Fietsen met Wim Boevink

Trouw gaat fietsend het voorjaar in. Deze week doorkruist Klein Verslag - schrijver Wim Boevink Almere, stad van beloften.

De fietsenmaker bij het station van Almere verhuurde mij een rijwiel.

Het was een zwart damesmodel van een merk dat verwees naar een stad op de Peloponnesos. Die stad had ik eens bezocht op een zonnige dag in december, ik had er rondgedoold over een verlaten en overwoekerde acropolis. Het licht, het berglandschap, die geschiedenis van eeuwen, wonderschoon was het.

Op zoveel schoonheid kon ik vandaag niet hopen, op deze zonnige dag in maart, bij een tocht door Almere, stad zonder resten, zonder bergen, zonder geschiedenis, maar met de energie en het idealisme van de jeugd, de droom van planologen, stedenbouwers en ingenieurs.

Het rijwiel behoefde geen verdere toelichting leek me, al wees de verhuurder me op het beugelslot dat langs de stuurpen was gemonteerd en dat bij ontsluiting een bepaalde handeling vergde. Ik knikte begrijpend en wist dat ik er straks mee worstelen zou, want ik en techniek, dat was een lange geschiedenis van misverstanden.

En route. Het rijwiel beschikte gelukkig niet over een kaarthouder die de gebruiker op zo'n onverbiddelijke wijze determineert in een subcategorie van de recreatie; ik besteeg het immers voor mijn werk. Uit mijn jaszak stak evenwel het fietsrouteboekje van de ANWB, met dat onberispelijke netwerk van fietspaden en genummerde knooppunten, zoals dat paste bij planologische dromen.

Dus gladde rijwielstroken, vrijwel all the way, die geruisloos onder autowegen doorzwierden en vaarten en dijken volgden, zelfs van bromfietsen uitgesloten. Heerlijke, nieuwe wereld van gescheiden verkeersstromen.

Af en toe een tegemoetkomende fietser. Zoals de oudere vrouw die langs een vaart reed en 'kwek, kwek' riep naar de eenden in het water. Dat scheen even eigenaardig, tot ik bij het passeren zag dat zich achter haar rug een klein kind verborg. Een andere eigenaardigheid betrof mijn rijwiel dat telkens als ik even vaart maakte vanzelf - en telkens tot mijn schrik - in een zwaardere versnelling sprong.

Ik slingerde onder een blauwe hemel langs de citadel in het stadshart, volgde even de oever van het Weerwater, dat stuk drooggelegde, daarna uitgegraven en weer onder water gezette zeebodem, passeerde een enclave met experimentele woningen, zag een lijn met hoogmasten en een weide met schapen en wilde aan de oever meteen naar een uitspanning die het Lido heette en die uitzicht bood op de skyline van de stad. Want dat is fietsen voor mij: de weg die je moet afleggen naar een uitspanning.

Het Lido dus. Een naam die verwachtingen wekte.

Te hoge. Het bleek al sinds begin van het jaar gesloten. Een opgespannen canvas kondigde aan dat men op weg was naar een 'volledige metamorfose' onder de naam 'View Almere' en dat een 'volledig team' vanaf medio maart/april klaar stond om ons in stijl te ontvangen.

Ach. Almere, stad van beloften.

Ik fietste verder, door wat hier 'oude wijken' moesten zijn met namen als Gouwen en Hoven en Wierden, tot ik de dijk bereikte, met daarachter het brede Gooimeer en het vasteland van Holland.

Er lag een leeg strandje waarop een dode meeuw leek te zonnen, en er stak een klein natuurgebiedje het water in, alsof het zo hoorde, en verderop had men tussen betonnen kaden een haventje gevat, waarin een pannenkoekschip lag afgemeerd.

Ik passeerde dat alles, fietsend op de dijk, een eindeloze ruimte onder een blauw uitspansel. Rechts dat water, links het nieuwe land, ingericht met appartementenblokken, stadsweiden, begraafplaatsen, tot ik die blinkende enclave bereikte die de naam Overgooi droeg. Een zelfbouwvillawijk voor the rich, zich koesterend in de eigen weelde. Ik was er de enige en er waren ook nauwelijks bewoners te zien tussen de hagen en de smeedijzeren hekken - alsof je door een decor reed van een Amerikaanse filmstudio.

Buiten de enclave was alweer de volgende in de maak, daar maakten villabouwers hun stoutste dromen waar, zoals die in de vorm van een goudkleurige piramide, met een babypiramide ernaast. Ze lagen in de nog lege vlakte te fonkelen, tegenover een al volledig aangelegde waterpartij met een eiland erin en een brug en bankjes.

Daarna veranderde het landschap; na de stadsweiden en enclaves verdween het pad een bos in en ik moest mezelf zeggen dat ik me nog steeds binnen de stadsgrenzen van Almere bevond. En ergens in dat bos bereikte ik de Kemp- haan, dat ze hier een 'stadslandgoed' noemen, want Almere neemt graag tal van gedaanten aan. Stadslandgoed of niet, ze serveerden er koffie en je kon er lunchen, dus ik had eindelijk mijn uitspanning gevonden, al probeerde ik er geen notie van te nemen dat ik vanaf de overkant van het water werd aangestaard door een baviaan.

Verder ging het weer, langs akkers, een boerderij (stadsboerderij), een brede vaart en warempel een vuilstort (stadsvuilstort) die er ook heel natuurlijk lag te wezen, alsof werkelijk alles in het schone maakbaarheidsideaal paste.

Ik stak de brede vaart over en na nog een kleine stadswijk in het groen, die Vogelhorst heette, en die net als Overgooi op uitbreiding wachtte, fietste ik langs de vaart terug in de richting van het stadscentrum.

Maar nog was het met landschapsvariaties niet gedaan, want achter een waterzuivering lag een opgespoten vlakte, blakerend van leegte, met aan de rand een rij gloednieuwe huizen met een straat erlangs. Hier lag een stadswijk - Nobelhorst - die alleen nog maar op tekening bestond. Aan de rand van de vlakte was één villa verrezen, strak met een strookje vers gelegd gazon ertegen. Ik keek naar binnen, ik moest wel. Daar lag in volmaakte vanzelfsprekendheid een vrouw in zo'n dure, leren Eames-fauteuil met voetenbank. Haar leven was op orde. Alleen de stad om haar heen moest nog verrijzen.

Ik volgde nog wat paden langs water met woonboten erin, en toe maar, er was ook nog een ruïne van een kasteel in aanbouw (een stadskasteel) en een stadspark langs de andere zijde van het Weerwater; Almere hield maar niet op met zijn metamorfosen.

En ik was er doorheen getrapt, telkens inwendig die automatische versnelling vervloekend, maar toen had ik nog niet beleefd dat in een laatste bocht het zadel zou meedraaien met mijn romp.

Lezersactie

Lezers van Trouw kunnen voor maar 199 euro een stevige tourfiets aanschaffen van het Nederlandse merk Hollandia. De fietsen worden gemaakt in Europa. De komende weken bieden

we ook een e-bike aan, eveneens scherp geprijsd en met vijf jaar garantie. Meer informatie vindt u in de advertentie elders in de krant. Of ga meteen naar www.trouw.nl/webshop

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden