'Fijn, die partijen die onze ideeën overnemen'

Interview | Bij het 35-jarig bestaan brengt het CDA vandaag een pamflet uit over de essentie van de christen-democratie. Decennialang zaten de christen-democraten in het centrum van de macht. Nu pleiten ze tegen de economisering van de politiek. Ze zijn niet de enigen.

Op de barricaden, daar zijn ze niet zo van bij het CDA. Het woord manifest klinkt iets te radicaal. Daarom is het een pamflet, zegt Rien Fraanje, waarnemend directeur van het wetenschappelijk instituut van de partij. Samen met twee collega's beschrijft hij in het boek 'Gemeene Gratie' de geschiedenis van het CDA en kijkt hij naar de toekomst. De auteurs houden een pleidooi over wat de essentie van de christen-democratie moet zijn.

'Gemeene gratie' is ontleend aan Abraham Kuyper, predikant en oprichter van de Anti Revolutionaire Partij (ARP). Het betekent 'algemene genade'. In de woorden van Fraanje: "Het goede blijkt in de samenleving aanwezig te zijn." Dat treft waar het CDA volgens hem altijd voor heeft gestaan: "Een politiek van waarden en ruimte aan de samenleving."

Het boek wordt vanavond gepresenteerd, voorafgaand aan zondag, 11 oktober, als het CDA 35 jaar bestaat. In april hees de partij al 25 jaar premierservaring op het podium van het congres. Daar hekelde Dries van Agt de te rechtse koers op het terrein van justitie, vond Ruud Lubbers het CDA-geluid tenminste weer herkenbaar en had Jan Peter Balkenende vertrouwen in de toekomst.

Nu stippelt het wetenschappelijk instituut, de denktank, de lijn uit voor straks. Eigenlijk is het pamflet een oproep, betoogt Fraanje. Het biedt politici 'handvatten voor christen-democratische politiek'. En daarbij komt hij toch min of meer uit bij de barricaden. "De christen-democratie is een tegenbeweging. Zo is het ook bij de oprichting van de voorlopers van de partij begonnen, het was eind negentiende eeuw verzet tegen de macht van de liberalen en conservatieven. Na de Eerste Wereldoorlog zaten de christen-democraten vijftig jaar lang in het centrum van de macht. Maar nu is het een beweging tegen de instrumentalisering van de politiek."

Daarmee bedoelt hij dat economische criteria, zoals efficiency, vaak de belangrijkste argumenten zijn om ergens voor of tegen te zijn. Het CDA moet daar niet aan meedoen, zegt Fraanje. "De christen-democratie stelt daar de waarde van mensen en hun drijfveren tegenover. Daar is best een strijd voor te leveren. Daar is verzet voor nodig."

De trend is, betoogt Fraanje, om slechts één type mens te zien. "Neem de kenniseconomie, waar bijna iedereen voor pleit. Daarvoor is een succesvol mens nodig, hoogopgeleid, zelfredzaam. Wij zeggen: verschillen mogen er zijn. Laten we niet vergeten dat er mensen zijn die niet in het hoger onderwijs terecht kunnen." Een soortgelijke ontwikkeling is zichtbaar bij het fenomeen economische groei. "Het lijkt een doel op zich. Het gaat zelfs zover dat een groei van flexibele arbeidscontracten wordt geaccepteerd om economische groei mogelijk te maken. Wij zeggen: kijk anders. Economie hoort een manier te zijn om langdurige relaties met elkaar aan te gaan."

Dat het CDA in de Tweede Kamer net als andere partijen ook efficiëncy en economische groei voorop stelt, bestrijdt Fraanje. "Ik zie bij de fractie dat ze enorm kritisch zijn over flexibilisering van de arbeidsmarkt. Flexibilisering als doel op zich zal nooit een politiek zijn die het CDA voert. Wij kijken anders dan liberalen. Het is beter om langdurige relaties aan te gaan. Dat geldt voor mensen die elkaar liefhebben, en ook voor werkgevers en werknemers. Ja, inderdaad, PvdA-minister Asscher zegt ook steeds dat het goed is dat bedrijven langdurig voor vaste mensen kiezen. Het is fijn dat andere partijen aspecten van het christen-democratische gedachtengoed overnemen. Ook de Drees-lezing past in dat kader. Asscher brak een lans voor de middengroepen. Wij zeggen al heel lang dat het belangrijk is om meer rekening te houden met middeninkomens omdat daar mensen zitten die net buiten de boot vallen."

Jesse Klaver

Het schrijven van het wetenschappelijk CDA-bureau, met het verzet tegen instrumentalisering doet ook denken aan GroenLinks-voorman Jesse Klaver, die bij zijn aantreden in het voorjaar en recent in een boek de strijd aanbond met het 'economisme', een manier van denken waarbij alle besluiten worden uitgedrukt in economische winst. Daarnaast profileert de ChristenUnie zich met een sociaal verhaal, een pleidooi voor de inkomens van eenverdieners en chronisch zieken.

Fraanje lacht. "Toen wij klaar waren met dit boek zeiden wij tegen elkaar: mooi om te zien dat onze ideeën bij andere partijen worden herkend. De analyse over instrumentalisering is al heel lang aan de orde bij het wetenschappelijk instituut. Maar het is interessant dat de PvdA nu een rapport heeft gemaakt dat 'Van Waarde' heet en dat GroenLinks bezig is met economisme. Een van onze jonge honden heeft een column geschreven met de titel 'Jesse Klaver is stiekem een christen-democraat'. Dat heb ik ook als ik zijn boek lees. Op het Christelijk Sociaal Congres onlangs in Doorn hield hij een verhaal waarin hij Jan Peter Balkenende aanhaalt. Daar zie je de kruisbestuiving."

Met de ChristenUnie zit het CDA redelijk op één lijn, betoogt Fraanje. "Wij schreven eerder al een rapport over de kracht van de samenleving, een thema dat ook bij de ChristenUnie past. Ik beschouw de ChristenUnie ook als een christen-democratische partij, met misschien iets andere accenten in de politiek. Maar in hun denken komen zij heel dicht bij ons. Bisschop De Korte heeft inderdaad gezegd dat hij het sociale denken meer terugziet bij de ChristenUnie dan bij het CDA. Ik hoop dat dit pamflet De Korte laat zien dat er bij het CDA nog steeds heel veel bewustzijn is om een christelijk-sociale partij te zijn die denkt vanuit die principes. Ik vind het wel mooi dat De Korte beschouwt hoe de wereld in elkaar zit en daar kritiek op geeft."

Fraanje meent dat het CDA wel degelijk sociaal optreedt. "Wij stellen dat je bij het veranderen van de verzorgingsstaat in een participatiesamenleving moet oppassen dat alleen mensen die bekwaam zijn het voor het zeggen krijgen. Niet iedereen is zelfredzaam. De overheid moet ruimte bieden voor maatschappelijk initiatief, maar wel een schild voor de zwakken blijven. In de zeven principes die CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma formuleerde, staat heel bewust 'de samenleving, niet de overheid'. Het gaat er niet om of de overheid groter of kleiner wordt. Je hebt ambtenaren nodig die de samenleving ingaan en daar mensen steunen om met elkaar te regelen wat er in een wijk, een school of woningbouwcorporatie moet gebeuren. De overheid moet een nieuwe rol aannemen; minder pretentieus, minder dominant."

Het CDA signaleert dat in de politiek 'het grote verhaal' ontbreekt. Waarden en idealen zijn ook een instrument, politiek is marketing. Ook de christen-democraten lijden aan 'het gebrek aan een geworteld verhaal', staat in het boek. Volgens Fraanje ligt het antwoord bij 'waarden'. "In onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau zie je dat de manier waarop wij met elkaar omgaan het belangrijkste thema is voor mensen. Jan Peter Balkenende begon over 'fatsoen moet je doen'. We willen dat in alle thema's die de politiek aanroert waarden en normen aan de orde komen. Waarden zijn een overkoepelend thema."

Dat christen-democraten, maar ook andere politieke partijen het moeilijk hebben, hangt samen met een secularisering die breder is dan de ontkerkelijking, zegt Fraanje. "Mensen raken los van de instituties. Daar hebben politieke partijen last van, maar ook verenigingen en vakbonden. In Nederland wordt er hardgelopen als nooit tevoren, maar er zijn minder mensen lid van een atletiekclub. Die beweging is gaande. Toch gaan er nog steeds elke zondag twee miljoen mensen naar de kerk. We moeten niet doen alsof dat een exotisch groepje is. Een ruime meerderheid van de bevolking zegt in iets te geloven. Dat doen ze niet meer via kerken. Ze zijn op zoek naar iets wat boven hen uitstijgt, iets heiligs als het ware. Dat uit zich in nieuwe vormen. In vrijwilligerswerk. Mensen zamelen geld in voor een goed doel."

"Het hogere en heilige is nog aanwezig in de samenleving en het is de kunst voor het CDA om daarbij aan te haken. Dat is het nieuwe maatschappelijk middenveld. Dat is ook waar het CDA voor staat: de erkenning dat er meer is dan je eigen belang, dat je verbonden bent met elkaar. Dat zijn de mensen die bijvoorbeeld het initiatief nemen als er een kerk te koop staat en daar een centraal punt in de wijk van maken, met kinderopvang, een buurtcentrum en debatten. De voorbeelden zijn in bijna elke stad te vinden. Dat is het nieuwe midden waar mensen zich inzetten voor iets groters. Dat is ook weer verzet tegen de instrumentalisering, de homo-economicus, de mens die voor zichzelf gaat."

Pieter Jan Dijkman, Rien Fraanje, Maaike Kamps & Maarten Neuteboom: 'Gemeene Gratie, wat de christen-democratie voor Nederland kan betekenen', Van Gennep, euro 7,90

Baas CDA-denktank

Rien Fraanje (1973) deed bestuurskunde in Leiden. Hij was consultant bij Berenschot en werkte bij de Raad voor het Openbaar Bestuur. Sinds begin 2014 was hij plaatsvervangend directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA en sinds mei is hij waarnemend directeur. Ook zat Fraanje in de deelraad van Amsterdam Nieuw-West. Hij maakte bovendien deel uit van het Strategisch Beraad, een groep CDA'ers onder leiding van ex-minister De Geus die na de verkiezingsnederlaag van 2010 beschreef waar de partij voor moet staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden