Feyenoord is meer dan voetbal

Beeld ANP

De een is Feyenoord-fan tot in zijn haarvaten. De ander houdt zielsveel van Ajax. Twee Trouw-redacteuren blikken vooruit op de ontknoping in de eredivisie.

Adri Vermaat

Adri Vermaat is redacteur media en Ombudsman bij Trouw. Hij gaat al 55 jaar trouw naar de Kuip en bezoekt sinds 1993 de uitduels van Feyenoord.

Adri Vermaat Beeld Maartje Geels

Pal naast mijn bed staat al decennialang een koperen scheepstoeter waaromheen een roodwitte sticker is geplakt. ‘Landskampioen 1974’, staat er op de tekst rond het logo van Feyenoord.

De toeter is 55 jaar oud en is een van mijn kostbaarste bezittingen. Emotioneel dan, want mijn ouders betaalden er destijds misschien vijf gulden voor.

Het was de tijd nog, waarin jongens achter het doel in De Kuip bij een doelpunt van Feyenoord zulke toeters aan hun mond zetten. Zelf heb ik de toeter nooit meegenomen naar het stadion. Ten eerste moest ik naast mijn vader op de Maastribune zitten. Ten tweede ben ik altijd heel zuinig op de scheepstoeter.

Bijna vijftien jaar heb ik er niet op geblazen. Er was geen specifieke aanleiding voor. Twee dagen voor wat de kampioenswedstrijd tegen Excelsior moest zijn, hield ik vanaf het balkon een test of het blaasinstrument het nog deed. En verdraaid, kater Karel schrok zich een ongeluk van de geluidsexplosie en verschool zich langdurig onder een stoel in de badkamer.

De voorlaatste keer dat ik de toeter gebruikte was 8 mei 2002, de dag waarop Feyenoord door winst tegen Borussia Dortmund (3-2) in de eigen Kuip de Uefa Cup won. Voor het Legioen werd dat een open zenuw. Twee dagen eerder was Pim Fortuyn vermoord. Uit piëteit en vanwege het verdriet was een huldiging op de Coolsingel geschrapt.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

De toeter van Adri Vermaat. Beeld rv

Droefheid en vreugde

Hoe begrijpelijk en terecht dat besluit van burgemeester Ivo Opstelten ook was, zeer deed het in de mengeling van zoveel droefheid en vreugde. Dat ‘zeer’ nam toe naarmate de jaren verstreken en Feyenoord geen kampioen kon, wilde of mocht worden.

Ach ja, Feyenoord en die toeter, je reinste bijgeloof en toch zoveel waard. Voor vertrek naar de schermen in De Kuip, afgelopen zondag, heb ik er op het balkon drie maal krachtig op geblazen. Drie keer was volgens een oude traditie, die stamt uit 1970, toen Feyenoord op 6 mei als eerste Nederlandse club de Europa Cup voor landskampioenen won.

Het volume van de toeter was zondag kwart over twaalf fantastisch en beloofde een titel. Ruim drie uur later, toen Excelsior de aanstaande kampioen eigenlijk wegspeelde, was het sprookje van Feyenoord niet eens een thriller of tragedie, maar een verwarrende nachtmerrie.

Er waren supporters die in De Kuip en op pleinen huilden. Vermoedelijk waren zij onervaren. Senior supporters van Feyenoord huilen niet om een verliespartijtje, terwijl het kampioenschap in eigen hand ligt. Geharde supporters laten tranen als Feyenoord écht kampioen is. Of als hun helden het veld opkomen en een bomvol stadion het ‘Hand in Hand Kameraden’ inzet.

De altijd optimistische psycholoog en seizoenkaarthouder uit de omgeving van Zwolle die met zijn zoon op vak N, rij 11, voor ons zit, vertelde zondag dat zij in het centrum van Rotterdam een hotelkamer hadden geboekt. Dan konden ze maandag 12.00 uur lekker naar de huldiging op de Coolsingel. Ze vroegen hoe laat ze daar het beste konden zijn. ‘Vroeg hoor’, antwoordde ik. ‘Uiterlijk tussen acht en negen uur.’ Na de deceptie hebben we alleen ‘Tot volgende week tegen Heracles’ tegen elkaar gezegd.

Magere jaren

Dat is morgen dus. Dan moet het gebeuren en is er geen volgende week. De hunkering in Rotterdam naar de landstitel is voelbaar en intens. We hebben het er allemaal over. Achttien jaar geen kampioen is te lang gebleken. De leegte op de Coolsingel heeft te veel gevergd. Uitgerekend met de schaal voor het grijpen, vreet die leegte aan de ziel van Rotterdammers. ‘Het zal toch niet gebeuren.’

Wat precies dan niet zal gebeuren, blijft onvoltooid. Daar rust een taboe op. Maar iedere Feyenoorder weet wat wordt bedoeld. Geen titel betekent morgen feest in de hoofdstad. Dat kan niet! Nu moet worden afgerekend met de magere jaren waarin Feyenoord altijd wel op enig moment in ieder stadion is weggehoond. Hoe vaak niet zijn we om de oren geslagen met het hatelijke ‘Helemaal niets in Rotterdam’ en zijn we als geslagen honden afgedropen.

Het heeft te lang geduurd. Hoeveel Feyenoorders zijn er in die achttien jaar niet gestorven? Vergeet niet dat Feyenoord bindt. Coen Moulijn, Fred Blankemeijer, Mien en Rinus Zwepink, Jan Hulswit, zoveel anderen. Waren zij er morgen maar bij.

Het voedt de emoties en speelt tegen Heracles allemaal mee. Vooraf drie keer toeteren vanaf het balkon, dan winnen en vervolgens met z’n allen zingen en tranen wegpinken.

Stijn Fens

Stijn Fens is redacteur religie & filosofie en columnist bij Trouw. Daarnaast houdt hij hartstochtelijk van Ajax.

Stijn Fens Beeld Jorgen Caris

Afgelopen zondag vierden wij de achttiende verjaardag van mijn zoon. Hij is geboren in 1999, het jaar dat Feyenoord voor het laatst landskampioen werd, Wim Kok nog premier was en we gewoon nog met guldens betaalden.

Feyenoord zou nu eindelijk weer eens kampioen worden, was de verwachting. Ook bij ons. Terwijl ik met de volwassenen in mijn koude achtertuin het leven doornam, keek mijn zoon met een paar vrienden naar een soort van schakelprogramma van Fox Sports waarin alle wedstrijden van die middag gevolgd werden. Af en toe riep mijn zoon mij even voor een goal van Ajax, dat tegen Go Ahead Eagles speelde. Het kon mij maar matig boeien. 

Ik zat net in een ingewikkelde discussie over GeenStijl, toen ik mijn zoon weer hoorde. “Excelsior heeft 1-0 gescoord!”, schreeuwde hij uit. Meteen kreeg ik het weer warm en zag ik het leven helemaal zitten. Voor ik het goed en wel doorhad, stond Feyenoord met 3-0 achter. Ik nam nog maar eens een glas witte wijn. 

Ondertussen dacht ik aan mijn vriend Wouter, Feyenoord-supporter tot op het bot. Hij volgde samen met vijftigduizend vrienden in De Kuip de wedstrijd van Feyenoord op van die grote beeldschermen. Kijk, dat zouden Ajacieden nou nooit doen. Die kijken wel thuis in plaats van de moeite nemen om naar zo’n stadion te gaan.

Feestemoticons

Hoe zou het met Wouter zijn? Zijn laatste appje stond vol met van die feestemoticons. Hij zag het helemaal zitten. “Alles goed daar?”, appte ik hem. Het antwoord liet op zich wachten. “Eerst Excelsior voor degradatie behoeden. Dan volgende week zelf kampioen worden”, schreef hij toen de wedstrijd al bijna afgelopen was. Ik had met hem te doen. Maar dat mocht de stemming bij mij thuis niet drukken.

Om zeven uur keek ik met mijn hele familie met patat op schoot naar Studio Sport. Het is misschien niet zo aardig, maar we genoten best wel van al die ellende in Rotterdam. Mijn broer sloeg me op de schouders. Ooit sliepen we op één kamer in onze Ajax-pyjama’s en dronken we melk uit Ajax-bekers. “Kijk”, zei hij. “Feyenoord wordt volgende week gewoon kampioen, maar dit pikken we toch maar mooi even mee.”

Er zijn veel mensen die juist nu Feyenoord de landstitel des te meer gunnen. Hoe graag ik het ook zou willen: zoveel naastenliefde heb ik niet in mij. Als morgen de beslissende wedstrijden wordt gespeeld, bevind ik mij in Rotterdam waar een vriendin van mij een lezing geeft. Mocht het wonder zich toch voltrekken en Ajax wordt kampioen, dan trek ik mij terug op een openbaar toilet en ga ik in mijn eentje heel stil zitten juichen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden