'Fijn weer hè? Het zwembad is al open, geloof ik'

Theo Thijssenmuseum, Eerste Leliedwarsstraat 16, 1015 TA Amsterdam (pal onder de Westertoren). Donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 12 tot 17 uur. Toegang een rijksdaalder.

Thijssen kon niet alleen fris en geestig onderwijzen, hij bekleedde ook bewogen het SDAP-Kamerlidmaatschap en later het raadslidschap. En passant schreef hij prachtboeken èn hij beheerste eveneens de kunst van het schmieren tot in de vingertoppen.

Het is te lezen in een geëxposeerde aflevering uit het feuilleton dat Thijssen schreef voor zijn Haarlemse school De Bak, 'Het Baknieuws' genaamd met als ondertiteling 'Weekblad voor den vroolijken bakkeling'. Onder Thijssens bewind kreeg het schoolblad zelfs landelijke allure en verspreiding.

Wat is in een vrolijke bui Toch een bak'ling soms lui bij het gezellige praten over roemruchtige voorzaten.

In het feuilleton 'Dronken Gijs' probeert Thijssen zijn pen, en de lust waarmee hij schrijft, straalt er dan al van af:

“'Hei-je cente?' was zijn eerste vraag geweest. 'Ja', had de meid hem geantwoord. 'Veel?' had hij met dubbelslaande tong geformuleerd. En onvrouwelijk-vinnig had de deerne gezegd, geschreeuwd bijna: 'Ja; centen heb ik verdiend; maar niet om jou te laten zuipen!' ”.

Na veel geharrewar is Thijssens geboortehuis, waar zijn vader een schoenenreparatiezaak dreef, behouden, gerenoveerd en als museum ingericht. Groot is de collectie noch het museum zelf, maar er valt ondertussen goed te zien hoe klein de Thijssens en hun tijdgenoten woonden: in het pandje leefden 22 mensen.

Met de permanente expositie van Thijssens wandelstok wordt het begrip alledaagsheid tot wel erg devote hoogte opgestuwd, en je kunt misschien maar beter even de andere kant opkijken als een clubje bezoekers zich eerbiedig aan de karaf vergaapt waarmee de schrijver z'n Riga-elixer met z'n borreltje aanlengde, maar desondanks eert Amsterdam zijn vindingrijke zoon respectvol. Het museum herbergt ook stoelen en een boekenkast die de schrijver Jan Mens (oorspronkelijk meubelmaker) voor Thijssen timmerde.

Er werd in Thijssens dagen nogal wat op los ge-verhuisd. Volgens secretaris Peter-Paul de Baar van de Stichting Theo Thijssen, die ook het juweeltje 'Het Amsterdam van Theo Thijssen' samenstelde, kwam dat door gezinsuitbreiding of door een goedkopere woning. “Veel mensen sloegen destijds voor huurschuld op de vlucht; 1 mei was een traditionele verhuisdag in Amsterdam.”

Thijssen woonde maar tot z'n vijfde in z'n geboortehuis. Als je voor het huis midden op de Leliedwarsstraat gaat staan, sta je oog in oog met de Westertoren. Uit 'In de ochtend van het leven': “Als ik op de stoep zat en naar de toren keek, hinderde het me altijd dat hij zo erg dicht bij de ene huizenkant stond; ik ging liever op straat staan, dan kwam de toren mooi in het midden tussen de huizen. Maar als een van de huisgenoten me daar in het midden op straat zag staan kijken, werd ik altijd met de nodige verontwaardiging naar binnen gesleept: moest ik soms door een kar overreden worden? Laat ik, nu een maand geleden, op het Damrak een ets van Brandenburg zien, een doorkijk door de Eerste Leliedwarsstraat op de Westertoren, en daar stond die goeie ouwe bekende toch maar precies zoals ik het als kind verlangde; behoorlijk in het midden! Natuurlijk heb ik die ets gekocht; na zoveel jaren had iemand me toch maar gelijk gegeven.”

Bij het afscheid van de lagere school mogen Thijssen en zijn vriend Ay een boek uitkiezen. Maar zo gemakkelijk ging dat toen al niet: “We wisten precies wat we zouden vragen. Ik het beroemde boek van 'De Woudlooper'. En Ay het even beroemde boek van 'Alleen op de wereld'. Ay zei: 'Als ik 'Alleen op de wereld' niet kan krijgen, dan maar: 'De Woudlooper'. En ik zei met hetzelfde stalen gezicht: 'En als ik 'De Woudlooper' niet kan krijgen, dan maar....-' doch ik kon mijn zin niet afmaken door het gelach van de klas.'

De Baar gelooft niet dat Thijssen zijn onderwijzerschap als een roeping beschouwde. Voor iemand uit het middenstandsmilieu was de kweekschool dé manier om verder te komen; het gymnasium of de universiteit waren onbereikbaarheden. “Overigens had hij een stevig wantrouwen tegen noviteiten als het Dalton- of Montessori-onderwijs: individuele aandacht voor de leerling, zelfontplooiing, niveauverschillen tussen de leerlingen waren zaken die een beetje onderwijzer uit zichzelf al in de smiezen kreeg, daar had je Montessori noch Dalton voor nodig.”

Uit 'Jongensdagen': “Het was een mooie avond in 't midden van mei geweest. De avond viel en de gracht begon al donker te worden. Vier jongens liepen met de handen in de zakken nog wat te kuieren over het houten bruggetje. Uit gewoonte bleven ze staan bij het hekje dat de brug afsloot voor rijtuigen; dat was hun dagelijkse rekstok; en eer dat Klaas, de kleinste, het wist, zat hij al op de ijzeren staaf en buitelde er een paar keer omheen. Henk stond bedaard te wachten of-ie óók een beurt kreeg; en ondertussen keken Ay en Ko de gracht af, naar de zon, die onderging, en naar de mooie lucht; en Ay merkte op: 'Fijn weer hè? Het zwembad is al open, geloof ik.' ”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden