Fictie vermeerdert kennis van arts

Een arts raadpleegt Vestdijk niet bij een dilemma. Of Beckett bij hardlijvigheid. Maar literatuur zet haar of hem wel aan het denken en maakt kritisch jegens eigen overtuiging. En de patiënt gebruikt het als ijkpunt.

Frans Meulenberg en Inez de Beaufort

In zijn column 'Arts & Bellettrie' van 3 oktober verwerpt Bert Keizer het nut van de schone letteren voor de arts. Hij toetst drie toepassingsgebieden: literatuur geeft behandeladviezen, bevat wenken voor wetenschappelijk onderzoek en/of bevordert dat een arts milder wordt.

De twee eerste wijst hij terecht en speels van de hand. Ook de derde wijst hij af, want 'leeftijd is een veel sterkere vermilderaar dan literatuur'. Natuurlijk raadpleegt een arts Vestdijk niet als hij een concreet dilemma heeft, maar wat maakt een goede dokter? Dat is iemand wiens standpunten, kennis en houding doordrenkt zijn door ervaring: wat hij zag, hoorde, las en ervoer. Hij is gevoed door werkelijkheid én fictie. Literatuur leert gevoeligheden voor het perspectief van de ander.

In Nederland heeft literatuur geen plaats in de artsenopleiding. Helaas. Waarom? Omdat literatuur studenten op een andere manier in aanraking brengt met de ervaringen van patiënten, van andere artsen en eventuele dilemma's. Wat iemand van multiple sclerose (MS) moet weten, kan hij uit leerboeken halen. Om een idee te krijgen wat het betekent MS te hebben, kun je terecht bij literatuur (zoals Renate Rubinsteins 'Nee heb je!').

Wat geldt voor literatuur, geldt voor alle fictie. De film 'Leaving Las Vegas' geeft inzicht in wat iemand kan bezielen die zich dooddrinkt. Fictie levert geen pasklare oplossingen, maar het zet artsen aan het denken en bevrijdt hen misschien uit een eenzijdig medisch denkraam. Ze laat hen meer begrijpen van de eigen overtuigingen en die van anderen, waardoor zij weer kritisch worden jegens de eigen overtuigingen. Ze is daarmee een vorm van kennis-overdracht.

Fictie is soms zelfs bepalend voor het publieke beeld: 'One flew over the cuckoo's nest' (psychiatrische inrichting), 'The singing detective' (psoriasis), 'Hersenschimmen' (dementie) en de boeken van Primo Levi (kampervaringen), zijn ijkpunten. De persoon, bezorgd om zijn dementerende ouder, die zich bij zijn dokter meldt met de roman 'Hersenschimmen' in de hand, zit niet te wachten op een reactie als: 'Ach, dit is slechts literatuur...'.

Het stuk van Keizer ontspoort al bij het tweede woord: 'Zou u Beckett raadplegen voor hardlijvigheid?' Let wel: in zijn hele stuk spreekt hij over de rol van de dokter, maar in zijn retorische opening richt hij zich tot de lezer. En deze lezer put ontroering en kennis plus herkenning of troost uit fictie.

Lezers worden uiteindelijk allemaal patiënten, dat is een consequentie van ons leven. Dus ook artsen. Met het stijgen van de leeftijd worden zij mogelijk 'milder', zoals Keizer stelt, maar ze krijgen dus ook maagklachten, hoest-jes, prostaatklachten (Bert, lees in dat geval 'Veertig' van Kees van Kooten) en ernstiger aandoeningen.

Bert Keizer is een wijs, beminnelijk en almaar zijn beslissingen heroverwegende arts en dus een goede dokter. Echter, als columnist neemt hij in deze bijdrage de gedaante aan van een slang die kronkelt langs rationeel struikgewas. Na een paar mislukte pogingen hapt de slang Keizer uiteindelijk toch toe: in zijn eigen staart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden