'Figuranten' biedt hilarische blik op ongelukverspreiders

Arnon Grunberg: Figuranten Nijgh en Van Ditmar, Amsterdam. 300 blz. - ¿39,90.

Onder Grunbergs voeten ligt niet alleen zijn stad van herkomst aandoenlijk te schitteren, maar ook het decor van zijn nieuwe roman. Toch is 'Figuranten' geen romantische terugblik op het verre vaderland geworden. Integendeel, het verhaal van de verteller, Ewald Stanislas Krieg, en zijn vrienden Broccoli en Elvira Lopez, is een hilarische aaneenschakeling van rampen. De drie vrienden dolen door de stad op zoek naar emplooi in de filmwereld. Zij noemen zich 'De vereniging van geniën' en hun queeste 'operatie Marlon Brando'. De fraaie titels en voornemens mogen niet baten. Operatie Brando wordt een perfecte mislukking. Ewald wordt al halverwege het boek door zijn moeder 'een wandelende verspreider van ongeluk' genoemd. Hij brengt het in de film dan ook niet verder dan een bijrolletje, waarin hij twintig keer achter elkaar van een trap wordt gegooid en 'sodeju hé' moet roepen. In het theater van het leven blijven Ewald, Broccoli en Elvira slechts figuranten.

“De titel 'Figuranten' heb ik pas laat gevonden,” zegt Grunberg. “Ik was op een avond in een restaurant in de East End. Het was heel druk. Ik moest opstaan voor de koffie en liep naar de bar. Daar stond een mevrouw en die deed heel raar. Zij vroeg mij of ik haar gezelschap wilde houden. Ze zei: Ik eet hier elke avond een bord sla. Toen ik vroeg wat haar beroep was zei ze: Ik ben een silent extra. Ik speel in films, maar ik heb een heel zwaar accent en mag daarom nooit wat zeggen. Ik ben een silent extra. Een prachtige titel. De letterlijke Nederlandse vertaling, in het meervoud althans, is 'figuranten'.”

Niet alleen de titel van zijn boek lijkt vanzelf op Grunbergs weg terecht te zijn gekomen. Zijn eigen ervaringen als mislukt acteur zijn in elk geval een goudmijn voor zijn roman gebleken. In 1988 werd hij, net als Ewald, tweemaal afgewezen voor de toneelschool. En in de geflopte film 'De kassière' is Grunberg ook werkelijk van de trap gegooid. Uiterlijk zijn de overeenkomsten tussen Arnon en Ewald eveneens te evident om te negeren. Ewald wordt in 'Figuranten' spottend beschreven als “een tengere jongeman met een slechte huid en het kapsel van een poedel”.

“Ewald Stanislas Krieg. Die naam bestaat echt. Ik heb iemand in de familie die zo heet,” grinnikt Grunberg, terwijl hij met een smalle, witte hand aan zijn enorme krullende haardos plukt. Met een lachend gezicht vervolgt hij serieus: “Je moet je fantasie steeds toetsen aan de werkelijkheid. Dan wordt het pas interessant. Bepaalde details kan je gewoon niet fantaseren. Of het nu gaat om het werken als ober, het bezoeken van een bordeel of het werken als makelaar. Het gaat altijd om de details. Die moet je onderzocht hebben, gezien hebben.”

Het zal niet verbazen dat Grunberg in New York werkt als ober in een Italiaans restaurant en de hoofdpersoon uit zijn debuut 'Blauwe Maandagen' frequent het bordeel opzoekt. En ja, Grunberg haalde onlangs ook een makelaarsdiploma. Kennelijk is hij erachter gekomen dat hij praktisch alles kan gebruiken om er literatuur van te maken. “Vroeger dacht ik dat schrijven iets veel spectaculairders was. Dat je het van heel ver weg moest halen. Ik zocht op de bovenste boekenplank, terwijl het voor mijn neus stond. Het idee alleen al, dat schrijvers allerlei ingewikkelds bewust bedenken. Dat ik zou denken: hier ga ik dit motief zetten. Belachelijk. Ik zie schrijven als een ambacht. Zoals je van klei vazen maakt, zo maak ik van dingen verhalen. Het is leuk, een aangename bezigheid. Ik wil niets kwijt. Ik hoef mijn hart niet luchten. Ik wil de wereld niets mededelen.”

Toch is met deze Umwertung aller Werte niet het hele verhaal verteld. Grunberg schept er duidelijk genoegen in iedereen op het verkeerde been te zetten. In zijn eigen leven lijkt de schrijver Grunberg evengoed een figurant: “Ik schep er wel genoegen in het beeld dat mensen van me hebben te verstoren. Ik zou gemakkelijk kunnen verzinnen dat ik hier woon”, prevelt hij mijmerend, terwijl hij met een breed gebaar van zijn tengere arm het penthouse èn het bijbehorende uitzicht in bezit neemt. “Er zijn hier bijvoorbeeld vier butlers, dat weet je natuurlijk, ook al zie je ze niet. Zal ik even om een kop koffie bellen?”.

In de korte stilte die valt, valt om Grunbergs mond opnieuw een onheilspellend lachje.

“Ik heb nooit het gevoel, als ik ga fantaseren, dat ik lieg. Zo is het echt. Als ik de werkelijkheid verdraai, dan is dat alsof ik een steen weghaal, om te kijken wat er onder zit. Dat is mijn waarheid. In Amerika vroeg iedereen aan me toen 'Blue Mondays' was verschenen: wat is waar? Inmiddels heb ik daar een standaardantwoord op. Ik zeg altijd: 70 procent is waar. En iedereen neemt daar genoegen mee. Geweldig! Het is natuurlijk een absurd percentage, niemand vraagt hoe ik dat heb berekend.”

Vanwege zijn absurdisme, zijn schrijnende humor - “we gaan naar de verdoemenis, maar nu nog niet” - is Grunberg al met veel verschillende schrijvers vergeleken. “Ik heb een lijstje bijgehouden. Dat is wel heel grappig. Het begon met Reve, Salinger, Philip Roth en toen 'Blauwe Maandagen' eenmaal was vertaald ben ik ook met Letaud vergeleken, een Franse schrijver van wie ik nog nooit had gehoord. Die schrijvers zijn allemaal heel goed, dus ik voelde me niet beledigd.”

De vergelijking met Reve lijkt in het rijtje nog het minst misplaatst. 'Figuranten' heeft qua stijl, en vanwege de opeenvolging van losse, droog-komische episoden wel iets weg van 'De Avonden'. Bovendien komt er in het boek, om met Reve te spreken, geen normaal mens in voor.

Grunberg: “Ik ben ook nog nooit een normaal mens tegengekomen. Maar als normaal de afwijking is, dan ben ik niet normaal. Ik beschouw me niet als afwijkend.” Grunbergs absurdisme komt eerder voort uit de manier waarop hij het leven ervaart. “Wanhoop is uitermate droog en komisch,” staat er ergens in 'Figuranten'. Steeds is alles wat de drie leden van 'de vereniging van geniën' overkomt doortrokken van een verpletterend gevoel van zinloosheid. Ewald, Broccoli en Elvira Lopez lijken lachend naar de afgrond te lopen.

Grunberg knikt en zegt: “Ik kan je wel vertellen dat het leven absurd is, maar het echt voelen is iets heel anders. Het is net als schrijven. Je kunt emoties beschrijven, maar daar zou ik niet bij willen laten. Je moet ze tastbaar maken. En je moet de consequentie trekken. Als het leven absurd is, zijn er een heleboel dingen mogelijk. En die voer ik dan ook allemaal uit. Als ik zin heb om met een limousine naar de paardenrennen te gaan, dan doe ik dat.”

“Er is een heel mooi citaat van de Amerikaanse president Truman dat luidt: 'If you cannot convince them, confuse them'. Dat betekent: Als je ze niet kan overtuigen, breng ze in verwarring. Mensen overtuigen is niet alleen hopeloos, maar ook saai. Na de middelbare school, waar ik werd afgeschopt, heb ik geprobeerd dat op te geven. Dan kun je beter de mensen verwarren. Gelukkig heb ik nu een beroep gevonden waarbinnen het verwarren is gelegaliseerd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden