Fietsen geeft vluchtelingen weer toekomstperspectief

Vluchtelingen van het Marco Polo Wieler Team afgelopen zondag bij de start van een wielertocht voor vrede die begon bij het Haagse Vredespaleis. Vlnr: Firas Wardeh, Abdel Gebrehi, Wedeb Fikadu en Nahom Desale. Beeld Phil Nijhuis
Vluchtelingen van het Marco Polo Wieler Team afgelopen zondag bij de start van een wielertocht voor vrede die begon bij het Haagse Vredespaleis. Vlnr: Firas Wardeh, Abdel Gebrehi, Wedeb Fikadu en Nahom Desale.Beeld Phil Nijhuis

Onder de vluchtelingen die naar Europa trekken, zitten ook ex-wielrenners. Via oude contacten vinden ze elkaar, om in Nederland te fietsen in het Marco Polo Cycling Team. Fietsen geeft ze weer toekomstperspectief.

Firas Wardeh wijst naar een foto op het beeldscherm van zijn computer. Daar fietsen twee wielrenners in Syrië, op de achtergrond glooiende heuvels met wat lemen huisjes. Wardeh is de jongen met het gele shirt. De foto is een paar jaar geleden in zijn jeugd genomen, toen er nog geen oorlog was en hij ambities had om profrenner te worden.

Zijn fietsvriend, tegen wie hij vroeger wedstrijden reed, woont nog steeds in Damascus. Wardeh lacht. "Nu wint hij alles. Maar hij is zo'n beetje de enige die nog over is." De meeste talenten zijn vertrokken. Net als de 23-jarige Wardeh, die vijf jaar geleden één van de beste junioren van het land was.

Nu woont de wielerfanaat in Den Haag, na omzwervingen in Libanon, een vluchtelingenkamp in Libië en verschillende asielzoekerscentra in Nederland. Vier jaar raakte hij geen fiets aan, tot hij in contact kwam met het Marco Polo Cycling Team.

Crowdfunding
De ploeg was tot 2012 een semi-professionele opleidingsploeg voor talenten uit niet-traditionele wielerlanden, maar moest daarna stoppen uit geldgebrek. Twee maanden geleden is het team nieuw leven ingeblazen door Daniël Abraham, een van de wielrenners die vijftien jaar geleden uit Eritrea naar Nederland kwamen. Zijn oude ploeg gaat nu op basis van crowdfunding op amateurniveau door, speciaal voor vluchtelingen in West-Europa met een verblijfsstatus.

De renners hebben door te fietsen weer een doel in hun leven, en kunnen hun talenten verder ontwikkelen. Het contact met Nederlandse coaches helpt ze beter integreren in de samenleving.

Wardeh noemt zijn fietsmaatjes familie. Ook al is hij tot nu toe de enige Syriër en komen de andere renners uit Eritrea. Via WhatsApp heeft hij dagelijks contact met de jongens van wie de meeste verspreid in het land in verschillende asielzoekerscentra wonen.

Soms trainen ze samen, zoals vorige week zondag bij een fietstocht voor vrede in Den Haag. De tocht werd georganiseerd vanwege de aanslagen in Parijs. Voor het Vredespaleis, waar de koers van start gaat, vallen de drie Eritreeërs en een Syriër op tussen de veertig witte mannen die wachten voor vertrek. Mede-initiatiefnemer van het team, de Nederlander Gudo Kramer die de jongens als manager helpt, excuseert zich voor de vertraging van een half uur. "Sorry", lacht hij. "Ze moeten nog een beetje wennen aan op tijd komen."

Wielrenners in Eritrea, voorop Nahom Desale Beeld Mjrka Boensch Bees
Wielrenners in Eritrea, voorop Nahom DesaleBeeld Mjrka Boensch Bees

Dik ingepakt met extra mutsen onder de helm vertrekken de mannen aan het rondje van zo'n vijftig kilometer. Een kleine twee uur later komen ze tot op het bot verkleumd aan bij het appartement van Wardeh in de Haagse buurt Moerwijk. Hagel, wind, regen. Het Nederlandse weer went voorlopig niet, bibberen de mannen stuk voor stuk. Wardeh zet snel de verwarming aan en brengt zijn ploeggenoten een kop warme thee.

Bolletjestrui
In de gang staan de racefietsen, besmeurd met modder. Een van de renners heeft een vuilniszak over zijn kleren aan omdat hij zijn waterdichte jas op de weg is verloren. Met tweemaal een lekke band onderweg, en een valpartij, was het geen geweldig rondje voor vrede. In fietsopzicht dan, want de intentie was goed, vindt Nahom Desale. "Vrede is voor iedereen. Waarom doden mensen elkaar? Dat zal ik nooit begrijpen."

De 22-jarige Desale was een veelbelovend renner in Eritrea, waar wielrennen veruit de populairste sport is. Voor hij vertrok haalde hij hoge resultaten in verschillende koersen in de regio en kon leven van zijn sport. Het is zijn droom om een groot wielrenner te worden, net als Daniel Teklehaimanot, die dit jaar de eerste Afrikaanse drager van de bolletjestrui in de Tour de France werd.

Maar die 'duivelse' oorlog, zoals Desale het geweld in zijn land noemt, gooide roet in het eten. Hij vertrok begin dit jaar uit Eritrea en reisde via Soedan naar Nederland, waar hij in april aankwam. Zijn vrouw zit nog in Oeganda. Hij hoopt op familiehereniging, waarvoor hij een verzoek heeft ingediend. "Ik had daar geen vrijheid, geen mensenrechten. En als je er iets van zegt, doden ze je broers."

Desale is niet de enige topsporter uit Eritrea die er zo over denkt. Drie jaar geleden besloot het voltallige Eritrese nationale elftal na een toernooi in Oeganda niet terug te keren naar hun geboortegrond waar op grote schaal mensenrechten worden geschonden. De voetballers zitten nu in Gorinchem.

Perspectief
Ex-fietsers zijn er ook in overvloed in Europa door de grote stromen asielzoekers uit zijn land. Dat bood perspectief voor een nieuw team, dacht Daniel Abraham, die voor zijn landgenoten uit Eritrea een groot voorbeeld is en hen helpt aan fietsen en wielerkleding. De 30-jarige renner is al vijftien jaar in Nederland, en timmert hard aan de weg om zich voor de Paralympics te plaatsen. Door een beenbreuk in zijn jeugd heeft hij een kleine beperking, waardoor hij als paralympisch atleet wedstrijden op de baan rijdt.

Desale hoorde via zijn vrienden in het asielcentrum in Alkmaar dat er weer jongens aan het racen waren. Hij zocht contact met Abraham en de rest volgde vanzelf. De racefiets waarmee hij vroeger koerste, had hij verkocht om zijn reis te betalen.

In Alkmaar maakte Desale eerst veel ritjes op een stadsfiets om wat te doen te hebben. "Ik maakte heel lange tochten. Voor de fun." Zijn medebewoners zag hij weinig. Die lagen volgens hem vooral op bed om te wachten tot de dag voorbij was. "Druk zijn is beter", lacht Desale, die ook drie dagen per week een werkervaringsplek heeft bij een instelling die oud gereedschap verzamelt voor Afrikaanse landen.

Toen de renner van een vriend uit Amsterdam een exemplaar kreeg om mee te koersen, begon hij weer serieus te trainen. De fiets was iets te groot, maar voldeed. "Nu wil ik prof worden en racen in de grote wedstrijden."

Sportdocent
Die ambitie heeft zijn Syrische ploeggenoot Wardeh ook. Maar mocht blijken dat zijn trainingsachterstand inmiddels te groot is, dan stopt hij ermee. Dan wil Wardeh studeren en sportdocent worden, zodat hij jonge talenten kan opleiden. "Ik heb veel tijd verloren in Libanon, Libië en op al die andere plekken. Het is nog steeds mijn droom om prof te worden, maar ik wil niet meer wachten op iets wat niet komt."

Als Wardeh in Nederland op de fiets zit, voelt hij zich verbonden met zijn oude leven. Ook al lijken de vlakke weilanden in geen enkel opzicht op de heuvels rond Damascus die hij vroeger met de fiets trotseerde.

Dat landschap liet hij in 2011 achter zich om in Libanon te wachten tot de oorlog voorbij was. Vechten wilde hij niet. De wielerfanaat dacht dat hij twee of drie maanden van huis zou zijn tot het weer veilig was en hij kon terugkeren naar zijn familie.

Maanden werden jaren. En de oorlog werd steeds erger. Wardeh bleef drie jaar in Libanon, waar zijn leven voor zijn gevoel stilstond. "Het was werken en wachten. Meer kon ik niet doen. Ik schoot helemaal niets op." Om rond te komen, had hij verschillende baantjes. Wardeh werkte onder meer als accountant, bij een juwelier en als ober in een restaurant. Voor fietsen was geen tijd.

Firas Wardeh (r.) met vriend in Syrië. Beeld
Firas Wardeh (r.) met vriend in Syrië.Beeld

Vorig jaar vertrok hij naar Europa. "De situatie werd steeds erger in Syrië. Ik wilde naar een plek waar ik een toekomst kan opbouwen." Vanuit Libanon reisde hij naar Libië, waar hij enige tijd in een vluchtelingenkamp verbleef. Daarna ging hij per boot naar Italië en van daaruit per trein naar Nederland, waar hij bijna een jaar van het ene naar het andere asielzoekerscentrum trok.

Contact
Over wat hij heeft meegemaakt tijdens zijn vlucht wil hij liever niet vertellen. De herinneringen zijn te pijnlijk. Het nieuws op tv kijkt hij ook niet meer. "Ik kan niet geloven wat er allemaal gebeurt. Syrië is het middelpunt van oorlog en mijn familie zit ertussenin. De mensen die weg kunnen gaan, zijn al vertrokken. De rest is aan hun lot overgelaten."

Via internet houdt hij contact met zijn ouders in Damascus. Eén van zijn drie zussen is naar Libanon gevlucht, twee broertjes en twee andere zussen wonen nog in de Syrische hoofdstad. Zijn broertje van vijftien is een paar weken geleden in Nederland aangekomen en zit op de bank op zijn telefoon te spelen, terwijl Wardeh door zijn jeugdfoto's bladert.

Hij wijst naar een beeld van een groepsfoto met zijn oude teamgenoten. Wardeh hoorde dat er nu een paar in Duitsland zitten. Dat geeft hoop. Misschien kunnen ze binnenkort weer samen een tocht maken.

Sportbonden zetten zich wereldwijd in voor vluchtelingen

In de kantine in het FBK-stadion in Hengelo liggen sinds kort dozen en tassen met gebruikte sportkleding. Gedoneerd door mensen van de atletiekvereniging Marathon Pim Mulier, speciaal voor de vluchtelingen van asielcentra Azelo en Almelo. Sinds een paar weken sporten ze in het stadion, één van de vele sportactiviteiten die onlangs zijn opgericht voor vluchtelingen.

Ook NOC-NSF gaat zich inzetten voor deze groep. De sportkoepel heeft 100.000 dollar gekregen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat wereldwijd twee miljoen dollar wil besteden aan sport voor vluchtelingen. Het IOC wil het voor elkaar krijgen dat olympische atleten die hun land zijn ontvlucht, toch mee kunnen doen aan de Olympische Spelen in Brazilië volgend jaar zomer. Ze kunnen meedoen onder een statenloze 'olympische vlag'. In navolging van die actie wil NOC-NSF vluchtelingen die in aanmerking komen voor olympische deelname, een kans bieden om zich op Papendal voor te bereiden op Rio.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden