Fiat-baas Agnelli, man zonder principes

AMSTERDAM - Zijn allerlaatste pleidooi zal Gianni Agnelli, bijgenaamd l'avvocato, tien tegen een verliezen. In de dood kan de Fiat-patriarch zijn familie niet langer beletten om zijn geliefde autofabrieken te verkopen. Fiat Auto is een bodemloze put geworden, waarin jaar in, jaar uit miljarden euro verdwijnen.

Guido Goudsmit

Gianni Agnelli (Turijn, 1921) had zijn hart verpand aan de fabricage van de Italiaanse auto. Voor de 70 familieleden die vandaag de dag onder aanvoering van broer Umberto Agnelli (1934) het Fiat-conglomeraat besturen -als de commanditaire vennootschap G. Agnelli & Co met een controlerend belang van 30 procent- ligt het een slag anders. Zij gebruiken Fiat vooral om geld te maken, om dat vervolgens te investeren in weer andere geldmakers als banken, telecom, Club Méditerranée, de wijn Château Margaux. Topstuk: voetbalclub Juventus.

Formeel kwam aan het tijdperk van Gianni (Giovanni) Agnelli al in 1996 een einde, met zijn aftreden als bestuursvoorzitter, maar dit was Italië. Zijn opvolgers, Italianen die in het Amerikaanse bedrijfsleven waren groot geworden, bleven rekening houden met de wil van de oude man. Fiat, als fabriekje opgericht in 1899 door Gianni's grootvader, was in feite Gianni's levenswerk. Zijn ondernemerschap bezorgde de Turijnse autofabrieken een bijna-monopolie op de Italiaanse markt. Daarbij maakte hij vijanden: ,,Agnelli betekent 'lammeren', maar voor veel Italianen waren de Agnelli's wolven'', zei de socioloog Franco Ferrarotti. ,,Ze beroofden de gemeenschap.''

Agnelli was als vooraanstaand lid van de Italiaanse elite -zijn moeder was een Piemontese prinses, zijn vrouw een Napolitaanse prinses- als geen ander bij machte de politici in Rome naar zijn hand te zetten. Hij had lang voor mediamagnaat Silvio Berlusconi op het toneel verscheen, al zijn eigen spreekbuizen om zijn versie van het verhaal te vertellen. De rechtse kwaliteitskrant La Stampa was eigendom van Fiat, terwijl zijn zwager uitgever was van La Republicca.

De Amerikaanse journalist Alan Friedman, auteur van 'Agnelli and the Network of Italian Power', noemt Giovanni Agnelli het typische product van het Italiaanse corporatisme. De Italiaanse staat legde na de oorlog ondernemingen die belangrijk waren voor de wederopbouw geen strobreed in de weg; antikartelwetgeving ontbrak, en een fatsoenlijke scheiding tussen de financiële en politieke macht was in de ogen van de toen heersende christen-democraten overbodig. Volgens Friedman had Fiat bij alle Italiaanse kabinetsformaties, tot en met de laatste, 'een vinger in de pap'.

Agnelli schiep een staat in de staat, en gebruikte zijn macht om van het Italiaanse bankwezen leningen los te krijgen die voor verder niemand waren weggelegd. Maar hij was ook anderszins praktisch: als werkgeversvoorzitter in de jaren zeventig, toen Italië door extreem-linkse terreur werd opgeschrikt, sloot hij een loonakkoord met de communistische vakbonden. Dat vervolgens de inflatie uit de hand liep, en kleinere bedrijven over de kop gingen, leverde hem eerder meer dan minder invloed op.

Giovanni Agnelli, avvocato en jurist, ging niet als een principieel man door het leven. Enkele jaren geleden zei hij in een lezing over de Monetaire Unie dat de rol van de staat in de economie moet worden teruggedrongen en de overheid zich uit het Italiaanse bankwezen moet terugtrekken. Het past Agnelli, die zijn loopbaan in de oorlog was begonnen als fascistisch officier in het leger van Mussolini. Om in 1943 op goed geluk bij het Italiaanse verzet te eindigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden