Fiat alleen aan het stuur bij Chrysler

Noodlijdende Italiaanse autofabrikant hoopt te profiteren van succesvolle Amerikaanse collega

Het kan raar lopen. Het kleine verlieslijdende Fiat uit Turijn koopt het trotse winstgevende Amerikaanse Chrysler, zo werd op 1 januari bekend. Het Italiaanse autoconcern was al meerderheidsaandeelhouder van het bedrijf uit Michigan, maar koopt nu ook de overige 41,5 procent van de aandelen, en wel voor 3,65 miljard dollar. De Italianen hopen, door te profiteren van de Amerikaanse markt die weer booming is, ook de eigen Fiatfabriek weer gezond te krijgen.

Voor de Italiaanse Fiatbaas Sergio Marchionne bood de Amerikaanse kredietcrisis een buitenkansje: het grote, monumentale Chrysler stond in 2009 op omvallen. Marchionne speelde voor reddende engel door een meerderheid van de aandelen te kopen. De overige aandelen kwamen in handen van VEBA Trust, het gezondheidsfonds van de Amerikaanse vakbond UAW, dat in de auto-industrie actief is. Fiat wilde Chrysler sindsdien dolgraag helemaal overnemen, maar kon het niet met VEBA Trust eens worden over de prijs. De Amerikanen vonden hun aandeel meer waard dan wat de Italianen wilden bieden. Zij dreigden hun deel naar de beurs brengen, om zo meer te vangen. Fiat begon een juridische zaak om een rechter te laten oordelen wat de juiste prijs zou zijn voor het aandelenpakket, maar zover is het niet gekomen. Deze week was er plotseling toch een akkoord.

Voor Marchionne is dit een geweldige overwinning. Hij kan nu Fiat en Chrysler laten fuseren, waardoor de op zes na grootste autoproducent ter wereld ontstaat. Fiat stelde sinds het in bezit kwam van de aandelen technisch know-how ter beschikking en kreeg in ruil daarvoor steeds meer aandelen. De samenwerking was succesvol; Chrysler schrijft al meer dan twee jaar weer zwarte cijfers, alleen al 464 miljoen dollar winst in het laatste kwartaal. De Jeep Grand Cherokee van Chrysler en de pick-up trucks behoren tot de modellen die het meest profiteerden van de Amerikaanse rennaissance.

Door de fusie kan Marchionne geld pompen in het eigen Fiat, dat al sinds 2009 opgeteld twee miljard euro verlies lijdt. De verkoop in Europa lag vorig jaar bijna de helft lager dan in 2009. Het marktaandeel in Europa daalde in die periode van 9,3 tot 6,2 procent. Tot Fiat behoren ook de Italiaanse merken Alfa Romeo en Lancia. Behalve in Europa, verkoopt Fiat zijn modellen vooral in Zuid- en Midden-Amerika. Marchionne hoopt dat beide bedrijven door de samensmelting competitiever worden en een groter wereldwijd bereik krijgen. Dat gaat nog hard werken worden voor de Italianen. Zij nemen het op tegen veel grotere en rijkere rivalen als het Duitse Volkswagen, het Japanse Toyota, en de Amerikaanse autofabrikanten General Motors en Ford.

Italië is met Fiat, maar ook ook met Maserati, Ferrari en Alfa Romeo een echt autoland. Maar het gaat met alle Italiaanse automerken moeizaam. Vorig jaar liep de productie van auto's met de Italiaanse nationaliteit met 15 procent terug tot 671.000 stuks. Ook voor dit jaar wordt weer een krimp verwacht.

Klein is nu niet fijn
Frankrijk, het tweede autoland van Europa, staat er belabberd voor. Volgens de Europese Associatie van Automobielfabrikanten daalde in 2012 het aantal bestelde nieuwe auto's in Frankrijk met 13,9 procent. In de gehele EU was die daling 8,2 procent. De binnenlandse productie liep met 12,3 procent terug tot 1,96 miljoen auto's, gevolgd door een daling van 20 procent in de eerste helft van 2013.

Dat het in de Franse auto-industrie zo slecht gaat, heeft te maken met het grote aantal kleine en middelgrote auto's dat wordt gemaakt. Deze kennen lage winstmarges. Ook zijn er te grote voorraden. En de Franse vakbonden zijn sterk, waardoor reorganiseren moeilijk en duur is.

De belangrijkste concerns: Renault en Peugeot-Citroën, zitten in de problemen. Ze moesten in 2012 duizenden werknemers ontslaan. Renault-topman Carlos Ghosn kon zelfs de vraag of Renault over vijf of tien jaar nog bestaat, niet bevestigend beantwoorden. Peugeot-Citroën moest dit jaar de financiële hulp inroepen van de chinese autofabrikant Dofeng Motor Group, dat daardoor een fors belang in het Franse bedrijf verwierf.

Export herleeft
Na enkele rampzalige jaren draait de Britse auto-industrie nu weer goed. In 2012 exporteerde het Verenigd Koninkrijk voor het eerst sinds 1976 meer auto's dan het importeerde.

Autofabrikant Jaguar Land Rover bijvoorbeeld maakte een winst van 2 miljard euro en verkocht in 177 landen 360.000 voertuigen, een stijging van 30 procent in vergelijking met het jaar ervoor. Vier jaar geleden draaide het bedrijf nog een verlies van 600 miljoen euro.

Van de beroemde Britse merken bestaan de meeste nog. Maar ze zijn niet meer in Britse handen. Jaguar en Land Rover zijn in handen van het Indiase autobedrijf Tata Motors. Aston Martin werd eerst overgenomen door het Amerikaanse Ford en is nu van een internationaal consortium. Bentley (Volkswagen), Mini (BMW) en Rolls Royce (BMW) hebben Duitse eigenaren. Lotus is in het bezit van het Maleisische Proton en MG is van het Chinese staatsbedrijf SAIC Motor. Van de bekende merken zijn alleen McLaren, maker van raceauto's, en oldtimer-fabrikant Morgan nog 'echt' Brits.

De kampioenen
Duitse auto's blijven onverminderd populair. De productie van auto's in Europa's grootste autoland steeg in 2012 met 5 procent. Dit zat hem vooral in de export: die steeg met 11,5 procent, terwijl de productie voor de Duitse markt terugliep met 3,7 procent en die voor de eurozone zelfs met 12,7 procent. De export naar Azië steeg met maar liefst 18,8 procent.

Het grootste merk is Volkswagen, dat tussen januari en juni 2013 ruim 2,9 miljoen auto's verkocht. Het is niet alleen de grootste automaker, maar ook het grootste bedrijf in Duitsland überhaupt.

Ook BMW, nummer twee, deed het goed. De Beierse autobouwer meldde een plus van bijna 8 procent naar ruim achthonderdduizend stuks. Iets kleiner was de groei in verkoop bij Audi (onderdeel van Volkswagen) en Mercedes, maar ook zij zagen groei.

Opel was het enige Duitse merk met een min. De dochter van General Motors mag alleen auto's in Europa verkopen, terwijl de Aziatische markt juist booming is. Opel verkocht in eerste kwartaal van vorig jaar 544 duizend wagens. Dat is 5,2 procent minder dan in dezelfde periode van 2012.

Chinese wensen
De Zweden hoeven het niet meer te hebben van hun ooit zo bloeiende auto-industrie. Volvo is gekocht door de Chinese autofabrikant Geely en het roemruchte Saab ligt al twee jaar op apegapen.

Volvo schrapt de komende jaren honderden banen, met name in Zweden, omdat het de productie in Europa terugschroeft. Het gaat zich richten op de Chinese markt. In plaats van degelijkheid, wil de Chinese eigenaar de boer op met meer bling bling en technische snufjes omdat de Aziatische consument daar meer op aanslaat. Merken als BMW en Mercedes zijn er statussymbolen.

Saab daarentegen is wel weer voor een deel in Zweedse handen. Het ging mis toen het oer-Zweedse merk in 2000 in handen kwam van het Amerikaanse General Motors. Het Nederlandse Spyker heeft daarna tevergeefs geprobeerd het merk te redden.

Met hulp van Japanse en Chinese investeerders rolt binnekort toch weer de eerste Saab 9-3 van de band in de fabriek in het Zweedse Trollhättan. Daarna wil Saab zich toeleggen op elektrische auto's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden