Fijn besnaard het wak in

Als je de term 'sprintkampioenschappen' leest of hoort, heb je toch een wat andere voorstelling van zaken. Ik bedoel, met enige verbazing heb ik afgelopen weekeinde naar de televisiebeelden van dit sportieve evenement zitten koekeloeren. Sprinten kon ik er niet of nauwelijks aan ontdekken; het leek me meer een ongezellig schaatswedstrijdje van een speeltuinvereniging. Wat zijn overigens westrijden op zo'n baan als Utrecht kwellingen voor het oog, als je Heerenveen of desnoods Hamar en Calgary gewend bent. Utrecht was grauw en vooral grijs en soms reed iemand daar dermate hard op schaatsen dat je een pietsie aan sprinten mocht denken. Voor de rest was alles grijs!

Sprinten past niet bij ons schaatsende volk. Ooit kon Jos Valentijn wereldkampioen in deze buitengewone sporttak worden, maar de man was dermate verbaasd dat hij driemaal vals ging en zijn titel vrijwillig inleverde. Ik meen dat de beste prestatie ooit op naam staat van Hilbert van der Duim, een typische sprinter zoals u weet. Op een ondergespoten speelweide in Helsinki werd hij derde bij een droefmakend WK en verder zijn de kinderen van Wopke de Vegt er altijd ver in de achterhoede te vinden.

Hoe komt dat? Maken onze ouders geen sprinters, maar krijgen onze embryonale schaatsers en schaatssters meteen al lange spieren om allrounder te worden? Het lijkt erop.

Natuurlijk hebben we nog altijd onze Christine Aaftink, maar die weet ook van zichzelf dat ze . . . Wacht even. Voor alle critici: dat mens schaatst heel hard. Haar manier van bewegen doet je het begrip 'sprinten' even vergeten, maar ze staat wel erg ver boven de rest en heeft dit weekeinde maar weer eens geventileerd hoe vervelend het voor haar is dat ze het hele jaar met een zwikkie feestsporters op trektocht langs ijsbanen moet. Toch stuurt de KNSB vier meiden uit naar het WK, behalve Aaftink de recreatierijdster Harma Meijer, die wel een hele leuke, frisse verschijning is en een aanstekelijke levensblijheid uitstraalt, maar daarmee rijdt ze geen streepje harder.

De andere dames (of beter, meisjes) zijn volledig onbekend. Het betreft de junioortjes Leontine van Mechelen (17) en Marianne Timmer (18), nieuwkomers die lekker allrounders willen worden en een weekendje Utrecht meenamen in hun weg omhoog, die nauwelijks langs een sprintcarriere loopt. Ook al mogen ze een weekje naar Japan. Pas toen ik in de uitslagen van dat toernooi in Utrecht de naam Marieke Stam tegenkwam (derde, ja ja), begreep ik waarom Aaftink zo triest werd over haar tegenstanders. Een ex-allrounder van de verre subtop wordt derde bij een sprinttoernooi . . .

Bij de heren (jongens, minus opa Hans Jansen) werd een jonge, in de kantlijn van Rintje en Falco presterende all-rounder makkelijk tweede; Arjan Schreuder mag zijn frustatries van dit fletse schaatsjaar wegreizen door in Japan te starten op een toernooi waar hij echte sprinters zal tegenkomen.

De mannen in Utrecht hadden mazzel dat Zandstra en Ritsma niet even langskwamen bij dit kampioenschap. Of was voor hen het ijs te zacht, de wind te hard, de 1000 meter veel te lang of waren de bochten te rond?

Sprinten in Nederland. Je moet de beelden uit Utrecht gezien hebben om erover mee te kunnen praten.

Ooit hadden we Lieuwe de Boer, een fijn besnaarde sprinter, die met feilloze tred de bochten nam. Brons in Lake Placid en de 1000 meter reed hij nauwelijks uit: te lang. Aan de toog, bij een Beerenburgje, was hij ook de snelste. Veruit. De leukste sprinter in al die jaren knoeipotterij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden