Review

Film en muziek moeten in Iran ondergronds

Het maken van films is in Iran niet zonder gevaar. Dat weet de Iraans-Koerdische regisseur Bahman Ghobadi uit eigen ervaring. Het Movies that Matter-festival organiseert een retrospectief van zijn werk.

Bahman Ghobadi (41) schreef vorig jaar schreef een openbare liefdesbrief aan zijn verloofde, de 32-jarige journaliste Roxana Saberi. In januari 2009 werd Saberi, geboren in de Verenigde Staten uit een Iraanse vader en een Japanse moeder, opgepakt door de Iraanse autoriteiten. Ze zou een fles wijn hebben gekocht en zonder geldige perskaart als journalist werkzaam zijn in Iran. Later werd de aanklacht verzwaard. Saberi zou als spion werken voor de VS. Er hing haar een gevangenisstraf van acht jaar boven het hoofd.

Op het moment dat Ghobadi – ten einde raad – een openbare brief schreef aan zijn geliefde, zat Saberi al maandenlang gevangen. In mei 2009, vlak voor de wereldpremière in Cannes van ’No One Knows About Persian Cats’, werd Saberi vrijgelaten. De journaliste stond als co-scenarist op de titelrol van Ghobadi’s nieuwste film. Haar hechtenis zou op een internationaal platform als Cannes, met de aanwezige wereldpers, tot te veel negatieve publiciteit voor Iran hebben geleid.

Later dat jaar werd Ghobadi tijdens een bezoek aan zijn moeder in zijn geboortedorp Baneh in Iraans Koerdistan zelf opgepakt en zeven dagen in de gevangenis gezet. En hij is niet de enige. De afgelopen maanden werden in Iran duizenden studenten, journalisten en kunstenaars opgepakt en gemarteld. Het Movies that Matter Festival in Den Haag staat daar uitgebreid bij stil.

Begin deze maand werd Ghobadi’s collega Jafar Panahi in Teheran gearresteerd. Panahi had eerder al een reisverbod gekregen, waardoor hij als eregast op de Berlinale verstek moest laten gaan. Dat reisverbod was hem opgelegd omdat hij op een festival in Montreal groen had gedragen, de kleur van de oppositie die zich tegen het Iraanse regime keert. Panahi’s werk is omstreden en soms verboden in eigen land. In zijn recentste film – Offside (2006) – bekritiseerde hij de positie van vrouwen in Iran. Dat is ook het thema van de documentaire ’Women in Shroud’ (2009), die ook op het Movies that Matter Festival draait. Daarin is te zien dat de sinds 2004 afgeschafte steniging van vrouwen gewoon doorgaat.

In ’No One Knows About Persian Cats’ zien we de Iraanse werkelijkheid op een bijzondere manier gespiegeld. In de film volgen we twee jonge mensen, muzikanten, die zojuist uit de gevangenis zijn ontslagen. Zangeres Negar Shaghaghi en toetsenist Ashkan Koshanejad vormen het elektropopbandje ’Take It Easy Hospital’. In de film spelen ze zichzelf. En hier beginnen feit en fictie, in traditie van de Iraanse cinema, aardig door elkaar te spelen.

We volgen het muzikale duo op een fascinerende tocht door Teheran, in het ondergrondse muziekcircuit. Ze speuren naar muzikanten met wie ze een band kunnen formeren en in Londen kunnen gaan optreden. Dat is althans hun grote droom. In Iran is het verboden om met een rockband op te treden. Popmuziek maken is een illegale activiteit. Ook in het meer traditionele muziekcircuit moet een vrouwenstem altijd worden begeleid door andere stemmen. Door tal van restricties en censuurmaatregelen wordt het muzikanten bijzonder moeilijk en onmogelijk gemaakt zich publiekelijk te uiten.

In Ghobadi’s film gaat het om een jonge generatie muzikanten die letterlijk en figuurlijk ondergronds actief is: in kelders dichtgeplakt met eierdozen, op winderige daken, of in een koeienstal. We belanden in een schoolklasje waar een gitarist vrijwillig les geeft aan gevluchte Iraakse kinderen. Even later rappen we mee over de Iraanse consumptiemaatschappij: ’Money first, God second’. En we belanden op een technofeest. Als niemand het maar hoort, of ziet. Want wat in Iran voor muziek geldt, geldt ook voor film. Met ’No One Knows About Persian Cats’ filmt Ghobadi in het geheim een geheime activiteit: musiceren. En passant legt hij de opvallend energieke Iraanse popcultuur bloot, met rock, blues, jazz, rap, heavy metal en alle kruisbestuivingen die maar mogelijk zijn. De Perzische pop is springlevend.

Ghobadi, die als jonge filmer het ambacht leerde van grootmeester Abbas Kiarostami, richtte tien jaar geleden zijn eigen productiemaatschappij ’Mij Film’ (’mij’ is Koerdisch voor ’mist’) op. Doel: films produceren over verschillende etnische groepen in Iran. Met zijn mooie, veel bekroonde debuut ’Een Tijd Voor Dronken Paarden’ (2000) ontfermde hij zich al over de overlevingstocht van vijf Koerdische broertjes en zusjes in zijn eigen geboortestreek in Iraans Koerdistan. Moeder is in het kraambed gestorven. Vader is op een mijn gestapt. En de vijf weesjes moeten voor een paar centen smokkelwaar over de grens in Irak zien te krijgen. Het zijn levensgevaarlijke tochten langs mijnen en schietgrage grensposten, met als lichtpunt de onbaatzuchtige liefde van de kinderen voor elkaar.

In ’Liederen uit het Land van mijn Moeder’ (2002) ging Ghobadi op pad met een oude Iraans-Koerdische zanger, in een motor met zijspan naar Iraaks-Koerdistan dat na de bombardementen van Saddam Hoessein bestaat uit verlaten dorpen, volgepropte vluchtelingenkampen en massagraven. In ’Turtles can Fly’ (2004) belichtte Ghobadi – vlak voor de Amerikaanse inval in Irak in 2003 – het lot van oorlogskinderen in zo’n vluchtelingenkamp in Iraans Koerdistan, ergens bij de Turkse grens. In de film zien we hoe een jongetje dat eerder op een mijn is gestapt en geen armen meer heeft, met zijn mond een mijn onschadelijk maakt. In ’Half Moon’ (2006) draait het om een oude Koerdische muzikant die na de val van Saddam Hoessein op reis wil om in Iraaks-Koerdistan zijn laatste concert te geven.

Ghobadi richtte zich met dit kwartet films, stuk voor stuk roadmovies, consequent op het leven rond zijn eigen geboortedorp, in het door armoede en oorlog geteisterde, maar tegelijk ook prachtige, bergachtige gebied waar Iran, Irak en Turkije kruisen. Met zijn films gaf hij de nomadische Koerden een stem, en een gezicht.

Met ’No One Knows About Persian Cats’ heeft de Iraanse regisseur zijn eerste film in Teheran gemaakt. Het protest dat hij in de film laat horen, sluit aan bij de Groene Revolutie die vorig jaar zomer na de verkiezingen in de Iraanse hoofdstad losbrak, en die onder meer wordt gethematiseerd in de nieuwste film van Hana Makhmalbaf, ’Green Days’.

Iran is een politiestaat die steunt op een conservatieve interpretatie van de Islam. Filmmakers als Ghobadi hebben het lef om in opstand te komen en kritische vragen te stellen bij de inperking van persoonlijke vrijheden. Wie een fles wijn koopt, of thuis op dvd naar een buitenlandse film kijkt, is in de ban van Satan, en loopt het reële risico om opgepakt te worden. Met zijn Perzische katten – een aanduiding voor de muzikanten in zijn film – verwijst Ghobadi ook naar het oude Iran van voor de Islamitische revolutie, toen Iran nog Perzië heette. Het is een verwijzing naar een rijke, oude beschaving, met spirituele tradities, en een politiek en cultureel kosmopolitisme, een land waar Ghobadi en zijn Perzische katten heftig naar verlangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden