Filmer Van Duren heeft een passie voor het verleden

AMSTERDAM - Wie meent dat de tv alleen maar Nederlands drama van bedenkelijk allooi uitbraakt, heeft het bij het verkeerde eind. Een enkele keer is de tv ook een broedplaats van echt talent en een kweekvijver van prachtige films. Zo'n uitzondering is Andre van Durens korte, voor de NCRV gemaakte speelfilm 'Richting Engeland', die gisteren in een Amsterdamse bioscoop in premiere ging. Later dit jaar zal 'Richting Engeland' ook op de tv te zien zijn.

De in 1958 geboren Van Duren: "Toen ik zeventien was heb ik geprobeerd op de Filmakademie te komen. Daar had ik toen heel romantische ideeen over, zoals een jochie dat piloot wil worden. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de romantiek van een set, door decors, kranen, lichten, het geknutsel, het in elkaar steken van een eigen wereldje."

"Ik kwam door de selectie-ronden, maar toen ik voor het eerst op de Filmakademie kwam, sloeg de schrik me om het hart. Er liepen allemaal mensen rond met blikken films onder hun armen en plakboeken vol foto's. Toen drong tot me door dat ik het degelijker had moeten voorbereiden."

Van Duren liet de Filmakademie de Filmakademie en toog naar Nijmegen om Nederlands te studeren.

Van Duren: "Dat was puur toeval: ik had een goed cijfer voor Nederlands op mijn eindexamenlijst en werd ingeloot. Die studie viel tegen. Ik hield het tot mijn kandidaats vol en ben toen theaterwetenschappen in Utrecht gaan studeren. Toen ik voor het eerst in dat fantastische gebouw van Napoleon III op De Drift kwam, wist ik meteen dat ik goed gekozen had."

In Utrecht maakte van Duren in het kader van zijn studie wat opdrachtfilmjes over Utrechtse onderwerpen. "Het waren heel goedkope filmpjes, maar de problemen die ik toen had, heb ik bij de veel duurdere tv-produkties nog steeds: geld bij elkaar scharrelen, locaties en acteurs zoeken, mensen waarmee je moet knokken omdat ze je produkt willen veranderen."

Tijdens zijn verplichte stage kwam Van Duren toevallig terecht bij de NCRV. "Ik was met een vriend op zoek naar geschikte stage-plaatsen. We vonden er twee:een heel leuke bij de NCRV en een veel minder leuke bij de NOS. We hebben kruis of munt gegooid en ik was de gelukkige die naar de NCRV mocht."

Bij de NCRV hielp Van Duren bij tal van produkties: bij de serie 'Schoppen troef' uit 1983 bijvoorbeeld. "Dat beviel kennelijk goed, want na mijn stage kreeg ik een contract als assistent-regisseur. Dat was fantastisch. Toen ik vroeger naar de bioscoop ging, was ik altijd heel jaloers op credits als 'first assistent director'. Nu was ik dat zelf."

"Als regie-assistent was ik ondermeer betrokken bij 'Het wassende water'. Die serie werd met een freelance-crew op film gedraaid en had een aardig budget. Er was geld voor decors en tijd om op de opnamendagen aandacht aan het licht en camera-werk te besteden. Alles wat ik op de Filmakademie had kunnen leren, leerde ik bij 'Het wassende water' in de praktijk."

Van regie-assistent klom Van Duren op tot regisseur. Op basis van een scenario van Willem Wilmink en Peter van Gestel draaide hij in 1989 'Het verhaal van Kees'. In 1991 volgde, naar een scenario van Van Gestel, 'Een dubbeltje te weinig'. Beide films passeerden bijna onopgemerkt de revue. Pas met 'Richting Engeland', weer naar een scenario van Wilmink en Van Gestel, kwam Van Duren in het brandpunt van de belangstelling te staan.

Van Duren: "Dat komt vermoedelijk doordat 'Het verhaal van Kees' en 'Een dubbeltje te weinig' respectievelijk alleen en eerst op de tv te zien waren, terwijl 'Richting Engeland' eerst in de bioscoop te zien is. Men kijkt in Nederland nog steeds neer op tv, men vindt alles wat op de buis komt minderwaardig en besteedt er nauwelijks aandacht aan. Pas als een film alleen of eerst in de bioscoop gepresenteerd wordt, tel je mee en wordt je omarmd."

"Dat onderscheid slaat nergens op. Ik heb nog nooit op video gewerkt. Mijn vorige twee films verschillen niet wezenlijk van mijn laatste. Alledrie zijn ze als film geconcipieerd en gemaakt. Dat geldt ook voor tv-produkties als 'Op afbetaling', 'Bij nader inzien', 'De brug', 'Iris' en 'Het wassende water'. Het is allemaal film en kan niet op een hoop geveegd worden met op video gemaakte series als 'Goede tijden, slechte tijden' en 'Zeg eens Aaa'."

De drie films die Van Duren tot nu toe met Wilmink en Van Gestel maakte, liggen in elkaars verlengde. 'Het verhaal van Kees' is gebaseerd op jeugdherinneringen van Wilmink en speelt in de oorlogstijd. 'Een dubbeltje te weinig' speelt in 1952 en beziet de wereld ook door kinderogen. In zijn nieuwste film 'Richting Engeland' blikt een oudere man terug op het jaar (1958) waarin hij eindexamen deed aan het gymnasium en waarin zijn vader, een textielarbeider, plotseling overleed. Hij herinnert zich vooral dat zijn vader moeite had met zijn 'geleerde' zoon, twijfelde aan zijn eigen capaciteiten en toch dapper probeerde het beste van zijn leven te maken.

Van Duren: "Ik heb een onberedeneerde liefde voor de niet-hedendaagse film. Ik kan helemaal opgewonden raken als ik een straatje ontdek - er zijn er niet zo veel meer - dat er nog net zo bijligt als veertig, vijftig jaar geleden. Het is nu allemaal zo lelijk, al dat straatmeubilair, die afschuwelijke kunststoffen kozijnen. Ik kom wel steeds dichterbij, 1945..., 1952..., 1958..."

"Ik zou nu dolgraag een 'jaren-zestig-verhaal' maken. Ik had een idee: een episode uit A. F. Th. van der Heijdens romancyclus 'De tandeloze tijd'. Hij heeft dezelfde achtergrond als ik: het Brabantse land in de jaren zestig, en studeerde net als ik in Nijmegen. Maar helaas, de filmrechten zijn al verkocht aan Frans Rasker en Joop van den Ende. Ik geloof dat Pieter Verhoeff nu bezig is er een serie van te maken."

Een sterk punt van 'Richting Engeland' is de vormgeving. Van Duren stileert dat het een lieve lust is en weet zo de sfeer van de late jaren vijftig en de melancholieke stemming van het scenario prachtig op te roepen. Hij doet nu waar hij op zeventienjarige leeftijd nog van droomde: toveren met decors, kranen, lichten en andere set-attributen.

Van Duren: "De vormgeving kost ontzettend veel tijd en werk. Het kustplaatsje dat wij geconstrueerd hebben, is uit vele locaties opgebouwd. We hebben opnamen gemaakt in Katwijk, in Schevingen, in Overveen, in Domburg en in Apeldoorn. Toen we begonnen, hadden we een vaag idee: 'Enschede aan zee'; zoiets moest het worden. Enschede, omdat er een textielfabriek moest zijn waar de vader van de hoofdfiguur werkt. Aan zee, omdat er in het verhaal iemand de zee inloopt, richting Engeland.

"Het zoeken van de locaties is een tic van me. Dat zal ik nooit uit handen geven. Ik ben van Den Helder tot Domburg langs de kust gereden op zoek naar ideale locaties. Het luistert heel nauw. Een plek brengt je op nieuwe ideeen, heeft invloed op de hele mise-en-scene. Hoe ik zo'n plek precies kies, weet ik niet. Het moet klikken, het is een gevoel, iets magisch."

"Toen ik bijvoorbeeld op het landhuis Elswout bij Overveen kwam, voelde ik meteen dat dit gebouw het gymnasium moest worden. Het is een indrukwekkend neo-klassiek gebouw. Op de een of andere manier proefde ik dat het contrasteert met de arbeidersbuurt waar de vader en zoon wonen, dat dat statige landhuis de verschillen tussen de vader en zoon accentueert. Daarmee ga je dan aan het werk, vandaar uit geef je zo'n gebouw dan een plaats in het fictieve 'Enschede aan zee'."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden