Review

Film Dogville nu op toneel. ’Het was eigenlijk al een theaterstuk.’

Decorontwerper Paul Gallis weet kernachtig samen te vatten: ,,Het is lastig om je aan de dertig personages te hechten, en tegen de tijd dat je dat doet, ben je blij dat ze doodgeschoten worden.”

Ziedaar de inhoud van de film ’Dogville’ (2003) van de Deense Dogmaregisseur Lars von Trier over een denkbeeldig Amerikaans mijnwerkersgehucht. Het dorpje lijkt het toonbeeld van pais en vree, maar zodra de vluchtelinge Grace (Genade) zich in Dogville aandient, blijkt uit wat voor egocentrische monsters alle bewoners bestaan.

Ze buiten de beeldschone en rechtschapen Grace uit, mishandelen, bespotten en verkrachten haar, en dompelen haar onder in verraad en venijn.

Toch is het decor het opmerkelijkst aan ’Dogville’. Want dat is er vrijwel niet. Von Trier filmde in een lege hangar, waar stroken plakband op de grond de dorpshuizen, straten en tuinen verbeelden.

Decorontwerper Gallis corrigeert ogenblikkelijk: ,,In je herinnering dénk je dat er geen decor is. Maar Von Trier gebruikt veel rekwisieten hoor: een auto, een kerktoren, een kar, een bed, een schommelstoel, sneeuw, een gietijzeren vliegwiel uit de zilvermijn. Deuren, daken, trappen of gevels ontbreken; daardoor is de suggestie zo sterk dat er ’niets’ is.”

Samen met regisseur Pieter Kramer zocht Gallis naar een vormtaal teneinde het filmische ’Dogville’ theatraal te verbeelden. In de film hoor je onzichtbare deuren openkieren of in het slot vallen. Gallis: ,,Dat kan, als hoorspelgeluid, in film nogal opzienbarend klinken. Maar dat is precies wat je op toneel niet kunt doen. Anders wordt het meteen - krikkrak - kindertoneel.”

Zoekend naar die theatrale vormtaal ontdekte Gallis een curieuze paradox: Von Triers film is welbeschouwd een toneelstuk, en Gallis’ decor voor het toneelstuk van het RO-theater bestaat uit een realistische filmset.

Hij ontwierp variaties op de cirkel. Op de lichtcirkel, wel te verstaan. Door volgspot of laag op de toneelvloer zakkende lichtbundels suggereert Gallis een filmsetachtige locatie.

Ook het geluid krijgt een filmische toonzetting: een zichtbaar op het toneel draaiende windmachine zorgt hoorbaar en zichtbaar (wapperend kleren) voor een aantrekkende sneeuwstorm.

,,De kijker in de theaterzaal ziet de zakkende lichtbundel, ziet en hoort de draaiende ventilator, ziet een actrice tegen de wind vechten. Als je normaal een kamer op het toneel ziet, zie je die als vanaf het plafond: helemaal. Nu gebruiken we alleen een lichtcirkel van zo’n tweëeneenhalve meter, die de hele kamer suggereert. Als aan het slot het hele dorp in lichterlaaie staat, laten we alleen achter één raam vuur opvlammen. Zo’n doorkijkje is voldoende om te suggereren dat het hele dorp in brand staat.”

Berg en landschap had Von Trier voor zijn bergdorpje niet nodig; die loste dat met verre einder-belichting op. De toneelvoorstelling heeft wel een uitzicht op eindeloze bergen: uitsnedes van bergen achter een geschilderd horizondoek achter een gaas op het achtertoneel, om zo wazig gebergte en diepteniveau te bewerkstelligen. ,,Vóór dit alles, maar ook achter het gaas staat een zogeheten 3 D cut out. Ik vind het altijd leuk om het visueel zo diep mogelijk te laten lijken.”

Een gefotografeerde bloesemboog (die in de zomer appelgroen wordt) staat voor het verstrijken van de seizoenen. De toeschouwer ziet hoe een acteur of technicus toneelsneeuw in de windmachine strooit, om zo in de Hondsdorpse winter te belanden. Gallis: ,,Eigenlijk zie je hoe een film wordt gefilmd, alsof je zelf achter de camera staat.”

Van de nagebouwde vrachtauto hoeft alleen maar de achterbank te worden getoond om aan te geven dát er een vrachtwagen op het toneel staat. Ook weer dankzij uitgekiende belichting en ’in de juiste context geplaatst’. ,,’De hand van God’, noemen we dat, als een decorstuk opkomt, en je na twee seconden al niet meer weet hoe dat ging.”

Ook in de toneelversie blijken meer attributen voorradig dan je voor de enscenering van het onherbergzame ’Dogville’ denken zou. Er zijn fragmenten van het kerkorgel zichtbaar, niet de klokketoren zelf maar weer wel een bungelend klokketouw. Paul Gallis broedt nog op dat klokketouw: hij wil daar als in een slapstickfilm de dorpspastoor even mee de lucht in sleuren. ,,Eén grapje mag bij ons wel. Want die Von Trier houdt niet van lachen, hè?”

,,Het is een zeer grimmig verhaal, ook reëel grimmig, ben ik bang. Naarmate mensen macht over elkaar krijgen, gaan zij elkaar domineren. Je komt nou eenmaal heel vaak onprettige mensen, etters tegen. Er hoeft maar dit te gebeuren, of Amerikanen martelen gevangenen, of Duitse soldaten voetballen met Afghaanse schedels. Ik hou wel van mensen hoor, ik haat de mensheid zeker niet. Maar leuk zijn mensen niet, als we dat wel weten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden