld waar hij zich tegen keert, de diepgang van zijn film reikt niet verder dan de ironie van de titel. Het meta-geweld van Haneke heeft niets verleidelijks of escapistisch. Haneke heeft het lef om een vreselijke film te maken en echt iets te zeggen over het onderwerp. Zijn geweld heeft net zoveel te maken met de personages als met ons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden