Filippijnse communisten zoeken nieuw recept voor de toekomst Opposanten willen af van starre ideologie Sison

AMSTERDAM - Een definitieve breuk binnen de Filippijnse Communistische partij (CPP) is goed mogelijk. Dit zegt Salvador Obrero, vertegenwoordiger van de oppositionele stroming binnen die partij, die deze week naar Nederland is gekomen om het conflict toe te lichten.

“Wij willen af van de stalinistische praktijken binnen de CPP. De tijden zijn veranderd, we leven niet meer in het dictatoriale Marcos-tijdperk van tien jaar terug”, aldus Obrero (hetgeen in het Nederlands 'arbeider' betekent en een schuilnaam is).

Ze begonnen met zestig man, 24 jaar geleden en streefden naar 'de Volksrepubliek' van de Filippijnen. Onder het bewind van dictator Marcos groeide de CPP, nadat ze in 1972 ondergronds was gegaan, snel uit tot een van de belangrijkere verzetsbewegingen in de Filippijnen. De gewapende tak van de organisatie (het Nieuwe Volksleger) bereikte een omvang van 26 000 man.

Vanaf het verdwijnen van Marcos in 1986 en met de komst van zijn opvolger, president Cory Aquino, heeft de Filippijnse politiek een ander aangezicht gekregen: er is geen sprake meer van een dictatuur. Sinds de verkiezingen van vorig jaar is de voormalige minister van defensie, Fidel Ramos aan de macht. Onmiddellijk na zijn aantreden als president liet Ramos weten dat hij een einde wil maken aan de jarenlange strijd tegen de rebellen. De bestrijding van verzet op het onbegaanbare platteland slokte te veel geld op in een land dat voortdurend kampt met een enorm begrotingskort. Bovendien waren de onderhandelingen nodig om een gunstig klimaat te scheppen voor de buitenlandse investeerders die Ramos zo graag ziet komen. Vorig jaar werd voor het eerst onderhandeld in Den Haag.

Door deze ontwikkelingen wordt de communistische partij gedwongen zich te bezinnen over haar toekomstige beleid; er is immers geen dictator meer aan de macht die fascistoide trekken vertoont. De communisten worstelen nu met de vraag welke weg ze moeten inslaan en dat heeft al meteen tot ruzie geleid. Het hoofdkantoor van de CPP in Manila maakte vorige week bekend dat het afstand wil nemen van het door de leiding gevoerde beleid.

Deze boodschap was met name geadresseerd aan de geestelijk leider en oprichter van de Filippijnse communistische beweging, Jose Maria Sison (53), die sinds 1986 als banneling in Nederland leeft.

Als vertegenwoordiger van de oppositionele beweging binnen de CPP, maakt Obrero een rondreis door Europa om haar visie duidelijk te maken. Met nerveuze gebaren ondersteunt de ratelende Filipino zijn betoog: “De CPP bevindt zich in een serieuze en vooral ideologische crisis. Als er niet snel een oplossing komt, is een opsplitsing van de partij onvermijdelijk.”

Sison deed de verwijten die uit Manila kwamen, vorige week nog af als “onderdeel van de psychologische oorlogsvoering van het Ramos-regime”.

Hij beweerde zelfs dat er een propagandacampagne in gang is gezet om zijn reputatie in Nederland om zeep te helpen, waardoor zijn zoveelste asielverzoek weer in de prullemand zal verdwijnen. Obrero wijst Sisons verklaring resoluut van de hand. “Sison neigt er wel vaker naar oorzaken van interne problemen buiten zichzelf en de partij te zoeken. Volgens marxistische traditie moet je de hand in eigen boezem steken. Het probleem ligt binnen de CPP zelf en nergens anders. De toekomst van de partij staat op het spel.”

Volgens de oppositie stelde Sison in een document, onder het pseudoniem 'Armando Liwanag', dat het tijd werd voor de partij om weer terug te keren naar de maoistische beginselen. Volgens deze principes staat de bevrijding van het platteland door middel van strijd centraal om zo de revolutie uit te breiden naar de steden. Tijdens een vergadering van het Centraal comite (het hoogste orgaan van de partij) werd dat document tot leidraad voor het toekomstige beleid van de partij bestempeld. Het laatste gebeurde zonder enig overleg met andere partijorganen en afdelingen. Dit schoot de hoofdstedelijke afdeling, in het bijzonder het partijcomite ManilaRizal, in het verkeerde keelgat.

“De discussie over de toekomst van de partij werd twee jaar geleden al aangezwengeld door Sison zelf. De CPP is ziek, alleen schrijven wij een ander recept voor dan Sison om tot genezing te komen. Voor ons is de terugkeer naar maoistische beginselen geen oplossing. Bovendien hebben wij genoeg van de absolutistische wijze waarop de partij geregeerd wordt”, verklaart Obrero. “Door de strategie die in het verleden werd toegepast, heeft de CPP veel kansen laten liggen. Zoals bijvoorbeeld het boycotten van verkiezingen die werden georganiseerd na de Edsa-opstand (toen het Marcos-regime werd omvergeworpen in 1985). De CPP heeft daardoor geen enkele rol van belang kunnen spelen in het democratiseringsproces van de Filippijnen.”

De vernieuwers van de communistische partij willen meer rekening houden met maatschappelijke ontwikkelingen, in het bijzonder met toekomstige verkiezingen op de Filippijnen. Betekent dit het einde van het streven naar revolutie? Obrero: “Revolutie blijft ons hoogste doel. Alleen zijn we realistischer geworden; zolang de omstandigheden een maatschappelijke omwenteling niet toestaan, moet er naar andere middelen worden gezocht.

Wij willen door middel van actieve deelname in vakbonden en jeugdorganisaties invloed uitoefenen bij toekomstige verkiezingen. Ik ben persoonlijk aangesteld om vorm te geven aan dat beleid.''

Vooralsnog is de CPP niet van plan om direct mee te doen aan verkiezingen en haar gewapende vleugel te ontbinden. “Hoewel de regering Ramos moeite doet om contact met ons te krijgen, zijn we huiverig om in de openbaarheid te treden. Vorig jaar heeft Ramos het decreet afgeschaft dat communistische partijen verbiedt; hierdoor is legalisering van de CPP mogelijk geworden, mits natuurlijk aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Maar ja, nog steeds verdwijnen er mensen, zoals vakbondsleden en studentenleiders, en worden er mensenrechten geschonden op de Filippijnen. Reden voor ons om een gewapende brigade te handhaven, hetgeen opname van de partij in het electorale systeem in de weg staat.

Stel dat we morgen ineens hetzelfde politieke klimaat zouden hebben als hier in Nederland, dan doet de CPP zo mee aan de verkiezingen.''

Volgens een rapport van het Filippijnse leger is de guerrillabeweging van de communisten, onder andere door het gekibbel van haar leiding, in aantal geslonken tot minder dan 12 000 strijders. Desalniettemin vormt het rebellenleger, naast de Rode Khmer in Cambodja, de grootste communistische verzetsgroep in de wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden