Fien Troch: Belgisch underdog-gevoel is impuls voor interessante films

Filmmaakster Fien Troch, met achter haar actrice Emmanuelle Devos. (Trouw) Beeld
Filmmaakster Fien Troch, met achter haar actrice Emmanuelle Devos. (Trouw)

De Belgische filmmaakster Fien Troch is nog maar 31, maar weet wel raad met zware thema’s. Troch: „Ik schrijf een script met mijn buik en daarna ga ik lezen met mijn verstand”.

Een dochter is verdwenen, haar ouders moeten voort. Vier jaar later is het verlies er nog steeds, maar benoemd wordt het niet meer. Het heeft zich verstopt in een donker hoekje om op onverwachte momenten iedereen aan het schrikken te maken.

De jonge Belgische filmmaakster Fien Troch (31) weet wel raad met wanhoop die door de kieren naar buiten dringt. Troch maakte eerder indruk met haar debuutfilm ’Een ander zijn geluk’ waarin een aanrijding met doorrijden de opmaat vormde voor een portret van een kleine dorpsgemeenschap vol lieden die allemaal liever op de vlucht slaan dan het leven onder ogen zien. In haar tweede film gaat Troch voort op die lijn: het grote gemis dient ze op in kleine delen.

Uw vorige film was in het Nederlands, deze is in het Frans. Vanwaar de ommezwaai?

„Dat had vooral met de acteurs te maken. Ik vond Emmanuelle Devos al lang een heel interessante actrice. Ik zocht naar een gezicht waar je niet op uitgekeken raakt. Ze speelt een passieve vrouw, die weinig doet, weinig zegt. Dat moet je niet gaan irriteren. Haar gezicht houdt iets mysterieus; maar ze suggereert ook veel met haar mimiek. Ze kan wel honderd dingen tegelijk denken.

Ze vormt ook een mooi contrast met Bruno, die meer een blok beton schijnt. Toen Devos ’ja’, zei werd de film dus Frans. Als ze nee had gezegd had ik misschien wel een Vlaamse actrice gezocht. Maar Frans is ook wel mijn tweede taal, vertrouwd. Ik was niet naar een Chinese actrice gaan zoeken als Devos had geweigerd.”

Hoe komt u van het gegeven van het vermiste meisje naar de situaties die de ontwrichting van dit gezin uitdrukken: de omgevallen boekenkast, de vochtplek, de dode hond op straat?

„Die weg loopt eigenlijk andersom. Ik noteer altijd losse scènes die in mij opkomen, bijvoorbeeld die van de oude man die onder zijn eigen boekenkast belandt, zonder dat zo’n scène dan nog enige betekenis heeft. Soms begint het zelfs nog eerder met alleen een beeld, of een mooie beweging die in mij opkomt.

Pas dan ga ik bedenken wat ik kan vertellen met die beweging. En vervolgens ga ik nadenken in welk verhaal ik die situatie kwijt zou kunnen. Je zou kunnen zeggen dat ik met de buik een script schrijf, heel intuïtief, en daarna ga ik lezen met mijn verstand. Dan probeer ik het verhaal concreter te maken zonder dat ik verraad wat ik eerder intuïtief probeerde te raken.”

„Delen van dit script bestonden al ver voor mijn vorige film. Ik wilde toen iets schrijven over de moeizame communicatie tussen man en vrouw. Ik verzamelde situaties en later ben ik pas gaan nadenken over wat er dan precies gebeurd was, waar deze man en vrouw in gevangen zitten. Toen viel mijn oog op de posters van de vermiste kinderen die in België overal op de stations hangen. Dat werd het onuitgesprokene waar deze twee mensen omheen bewegen.”

De film geeft je meer toegang tot haar, dan tot hem. Hij boezemt angst in. Was dat een vooropgezet plan?

„Het gaat mij toch het meest om de combinatie van hen beiden. Zij probeert één te geraken met wat er gebeurd is. Ze wil eigenlijk graag dat iemand haar zegt dat haar dochter dood is, ook al kan dat niet met zekerheid worden aangetoond. Ze wil in de leugen geloven. Ze wil verder. Ze stort zich ook op die vochtplek in het plafond. Ze wil eigenlijk alles doen om voor zichzelf te kunnen blijven liegen. Hij kan dat niet. Hij blokkeert. Hij gaat zoeken. Zijn hoofd zit vol met zijn dochter. Alles om hem heen vergeet hij.”

In de wijze waarop deze mensen gevangenzitten, herinnert de film bijvoorbeeld aan ’Caché’ van Haneke. Alleen de strenge moraal ontbreekt.

„Ik bewonder Haneke om zijn radicaliteit en hardheid, maar ik ben een veel gevoelsmatiger filmmaker. Deze film is gebaseerd op de onmogelijkheid om nog over zoiets te spreken. Een belangrijke conclusie is dat de liefde er nog wel is, maar dat er geen vorm meer is; geen weg om dat aan elkaar te laten zien. Maar het gaat mij niet om de moraal. Het gaat om een ’tranche de vie’, geen les. Zo leven deze twee mensen.”

Het gaat goed met de Belgische cinema. Voelt u zich een Belgische filmmaakster?

„Tja. Ik zou eigenlijk niet goed weten wat dat is. Ik ben natuurlijk wel apetrots dat de Dardennes ook uit België komen (lacht). En er is zeker sprake van een ’boost’ nu. Maar het zijn allemaal ook wel heel uiteenlopende films. Er is niet zoiets als een Dogma-stroming in België. Er is ook niet zoiets als een Belgisch gevoel. België is eigenlijk al heel lang een rommeltje. De hele Belgische geschiedenis wordt er al gezocht naar die Belgische identiteit. Maar misschien dat dat underdog-gevoel ook wel een impuls is die nu voor interessante dingen zorgt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden