Column

Feyenoord wordt kampioen omdat het de meeste betrouwbare spelers heeft

Beeld Maartje Geels

Voetbalanalist Kenneth Perez kent als Deen niet alle ins en outs van onze taal. Begin dit jaar noemde hij Feyenoorder Jens Toornstra aan de tafel van Fox met enige aarzeling betrouwbaar, een betrouwbare speler. Hij keek vragend in het rond: was dat het juiste woord?

Ik knikte hem toe: prima woord, vond ik. Maar daar dachten mijn tafelgenoten anders over. Dat was te weinig eer voor de speler die Dirk Kuijt uit de basisopstelling aan het spelen was. Toornstra, de clubspeler, werd groot gemaakt, groter en groter.

Is Feyenoord een bijzondere kampioen? Natuurlijk. De hunkering van het legioen, dat zijn lijden ook zo graag cultiveerde in de achttien jaar zonder landstitel. De heftig bekritiseerde directeuren Eric Gudde en Martin van Geel, die stug doorwerkten en in de achterste rijen op het bordes boven de Coolsingel de zoetste genoegdoening mogen smaken. Kuijt – zijn terugkeer is niet zo glorieus als die van Frank Rijkaard bij Ajax en Phillip Cocu bij PSV, maar (na de beker) twee prijzen in twee jaar: ze ­kunnen in sierletters op het cv.

Heeft Feyenoord bijzondere spelers? Nee. Verdediger Rick Karsdorp en middenvelder Karim El Ahmadi werden ook al groot gemaakt. Maar de eerste is voorlopig een nog wat wilde rechtsachter en oud-Feyenoorder Henk Fraser zei treffend dat elke prof in die zone moet kunnen wat de tweede doet. Topscorer Nicolai Jørgensen is een uitstekende aankoop, maar daarmee nog geen bijzondere voetballer.

Misleidende karikaturen

Persoonlijk noem ik spelers als Toornstra graag plichtsgetrouw, wat ook gauw niet wordt verstaan als het compliment dat het is. Plichtsgetrouwe spelers zijn over een heel seizoen van meer waarde dan grillige paradepaardjes, en een kampioenschap wordt in een heel seizoen gewonnen.

Nee, dit is niet bedoeld als de eeuwige sjablonen: Feyenoord als de ‘werkende’ ploeg en (onvermijdelijk dan) Ajax als de ‘voetballende’. Voor de goede verstaander nemen juist hoofdrolspelers in ons voetbal afstand van die zo lang misleidende karikaturen – alsof dat van elkaar gescheiden zou zijn of zou kunnen worden: ‘werken’ en ‘voetballen’.

Feyenoord-trainer Giovanni van Bronckhorst zei eind februari na de 2-1 zege op PSV over de onverzettelijkheid van zijn verdedigers dat dat erbij hoort – nee, niet alleen bij Feyenoord, bij voetbal. In zijn vierde of vijfde zin zei hij dat Feyenoord ook best wel goed kan voetballen, maar zonder dat andere, was de impliciete boodschap, kan dat weinig waard zijn.

Nee, dat is op zich niets bijzonders, een abc’tje. Maar het belang school erin dat juist de trainer van Feyenoord dat ongeremd benadrukte, zonder een zweem van zorg dat zijn ploeg daarmee weer vooral als de ‘werkende’ zou worden afgeschilderd – zonder de in Nederland diepgewortelde behoefte ook om het accent op het ‘voetbal’ te leggen.

Precies wat het beschimpte KNVB-plan wil

Die behoefte voelt Ajax-trainer Peter Bosz meer. Hij mag er trots op zijn als het lukt, als Ajax mooi voetbalt. Maar deze week zei hij, juist hij, dat er met ‘overleven en winnaarsmentaliteit’, vooral in Europa getoond, iets belangrijks aan Ajax is toegevoegd.

Niet iedereen zal het willen horen, weten of zien, maar de trainers van Feyenoord en Ajax (en die van PSV al veel eerder) zeggen wat in het beschimpte KNVB-plan staat: dat goed voetbal niet kan bestaan zonder (meer) inhoud. Die van Feyenoord kon ze dit seizoen het best combineren, omdat hij (ja, Kenneth Perez) de meeste betrouwbare spelers had.

Als een landstitel iets moet ­leren, kan dat de les van deze zijn: hoe een compliment dat is, een betrouwbare voetballer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden