Figuratie zet de toon op herboren KunstRAI beeldende kunst

T/m 5 juni in de Parkhal van RAI, dag. 12-19 uur, vrijdag bovendien tot 22 uur.

CEES STRAUS

De KunstRAI is dan ook onder een nieuwe leiding georganiseerd. Na het steeds terugkerende geharrewar van de afgelopen jaren waarbij galeriehouders elkaar op leven en dood bestreden, heeft de RAI zelf het voortouw genomen om de manifestatie samen te stellen. Dat leidt tot een beurs die breed in het aanbod van beeldende kunst mag worden genoemd. De combinatie van eigentijdse kunst en kunsthandelkunst, samengevat onder het kopje 'kunst van de 20ste eeuw', blijkt te werken. De grenzen lopen moeiteloos in elkaar over.

Toch heeft de organisatie een onzichtbare lijn getrokken, waar aan de ene kant die handelaren zitten wier werk door overleden kunstenaars werd gemaakt, en aan de andere kant kunst van nu wordt geboden. Sommige galeries treden ook als kunsthandelaar op, wat voor verwarring kan zorgen. Het samengaan van klassiek-moderne en eigentijdse kunst maakt dat de KunstRAI een concurrent van de PAN is geworden, de antiekbeurs in het najaar die oude kunst combineert met kunst uit het begin van deze eeuw.

Veel verrassingen zitten er in de kunsthandel niet. Niet dat dit terrein veel nieuws zou moeten opleveren, maar de kwaliteit is van een te laag peil om op dit punt van een interessante beurs te kunnen spreken. De prijzen zijn niettemin van een meer dan gemiddeld niveau. Bij Siau uit Amsterdam hangen vrouwenportretten van Kees Maks voor 46 000 en 55 000 gulden. Studio 2000 uit Amsterdam brengt de expressionist Jan Wiegers, met prijzen tussen 19 500, 22 500, 30 000 en 32 500 gulden. Bert Borkus uit Breukelen richt zich op de kleinere meesters uit de jaren '20 en '30 met navenante prijzen. Een experimenteel stilleven van Else Berg (1877-1942) staat geprijsd voor 3600 gulden, een atelier-interieur van Marie van Regteren Altena (1868-1958) moet 9800 gulden kosten. In deze categorie is weinig van internationaal niveau te vinden, of het moet bij Borzo uit Den Bosch zijn, die met een 'paard' van Marino Marini komt en mooie Geer van de Velde's heeft.

Nee, voor trends en ontwikkelingen moet het publiek bij de contemporaine galeries terecht. Daar is de keus in tegenstelling tot andere jaren nogal smal. Galeries die zich met hun aanbod op musea richtten, zoals Wim van Krimpen, Asselijn, Tanya Rumpff, Fons Welters, Loerakker en Metis, hebben dit jaar afgehaakt. Voor hen in de plaats zijn vooral die galeries gekomen die figuratieve kunst brengen. Zo mocht voor het eerst galerie Petit uit Amsterdam meedoen, die een prominente plek voor fijntekenaar Peter van Poppel heeft ingericht. Stadsgenoten als Mokum, Hamer en Lieve Hemel richten zich eveneens op realistische, naïeve en zondagskunst. Zij voeren vanuit hun galeries al jaren een felle strijd tegen de moderne kunst zoals onder meer het Stedelijk Museum in Amsterdam voorstaat, een strijd die niet in hun voordeel is geëindigd. Op de KunstRAI is te zien hoe terecht die uitkomst is.

Toch overheerst ook elders de figuratieve kunst op deze beurs. Was er vorig jaar veel belangstelling voor zaken als fotografie, design en toegepaste kunst, die sectoren hebben dit keer plaats gemaakt voor kunst die goed loopt. Een gerenommeerde galerie als de Wetering uit Amsterdam brengt zowaar fotorealisme, als was het de uitvinding van de jaren '90. Geen slechte schilder, deze Maarten Verhaak, die met zijn beelden van parkeerplaatsen een vervreemdende sfeer oproept. Maar dit soort schilderkunst is al zo vaak gedaan, dat je het niet meer verwacht op een beurs voor (ook) eigentijdse kunst. Nee, wie verrassingen wenst, moet het bij minder bekende namen zoeken of bij het 'aanstormend talent'. Galerie Hof & Huyser uit Amsterdam, die in hun pand aan de Brouwersgracht zelf nog maar een paar presentaties achter de rug heeft, komt met een drietal exposanten die fris van de lever schilderen.

De kleine presentatie van de schilderijen van Erik Prins is een opmaat voor de tentoonstelling die daar binnenkort opengaat, maar aandacht mag er bovenal zijn voor de installaties van de Israëliër Philip Rantzer. Ook hij is nogal door de kunst van de jaren zestig beïnvloed (namen als Ben, Wolf Vostell en Robert Rauschenberg komen onmiddellijk op bij het zien van zijn kaptafel die met een druk op de knop plotseling begint open te klappen en een jankerig muziekje produceert), maar geeft daar zo'n eigen identiteit aan, dat je snel op het verkeerde been wordt gezet.

Had het publiek vorig jaar nog behoorlijk veel belangstelling voor de toegepaste kunst, dit keer is daar weinig van terug te vinden. Geen designmeubels derhalve, weinig keramiek en geen glas, maar wel een groep sieradengaleries. Carin Delcourt van Krimpen uit Rotterdam vroeg kunstenaars een sieraad te ontwerpen, wat mooie resultaten gaf.

De sieradenontwerpers zitten vlakbij het Vormgevingsinstituut dat zich met een bijzondere presentatie van mode èn sieraden aan het grote publiek voorstelt. Nog voordat het instituut half juni opengaat, laat het zien dat het waardering heeft voor het brede terrein van de vrije vormgeving. Die erkenning blijft echter elders op de beurs achterwege.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden