Fietsen in Amsterdam? Blijf dan vooral niet in de binnenstad hangen.

Amsterdam-West mag dan een slecht imago hebben, écht gevaarlijk is het ’s zomers in het centrum van de hoofdstad. Veel toeristen gehoorzamen dan aan wat de reisgids sommeert: huur een fiets en voel je één met de plaatselijke bevolking. Die blijft, uit overwegingen van verkeersveiligheid, liever uit de buurt van die zwalkende invasiemacht op gele tweewielers.

Gek eigenlijk: al die toeristen fietsen altijd maar rond op drie vierkante kilometer grachtengordel. Pittoresk, zeker. Maar wie echt geïnteresseerd is in de geschiedenis van de stad, moet eigenlijk geen rondje rijden, maar in een rechte lijn vanaf de Dam naar de buitenwijken gaan. Dan trekken alle opeenvolgende stadsuitbreidingen en bouwstijlen langs.

Eerst fiets je door de 19de eeuw, over de Raadhuisstraat, met een fraaie winkelgalerij, en de Rozengracht, die de smalle straatjes van de Jordaan doorsnijdt.

Fietsend via Oud-West naar De Baarsjes worden de straten breder. We betreden hier het domein van de socialistisch angehauchte architecten die begin twintigste eeuw reageerden op de slechte woonomstandigheden in wijken als de Jordaan. Die leidden maar tot moreel verval; architectuur was een belangrijk middel om het volk te verheffen.

In De Baarsjes lijkt dat soms even gelukt, bijvoorbeeld op het pleintje voor de prachtige Jeruzalemkerk van architect Jantzen. In de zon voetballen hier buurtkinderen vreedzaam temidden van de bakstenen Amsterdamse-Schoolarchitectuur uit de jaren ’20. Even verderop, op het Mercatorplein, wordt opborrelend geloof in de verheffingsutopie dan weer ruw verstoord door een authentiek Amsterdamse kijfruzie: „Wíe hep d’r hier gesegd dat ik een hoer ben?!”, wil een platinablonde vrouw op hoge toon weten. Het plein geniet gegêneerd mee terwijl ze een man op luide toon toevoegt dat „je ken doodfalle met je Fiagra”. Tijd om verder te fietsen.

Via de Hoofdweg, waar de architect Wijdeveld de gevels een hypnotiserende regelmatigheid heeft meegegeven, beland je in Nieuw-West. West ’buiten de ring’ is een gebied waar veel Amsterdammers alleen komen als ze er écht moeten zijn. Het staat symbool voor grootstedelijke problemen: de rellen op het August Allebéplein, een jungle van schotelantennes: logisch dat Mohammed B. hier radicaliseerde.

Toch kun je er prachtig fietsen, met een onlangs uitgekomen architectuur-fietskaart van de gemeente Amsterdam in de hand. In het register, met markante bebouwing uit heden en verleden, staan veel slordigheden. Evengoed is het een aardige gids naar het gebied. Op de kaart is Nieuw-West namelijk een zelfstandig gebied rondom de Sloterplas, geen verafgelegen buitenwijk.

Een gepast perspectief. Het Algemeen Uitbreidingsplan dat in de jaren ’30 door de strenge functionalist Cornelis van Eesteren werd opgesteld, en dat als blauwdruk gold voor de bebouwing, lijkt zich zelfbewust af te keren van de rest van de stad. ’Parade-architectuur’, was niet voor niets het schampere oordeel van Van Eesteren over de bouwsels van Berlage en de Amsterdamse School.

Inmiddels is Van Eesteren aan een revisie toe, en voltrekt zich een gigantische stedelijke vernieuwingsoperatie in Nieuw-West. Eerste tekenen daarvan zie je op het Bos en Lommerplein, waar de bouwputten en de hijskranen herinneren aan de Potsdamer Platz in Berlijn, een paar jaar geleden. En je angstig doen afvragen of Nieuw West hier niet wat veel hooi op de vork heeft genomen, na de recente commotie over bouwfouten.

De route op de kaart voert langs meer plekken die wachten op vernieuwing. Bij station De Vlugtlaan ligt een grasveld braak; er staat een vervallen keet die dienst doet als snackbar en de ouderwetse geur van ranzig geworden frietvet verspreidt.

De bebouwing in dit deel van de stad bestaat vooral uit open huizenblokken. Volgens Van Eesteren zouden die losstaande blokken veel licht doorlaten en de stad transparant maken. Die bouwvorm werd zo populair, dat Nederlandse architecten op een gegeven moment verleerd lijken te zijn om ’de hoek om’ te bouwen. Wie erop let, ziet dat twee haakse blokken vaak met knullig gemetselde muurtjes met elkaar verbonden zijn.

Het zijn niet alleen eentonige flats die je in West tegenkomt. Bij het Eendrachtspark wacht een aangename verrassing: het ’witte dorp’: een witgesausd buurtje uit de jaren ’80. Het ademt de gemoedelijke sfeer van een camping. Even verderop stuit je dan weer op een prestigieuzer project van architectenbureau MVRDV, of op een futuristisch object van Constant.

Wie in deze omgeving onhandig met een fietskaart staat te wapperen is een rariteit, maar wordt beleefd de weg gewezen door behulpzaam toeschietende hangjongeren. Op een zomerse dag lijkt het allemaal gemoedelijkheid troef rond de Sloterplas, schijnen de problemen van de grote stad mijlenver, en vraag je je af waarom dit deel van de stad eigenlijk op de schop moest.

Maar dan beland je bijvoorbeeld op het Sierplein – nomen est omen – en doet de troosteloosheid zich alsnog genadeloos gelden. Om het plein is een plastic aandoende winkelarcade gebouwd, met in het midden een paar fantasieloze staketsels, een verplicht nummer waarmee ongetwijfeld aan het één of andere quotum voor kunst in de openbare ruimte is voldaan.

Hier mag de sloopkogel wel huishouden. Toch doen Amsterdammers én bezoekers er goed aan om eens achter de ring te komen kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden