Fietsend langs een werelderfgoed

Wat maakt de Stelling uniek? Sinds 1996 staat de Stelling op de Werelderfgoedlijst. Waarom? In de wereld zijn meer stellingen die vergelijkbaar zijn met die van Amsterdam. Ook het Reduit van Antwerpen maakte uitgebreid gebruik van inundaties. Zijn forten zijn over het algemeen grootser en imposanter. Ook hier was voorzien in uitgestrekte 'kringen' om een vrij schootsveld te garanderen. Wat Nederland echter van Vlaanderen onderscheidt is een rigoureuze ruimtelijk ordening, waarin ons land dus een lange traditie heeft. De militairen waakten over hun vrije blik- en schootsveld. Pas in de jaren zestig en zeventig werden de forten definitief door Defensie afgedankt. Tot die tijd mocht er in de kringen niet gebouwd worden. Sindsdien is de waardering voor het open landschap alleen maar toegenomen, zij het om andere redenen dan militair-strategische. Bovendien is de bouwkundige staat van de forten in het algemeen goed, zeker in vergelijking met buitenlandse voorbeelden. Waar de landschappelijke en historische waarde van de Stelling onschatbaar is, is er weinig over van hun militair en technologisch kunnen. Op een enkel fort na, is het interieur van de forten geheel ontdaan van technische installaties en bewapening. Daar is vooral de 'Beutestab Heer' van de Duitse bezetter debet aan (zie kader Fort Spijkerboor). Op dit punt scoren sommige forten van de Maginotlinie veel hoger. Zo is de hele technische en militaire installatie van het fort Le Hackenberg bij het Franse Thionville nog helemaal intact (zie ook TROUW van 10 augustus 1996). Daarbij vergeleken valt die ene pantserkoepel van Fort Spijkerboor in het niet.

Stadhouder Prins Maurits kwam met het plan om de frontlijn drastisch in te korten door een brede strook van polders aan de oostrand van Holland (de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland) onder water te zetten. Het fijnmazige stelsel van sloten en kanalen, van kaden, dijken en sluizen, dat ons hielp droge voeten te houden, kwam net zo goed van pas om het land binnen relatief korte tijd onder water te zetten. Zijn halfbroer Frederik Hendrik bracht het tijdens de Spaanse opmars van 1629 in praktijk.

Dat was het begin van de Hollandse Waterlinie, de moeder van alle andere waterlinies, waaronder de Stelling van Amsterdam. Vijanden liepen stuk op deze onneembare linie. De kwaliteit werd ironischerwijs vooral bewezen wanneer het middel door klimatologische tegenslag faalde, zoals in het rampjaar 1672 toen Nederland - een machtige handelsnatie - door al zijn vijanden tegelijk besprongen werd. Het land leek reddeloos, de regering radeloos en het volk redeloos, toen de Fransen tenslotte over het ijs van een bevroren waterlinie dreigden door te stoten tot in het hart van Holland. Totdat de dooi inviel en de Fransoos niet wist hoe snel hij zich uit de voeten moest maken. Maar niet voorgoed. In 1794 kwamen ze terug. Nu werd het zuidelijke deel van de Hollandse Waterlinie in bedrijf gesteld. De winter van '94/'95 was echter zo streng dat de grote rivieren dichtvroren en de Franse overmacht over het ijs Holland kon binnentrekken. Ze kwamen als bevrijders van het gehate regime van de stadhouders, maar bleven twintig jaar als bezetter. Al onder hun bewind werd verder gedacht over het perfectioneren van de waterlinie, dit keer uit vrees voor de oprukkende Engelsen en Pruisen.

Zo begon Krayenhoff, sinds 1796 directeur van de Hollandse fortificatiën, in 1805 met de aanleg van een permanente verdedigingslinie rond Amsterdam, die aansloot op de Hollandse waterlinie. Ook na het vertrek van de Fransen werd doorgebouwd aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die rond 1860 af kwam.

Helaas, de perfecte verdediging bleek al bij voltooiing achterhaald, zoals bleek tijdens de Deens-Duitse oorlog van 1860, maar vooral tijdens de Frans-Duitse van 1870. Technologische vernieuwingen zoals kanonnen met een getrokken loop, waarmee aan projectielen een draaiende beweging kon worden gegeven, vergrootten de dracht en de inslagkracht.

In 1874 werd het principebesluit genomen om de verdediging van Nederland te reorganiseren. Amsterdam en wijde omgeving werd het centraal reduit, de laatste stelling waarop het Nederlandse leger zich kon terugtrekken in afwachting van het keren van de krijgskans of de hulp van bondgenoten. De linie diende over zwaar geschut te beschikken, om de vijand op afstand te kunnen houden. Door de vooruitgeschoven positie van de forten konden vijandelijke projectielen Amsterdam niet bereiken. Ook moest de Stelling geheel zelfvoorzienend zijn, om het langere tijd te kunnen uitzingen. Daarom lagen binnen de omtrek van de Stelling uitgestrekte landbouwgebieden die voorzagen in de voedselproductie. Om het krijgsbedrijf soepel te laten verlopen, beschikte men over twee kruitfabieken, bij Muiden en bij Ouderkerk. Centraal lagen bij de Hembrug aan het Noordzeekanaal de Artillerie-Inrichtingen, waar projectielen werden gefabriceerd. Hier bevond zich ook het centrale park, de centrale opslagplaats van militaire voorraden en materiaal ten behoeve van de inundaties.

Pas in 1883 werden de definitieve plannen aanvaard door het parlement, maar vooruitlopend daarop was alvast begonnen met het aanleggen met een kustfort bij IJmuiden, om de kwetsbare monding van het pas voltooide Noordzeekanaal te verdedigen en met een fort bij Abcoude. De aanleg van de andere forten werd in 1886 tijdelijk gestaakt, vanwege de komst van het nieuwste militaire snufje, de brisantgranaat. Deze granaat maakte niet langer gebruik van buskruit als explosief, maar van trotyl, dat een twaalf tot zestien keer grotere verwoestende werking had. Bakstenen forten als dat van Abcoude met een zware aarden laag om explosies te smoren waren eigenlijk praktisch waardeloos geworden. Het werd zaak om de zware explosieve kracht van de brisantgranaat direct naar buiten af te leiden. Beschermende aarden lagen van 5 tot 10 meter werden afgegraven, forten werden van nu af gebouwd in beton, later in gewapend beton.

De ligging van de forten is in hoofdzaak bepaald door twee functies: het versperren van wegen, spoorlijnen en vaarwegen, de zogenaamde accessen, en het mogelijk maken van de inundaties. Het spreekt eigenlijk vanzelf dat het onder water zetten van grote gebieden bij boeren en buitenlui weinig populair was. Waterschappen en gemeenten hadden weinig lust om mee te werken. Het was daarom zaak de inlaatpunten voor de inundatie binnen het fort of zijn directe omgeving te houden. Bovendien werd op die manier voorkomen dat de vijand de waterstand naar eigen inzicht kon regelen. Inundatie van het voorterrein van de Stelling was voorzien in twee dagen, een ongelooflijke snelheid. Het ging er overigens niet om dat het water hoog zou komen te staan. Integendeel zelfs. Vooral in de veengebieden rondom Amsterdam was een laag van enkele decimeters al voldoende. Sloten en waterlopen werden zo onzichtbaar, terwijl zware voertuigen of kanonnen direct wegzakten in de slappe en doorweekte veenbodem. Schepen inzetten in die plas/dras situatie was ook niets: die dreigden in de modder te blijven steken.

Twee verkenningen van de Stelling

Op dit ogenblik is geen routebeschrijving rond de Stelling voorhanden. Binnenkort verschijnt bij Uitgeverij Buijten en Schipperheijn 'Fortenroutes langs de vuurlijn. Fietsen in het schootsveld van de Stelling van Amsterdam.' Prijs ¿ 22,50.

Zuidelijke route Langs de stelling van Amsterdam loopt een - in één richting - bewegwijzerde fietsroute van 135 km, die voor een deel van oude verbindingswegen tussen de verschillende fortificaties gebruik maakt. Voor de modale fietser is die afstand aan de forse kant ook al omdat de aan- en afrijroute elk zo'n twintig km lang is. Ook wie helemaal rond wil rijden, is een kleine 180 km onderweg. Aan de IJsselmeerzijde staan weliswaar geen forten, op fort-eiland Pampus in de havenmond van Amsterdam na, maar de fortenloze fietstocht van Edam naar het torenfort in Muiden is wel 45 km.

Wij pakten het anders aan. Voor het mooiste segment van de zuidelijke Stelling fietsten we eerst langs de Amstel naar Nessersluis, waar de Amstel overstaken en de fortenroute tegen de richting in, maar met de wind in de rug, naar Muiden volgden. Een bijkomend voordeel is dat je in dat geval langs de oude buskruitfabriek in Ouderkerk aan de Amstel komt. De stelling moest immers zelfvoorzienend zijn, en ook zijn eigen kruit kunnen produceren. Bij Abcoude moet je noodgedwongen van de route afwijken, omdat op weg naar fort Nigtevecht het Amsterdam-Rijnkanaal een onoverkomelijke barrière vormt. Het is echter geen straf langs het beeldschone Gein te rijden. Dat geeft meteen de mogelijkheid om bij Weesp niet 3 km terug te rijden naar het kaarsrechte en winderige kanaal, maar direct door naar het gerestaureerde torenfort in Weesp en vandaar naar Muiden. Muiden mag je niet missen, bovendien is er een fraai torenfort, met uitzicht op het fort-eiland Pampus, er zijn grote 'bomvrije' kazernes (waarin o.a. de VVV is gevestigd) en natuurlijk het (middeleeuwse) Muiderslot. Op weg naar Amsterdam is er eerst nog het uitgebreide terrein van de kruitfabriek, maar dan wordt de weg toch wel saai. Een mogelijkheid om de fietstocht aan het begin met 10 km in te korten, is vanaf het Centraal Station sneltram 51 richting Amstelveen Middelhoven te nemen (uitstappen halte Ouderkerkerlaan) en vandaar naar Ouderkerk te fietsen. Aan het eind van de tocht is het mogelijk in Weesp op te houden. Vandaar terug over het Amsterdam-Rijnkanaal, en richting Gaasperdam. Vandaar de metro richting Amsterdam CS.

Noordelijke route Ten noorden van het Noordzeekanaal ligt de stelling zelfs nog wat verder van Amsterdam. Helaas zijn slimme inkortingen hier nogal prijzig, omdat de NS voor het vervoer van de fiets over een korte afstand een (prohibitief) hoog tarief rekent. Uitgangspunt is Amsterdam CS. Hier de IJ-pont nemen. Aan de overkant langs het Noordhollandsch Kanaal naar Amsterdam-Buiksloot. Hier rechtsaf over historische draaibrug en meteen linksaf verder langs de andere oever. Langs het kanaal en vervolgens langs de Broekervaart doorrijden naar Broek in Waterland. Vandaar is het nog 9 km over het fietspad langs de autoweg naar Edam. In Edam richting centrum en vandaar rechtsaf langs de centrale gracht richting fort Edam. Vervolgens terug naar het centrum van Edam. Hier begint de route (wederom vanwege de windrichting) in omgekeerde richting.

Opnieuw wreekt het zich dat de route niet in twee richtingen bewegwijzerd is. Langs het (in het kader van de ruilverkaveling) afgebroken fort Kwadijk (alleen de genieloods staat er nog) bereikt u het fort benoorden Purmerend. Dit fort verkeert in piekfijne conditie. In de linkerhelft de kelders van een wijnhandel, de rechterhelft wordt ingenomen door het charmante culinaire restaurant La Ciboulette (op maandag en dinsdag gesloten). Vervolgens langs de Beemsterringvaart tot de afslag naar het fort Zuidoost-Beemster (let op: het is makkelijk deze afslag te missen). Van Zuidoost-Beemster richting Beemsterringdijk. Over de ringdijk en langs het Noordhollandsch Kanaal naar Fort Spijkerboor (zie kader), en vandaar via het pontje het Noordhollandsch Kanaal oversteken.

Aan de overzijde niet linksaf over de brug, maar met het café aan de rechterhand over de rechteroever van de Knollendamse Vaart. Na minder dan 1 km rechtsaf Marken-Binnen (Fort). Vanaf Marken-Binnen richting Wormerveer-Krommenie. Via het Molletjesveer (pontjesroute) oversteken naar Krommenie. Door het centrum van Krommenie naar Krommeniedijk. Van verre is het kerkje zichtbaar. Vlak voor de kerk rechtsaf richting fort Krommeniedijk.

Even terugfietsen en rechtsaf via Busch en Dam naar het Fort a/d Ham. Vandaar circa 5 km langs de provinciale weg richting Wormerveer. Ter hoogte van het NS-station LA naar de Zaanoever.

Er rest nog veertien kilometer naar Amsterdam CS, maar de route door de vroegere hoofdstraat van de Zaanstreek gaat door het industrieel-archeologische hart van Nederland. Het begint aan de overzijde met het restant van de prachtige Zaanwand in Wormer (o.a. Rijstpellerij Saigon en de silo van de Lassiefabrieken), vervolgens de toren van Zeepziederij De Adelaar (nu Crocklaan) en de historische Gortershoek in Koog a/d Zaan. Op de andere oever ligt hier de Zaanse Schans. Langs de Verkadefabrieken bereikt u uiteindelijk het centrum van Zaandam. Steeds rechtdoor blijven rijden, inrijverboden negeren (desnoods even afstappen, het gaat twee keer maar om luttele meters). Ter hoogte van het Czaar Peterhuisje LA en snel weer RA. Langs de oude haven van Zaandam bereikt u uiteindelijk weer de provinciale weg. Deze oversteken en LA richting Hempont. Hier liggen de voormalige Artillerie-inrichtingen, onderdeel van het 'Centrale Park, de centrale werk- en opslagplaats van de Stelling van Amsterdam. U steekt nu het Noordzee Kanaal over.

Dan resten nog zes saaie kilometers naar Amsterdam, met overigens aan de linkerzijde een fraai uitzicht over de Amsterdamse havens. Het hobbelige fietspad is gelukkig onlangs van een soepele asfaltlaag voorzien.

VESTINGEN MUIDEN EN WEESP Oorspronkelijk maakten beide vestingen aan de Vecht deel uit van de Hollandse Waterlinie. Weesp werd in 1673 gemoderniseerd na de ervaringen in de oorlog met Frankrijk. Nadien naam het belang van Weesp als knooppunt van water- en landwegen, waar in de loop van de negentiende eeuw de spoorlijn tussen Amsterdam en Hilversum nog bijkwam, alleen maar toe. Van 1859-1861 werd binnen de oude omwalling een 'bomvrij' torenfort gebouwd, omringd door een gracht met ophaalbrug. In 1879 was het alweer verouderd en werd het van zijn kwetsbare bovenste verdieping ontdaan, de gracht werd gedempt en de bomvrije toren werd versterkt met een steun- en dekkingswal. In 1983 is het fort, vlak bij de witte houten ophaalbrug in het centrum van Weesp, gerestaureerd en teruggebracht in de staat van 1859-61. tegenover het fort ligt nog een complete straat met houten 'verboden kringwet woningen', huizen die in tijd van oorlog snel met de grond gelijk gemaakt konden worden. Zo kregen de onzen een vrij blik- en schootsveld, de tegenstander werden een potentiële schuilplaats en geschutsopstelling ontzegd.

Ook Muiden bezat een torenfort, de zogenaamde Westbatterij aan de monding van de Vecht. Aan de oostoever maakte (tot 1877) ook het middeleeuwse Muiderslot deel uit van de verdedigingslinie als 'blindeerbaar reduit' en opslagplaats. Vlak ten noorden van het slot bevindt zich een zogenaamde stenen beer, een onbegaanbare stenen dam, die het water van de slotgracht scheidt van de Vecht. In het binnenste van deze stenen beer bevindt zich een unieke sluis voor het in- en uitlaten van water tijdens inundaties, die van binnenuit bediend kan worden.

In 1901 zijn beide vestingen overgegaan van de Hollandse Waterlinie naar de Stelling van Amsterdam.

FORT SPIJKERBOOR Fort Spijkerboor werd gebouwd bij het zogenaamde kanalen-kruispunt, waar de Beemster Ringvaart, het Noordhollandsch Kanaal en de Knollerdammervaart samenkomen. Van hieruit moest de Beemster geheel of gedeeltelijk onder water gezet kunnen worden. De fundering van het fort kwam gereed in 1889 en kostte het destijds astronomische bedrag van een kwart miljoen gulden. Het zand werd per schip aangevoerd uit de duinen bij Schoorl. Oorspronkelijk moest het een groot fort worden. Maar het geschut kon steeds verder dragen en de projectielen kregen een steeds grotere explosieve kracht; dat dwong tot een herbezinning op de verdere bouw van het fort. Grote forten lopen nu eenmaal een grotere kans door het vijandelijk geschut geraakt te worden. Als oplossing koos men voor een zeer zware bewapening, waarmee een eventuele vijand al op grote afstand bestreden kon woren en die met name ook de vijandelijke artillerie op de korrel kon nemen.

Toen de hoofdverdedigingslijn van de noordelijke stelling opnieuw werd gedefinieerd, bleek Fort Spijkerboor daar 700 meter buiten te liggen. In 1908 werd alsnog besloten om het fort af te bouwen. Om twee redenen. Ten eerste waren er al hoge investeringen gedaan in het bouwrijp maken van de grond en in de tweede plaats was de bodem ten zuiden en ten westen van de kanalen nog drassiger. Men besloot van de nood een deugd te maken. Spijkerboor zou het vuursteunpunt worden van zeven andere forten. In overleg met de fameuze wapenfabrieken van Fried. Krupp AG in Essen werd het fort voorzien van een hoofdbewapening met twee 10 cm kanonnen, die vanuit een draaiende pantserkoepel konden worden afgeschoten. De kanonnen, kenmerken nr. 1 en nr.2, waren de eerste van hun serie. De totale installatie woog 60.000 kg. Aan de uiteinden van het eigenlijke fort kwamen twee kleinere hefkoepels met kanonnen voor meer nabije verdediging.

Vanwege de zware bewapening (met bijbehorende munitieopslag) en de grote bezetting van maximaal 350 manschappen kreeg de 'bomvrije' kazerne van Spijkerboor als enige fort van de Stelling twee verdiepingen.

Tijdens de Duitse aanval op de zware pantserforten van Luik in 1914 bleken dergelijke forten geen partij te zijn voor de beruchte 'dikke Bertha', het nieuwe 42 cm geschut van Fried. Krupp AG. Het verhaal wordt eentonig: bij zijn voltooiing was Spijkerboor al achterhaald.

Omdat de inrichting van Spijkerboor moderner was dan die van andere forten, kreeg het fort in de loop van zijn geschiedenis andere functies, waaronder die van gevangenis. Er zaten onder andere NSB'ers en (Indië-)dienstweigeraars gevangen. De rol als gevangenis betekende de redding van de grote pantserkoepel van Spijkerboor. Waar andere forten, zoals Pampus, door de 'Beutestab Heer' werden opgeblazen, om het staal van hun pantserkoepels te hergebruiken in de Duitse oorlogsindustrie, bleef dit in Spijkerboor achterwege om het gebouw niet te beschadigen. De twee kleinere hefkoepels zijn overigens wel opgeblazen.

Fort Spijkerboor is eenmaal per maand op de laatste zaterdag van de maand van 10-12 uur te bezichtigen met rondleiding. Leden van Natuurmonumenten betalen ¿ 3,-, anderen ¿ 5,-; kinderen tot 12 jaar ¿ 1,-. Adres: Westdijk 46, 1464 PC Westbeemster. Telefonische aanmelding op telefoonnummer 075-6411360, 's avonds tussen 18 en 19 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden