Fietsen in het dal van Franciscus

De goudgele herfst in Italië nodigt uit om te gaan fietsen. In het wielergekke land zijn steeds meer paden waar je je naar hartelust kunt uitleven op de pedalen. Maar niet alles is wat het lijkt. Joost Overhoff leert een lesje Italië op een fantoom-fietspad naar Assisi.

JOOST OVERHOFF

Franciscus werd geboren in Assisi, maar trok zich ter meditatie terug op meerdere plaatsen. Eén daarvan lag op de hellingen van de berg Subasio, bij Assisi. Een ander bevond zich in Monteluco, boven Spoleto.

Noem het inspiratie of een excuus, maar het nodigt uit voor een meer wereldlijke bezigheid: een fietstocht. Nou ja, -tochtje. Daarbij moet gezegd dat we inzake het einddoel Assisi een heroïsch voorbeeld hadden in de verbluffende onderneming van Jan (zie inzet op de rechterpagina). Zeker, onze eigen variant mag daarnaast geen naam hebben, maar een glanzende folder glom ons al zo lang tegemoet. Het was een kaart van 'Het Fietspad Spoleto-Assisi', gecompleteerd door een al even glimmend boekje waarin die tocht beschreven stond. In die tekst stond echter niet opgenomen wat dit alles zou bijken te zijn: een lesje Italië.

Vreemd genoeg begon de veelbelovende rode lijn op de kaart al een eind vóór Spoleto, om er vlak na te eindigen. Ik meende daarom een folder tekort te komen en stortte mij op de elektronische verlosser van vandaag, het internet. Daarop prijkte het volgende citaat: 'Ik woon al anderhalf jaar in Umbrië en heb al vaak gehoord over het 'fantoom-fietspad' Spoleto-Assisi. Maar ik kan het nog steeds niet vinden...'

Even bellen met het VVV van Spoleto. Maar het nummer op de folder klopt niet (meer?) Dan maar Assisi. Maar daar weten ze er niets van. 'Probeert u Spoleto'. Ze geven me hetzelfde, verouderde nummer. Even internetten dus maar weer. Ander nummer gevonden. Raak.

"Ja", zegt Spoleto, "het fietspad bestaat. Maar niet helemaal." Sterker, het hele stuk vóór Spoleto is nog geheel in de fantoomfase en het laatste deel is 'fragmentarisch'.

Vooruit, we gaan het gewoon proberen. Een beetje avontuur kan geen kwaad. Niet de hele wereld is al voorzien van ANWB-paddestoelen en fietsknooppunten. We boeken een bed in Spoleto, op goed geluk. Midden in de roos. Want de sympathieke hotelier blijkt zowaar een fietsfanaat. En van het fantoompad weet hij bijna alles af. "Eerst kwam het geld voor de promotie", vertelt hij. Maar het wonder, dat daarmee het fietspad vanzelf ook uit de lucht zou komen vallen, is uitgebleven. "Uiteindelijk", zegt hij - hoop doet leven - "gaat het pad uitkomen in Nederland."

Zelf vindt hij ons plan aan de slappe kant. Negentig procent van de route voert namelijk door het dal. Zelf houdt hij alleen van hellingen. Hoe steiler, hoe beter. Het is zelfs bijna alsof hij zich daarmee pijnigen wil. Fietsen als zelfkastijding. Zijn vrouw kan hem daarin niet volgen, maar ziet er wel één groot voordeel van. Het vervangt minder gewenste vormen van buitenechtelijke bezigheid.

De volgende ochtend zijn we al vroeg op pad. Alhoewel de ronkende folder het over Spoleto-Assisi heeft, vinden we op het net een soort beschrijving andersom. Maar daar trappen we niet in. Een belangrijk argument bij het kiezen van de juiste richting is namelijk hoe de zon zich door het zwerk beweegt. Niet alleen verbrand je minder met de zon mee, maar je ziet ook alles beter, mooier.

Via de gewone weg sjezen we naar Pontebari, daar waar het pad begint. Maar waar precies? Kennelijk is het geld voor de bewegwijzering er ook nog niet. Althans, over de volle lengte van de route is er niet één bordje te bekennen dat de richting aangeeft.

De oplossing: gewoon even vragen. Hier mag dat nog. Voor blikken van 'heb je dat knooppuntbord niet gezien (sukkel)?' of 'heb je geen gps?' hoef je niet te vrezen. Nee, iedereen is de vriendelijkheid zelf. Neem Juri. Al na een kilometer stuiten we op een fantastisch fenomeen. Naast het pad staat een stopbord. Dat gebod wordt echter niet kracht bijgezet door een stopstreep, maar door een vangrail. Dwars over het pad. We rijden terug en ontmoeten Juri, in zijn fietsrolstoel. En Juri gaat het niet uitleggen. Nee, hij gaat ons voorrijden. Italië is namelijk 'assurda', zegt hij. Zonder menselijke wegwijzers kom je er niet doorheen. En die zijn wel zo leuk. Ook de andere mensen die je onderweg tegenkomt kijken je vrijwel zonder uitzondering duidelijk aan, en groeten je.

Het pad blijkt verder prima en grotendeels autovrij. Tot aan het plaatsje Bevagna wijst het zich, min of meer, vanzelf. Onderweg is de omgeving heel afwisselend. Tot onze blijde verrassing staan er meer bomen langs het parcours dan we hadden verwacht. Het pad leidt voor een groot deel langs watertjes. Vaak zonder al teveel vegetatie, maar er is ook een stuk bij waarbij we denken dat we een bordje 'Weesp' zullen zien opdoemen. Los van de 'omlijsting' uiteraard, de typisch afgeplatte vormen van het Umbrische gebergte. Oeroud.

Links in de hoogte wenkt het stadje Montefalco. Als je fut hebt, kun je je aan de klim wagen. Maar als je dan de daaropvolgende dorst wilt lessen met de lokale wijn kom je gegarandeerd geen meter meer vooruit. De roemruchte Sagrantino di Montefalco is een beer van een wijn, die je velt voor je het weet.

Wij raken in de ban van een dame die doet alsof ook zij je vellen kan. Bevagna is een prachtig plaatsje, maar Caterina vindt het er maar een ingeslapen boel. Zelf is ze een vulkaan, van 82 jaar. Ze wijst ons waar we koffie moeten drinken en schuift aan. Ze laat haar spierballen voelen (van staal!) en wil meteen met mij haar krachten meten. Vanuit Calabrië is ze hier ooit aangespoeld en ze vindt het maar niks. Haar man zit 'als een mummie in zijn luie stoel' en daarom trekt ze er zelf maar op uit. De kleermaker komt voorbij, en ook hij ontkomt niet aan een partijtje armworstelen. Volgens het verhaal was het in Bevagna dat San Francesco, zoals hij hier heet, tot de vogels sprak. De kleermaker houdt het diplomatiek op 'ze zeggen het', maar Caterina 'gelooft er niks van'.

De kleermaker is trouwens meer geïnteresseerd in iets heel anders. Hij komt voor in een Nederlands tijdschrift en het lijkt wel alsof hij eindeloos op onze komst heeft gewacht. Op mensen die hem kunnen zeggen wat er over hem geschreven staat. In zijn winkel aan Bevagna's mooiste plein lijkt het wel alsof de tijd een halve eeuw heeft stilgestaan, terwijl we hem openbaren wat er in dat verre land staat gedrukt.

Sommige bronnen zijn preciezer over de exacte lokatie van Franciscus' toespraak tot de gevederden en houden het op een gehucht verderop, in de richting van Cannara.

We pakken na wat zoeken het pad weer op, maar lopen vast. We kunnen kiezen tussen rechts en links van een stroompje. Lang lijkt onze keuze zo verkeerd nog niet, tot dat bruggetje in aanbouw. Het blijkt wel degelijk bedoeld voor het fietspad, maar het is nog net niet af. Even lijken we nu toch echt in de problemen, maar in de diepte ligt de redding. Het is een Indiana Jones-achtig geval dat over het stroompje leidt. Er ontbreekt dan wel een plank of wat, maar het houdt. Aan de overkant zijn activiteiten gaande die duidelijk maken dat hier ernst wordt gemaakt met de verdere aanleg van het pad.

Hoe dan ook, via Cannara geraak je heus wel in Assisi. Een kompas is daarvoor niet nodig. Franciscus' geboorteplaats ligt verderop als een baken op de berg. Die berg, de Monte Subasio, is een wat raar ding. Gezien vanuit de verte. Hebben we last van 'voorkennis' of is het spontaan dat we denken dat ie lijkt op het hoofd van een monnik, inclusief tonsuur. Bovenop is ie kaal en daaronder laat de Subasio een donkere kring van bomen zien. Als je jezelf op die kruin bevindt blijkt die kaalheid overigens maar beperkt. Het is er fascinerend, vol gras en halfwilde paarden.

Ondertussen trappen we door, richting Santa Maria degli Angeli. Daar staat ter ere van Franciscus een kolossale kerk. In feite is het een mega-verpakking voor een mini-kerkje. Het is de Porziuncola, een nietig huisje Gods dat door Franciscus is opgeknapt en waar, als een reusachtige stolp, later een basiliek overheen is gezet.

Volgens de overlevering is het hier dat Franciscus zich in een doornige struik wierp, om zich te pijnigen in zijn strijd tegen vleselijke verleidingen. Een kleine acht honderd jaar geleden. Maar ook nu nog doen mensen iets soortgelijks. Zo was door het 'fietsend lijden' van de herbergier in Spoleto de cirkel van dit verhaal opeens al rond bij ons vertrek.

Zelf gaan we eerst een hapje eten, vlakbij de basiliek. Op het menu staat 'Francescaans spek'. Hij moest eens weten, de man die ieder bezit afgezworen had. 'Zwemmen in het spek' staat in Italië voor grote rijkdom.

Als toetje wacht ons het zwaarste deel van de tocht. Omhoog naar Assisi. De fiets stallen en de bus nemen durven we niet. We gaan er namelijk vanuit dat ook Jan heeft doorgezet tot bovenop. Maar wel is de hitte inmiddels serieus. Bij de 'Mattonata' houden we het voor gezien. Het is een pelgrimsweg voor mensen te voet. Kaarsrecht leidt die tot aan de Poort van Sint Petrus. We stijgen af en duwen onze fietsen omhoog. Precies, denken we, zoals Jan het deed.

Het fietspad Spoleto-Assisi gaat (voor zover het bestaat) over een lengte van 45 tot 50 kilometer. Er bestaat een alternatief parcours, de 'Olijvenroute'. Die is iets langer en volgt de bergrand van het dal. Je kan dus eventueel via de ene route heen en de andere terug. Maar retour gaat ook heel goed met de fiets in de trein. In het indrukwekkende fort boven Spoleto werd lange tijd Ali A¿ca gevangen gehouden, de man die bijna slaagde in zijn opzet paus Johannes Paulus II te vermoorden.

Kijk voor meer informatie op over fietsen in Umbië op

www.regioneumbria.eu

Spoleto - Assisi
of www.bikeinumbria.it

Als je maar vaak genoeg in Italië bent, zoals wij, kun je iemand ontmoeten zoals Jan. Hoewel, van 'ons Jan' is er maar één. We zagen hem zwoegen, heuvelop. Met zijn vouwfiets, compleet met aanhangwagentje en hondje. Maar Jan fietste niet, hij duwde. Een beetje helling was hem te machtig. Zo was hij op weg van Brabant naar Assisi.

Aangezien we zeker wisten dat hij bij ons langs moest komen, maakten we een bordje vast aan een paaltje langs de weg. 'Meneer met vouwfiets en hondje, voor koffie linksaf' stond erop.

En aldus geschiedde.

Jan
Jan bleek met pensioen, maar wel zo modern dat hij de foto van het bordje vooruit zond naar het thuisfront. En wie schetste zijn verbazing toen bij terugkeer in De Peel de hele straat was uitgelopen, rond een spandoek met daarop: 'Meneer met vouwfiets en hondje, voor koffie linksaf'.

Joost Overhoff is auteur van 'Cacciucco / Een Mozaïek van Italië' (uitgeverij Atlas).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden