Feyenoord blameert zich met afbraakvoetbal Trainer Meijer: 'Zo spelen we nooit weer. Dat hoop ik althans'

AMSTERDAM - Met negentien punten uit tien veelal draken van wedstrijden is Feyenoord zonder discussie de fiere koploper van de eredivisie. Maar al wekenlang verlangt de meer neutrale liefhebber naar een bevredigend antwoord op de vraag wanneer de lijstaanvoerder die status ook eens in voetballend opzicht waarmaakt.

Feyenoords aandeel in de klassieker tegen Ajax sloeg in hemeltergend opzicht alles. De vorige week walgde trainer Geert Meijer nog van de zwaar verdedigende instelling van Europa Cup-tegenstander Porto. “Als wij in Nederland zo voetballen als mijn collega Ivic zijn spelers opdraagt, zouden we tot de grond toe worden afgebrand,” meldde hij. Meijer zal de maandagkranten niet hoeven te kopen om zijn gelijk bevestigd te krijgen. En om de critici de wind enigszins uit de zeilen te nemen, beloofde hij na het 2-2 gelijke spel in het Olympisch stadion: “Dit speltype hanteren we nooit weer. Althans, dat is te hopen.”

Vorig seizoen had bijna het hele land er lol in, dat Feyenoord het arrogante PSV de landstitel afsnoepte. De club van het volk vertederde de goegemeente met aansprekend werkvoetbal. De glans lijkt er wat af te raken. Buiten de Kuip is de wijze waarop het door het trainersduo Van Hanegem-Meijer geleide gezelschap de punten bij elkaar sprokkelt, aan bijtende kritiek onderhevig. Aanvankelijk reageerde men te Rotterdam-Zuid korzelig met een mix van onbegrip en jaloezie. Sinds Van Hanegem - een week geleden - alleen Ed de Goey met de overwinning op Willem II feliciteerde, dringt ook daar het besef door dat adel verplicht. Feyenoord zal aan zijn hoogst effectieve, maar doodvervelende strijdwijze een dimensie moeten toevoegen: voetballend vermogen, zoals dat in het jargon heet.

In het Olympisch stadion, daar waar de toeschouwers vaak worden verwend met fraai gestyleerd Ajaxspel, verspeelde Feyenoord praktisch al zijn krediet. De excuses waren niet van de lucht. De miserabele spelopvatting, waarin na de snelle 2-0 voorsprong (doelpunten van Scholten en Esajas) alleen maar plaats was voor massaal verdedigen en lukraak de bal wegtrappen, daar moesten we toch begrip voor hebben. Wanneer de creatieve vleugelaanvaller Taument niet wegens een schorsing op de bank had gezeten, had Van Hanegem ongetwijfeld met drie spitsen gespeeld. Maar tegen Ajax de deur zelfs op een kier zetten, dat was al smeken om een nieuwe aframmeling. Niemand applaudiseerde na het aanhoren van die uiteenzetting. Alleen Ivic zal straks bij het afdraaien van de videoband in alle staten van blijde opwinding geraken. Om het vervolgens als een klap in zijn gezicht te beschouwen dat er vakbroeders zijn die een nog defensievere taktiek uit de hoge hoed toveren dan hij die er patent op heeft aangevraagd.

“Deze wedstrijd zal niet de geschiedenis ingaan als de beste Ajax-Feyenoord,” probeerde Van Hanegem nog grappig te zijn. “Maar we hebben met zijn allen besloten zo te spelen, om op zijn minst een gelijk spel te halen. Feyenoord was zichzelf niet, dat moet ik toegeven. Het was allemaal veel te defensief.” Ofschoon de late gelijkmaker van Jari Litmanen de rechtvaardige beloning van het tomeloze aanvalsspel van Ajax was, had Van Hanegem toch de ziekte in dat (kennelijk) een nieuw syndroom - een fataal tegendoelpunt in de slotfase - voor de tweede keer in vier dagen de kop opstak. Woensdagavond maakte het ingevallen Portugese zondagskind Domingos de return van Feyenoord in het Europa Cuptoernooi onverwacht tot een helse opgave, gisteren voorkwam een Fins wonderkind dat de Rotterdammers een fraai clubrecord (een honderd procentscore in de eerste tien wedstrijden) evenaarden. Van Hanegem: “Het had voor ons beter gekund: 0-0 spelen in Porto en winnen bij Ajax. Als Heus wat attenter was geweest, waren we ook met twee punten uit Amsterdam vertrokken.” De trainer doelde met die opmerking op de vrijheid die zijn verdediger aan George gunde. Uit diens voorzet fabriceerde Litmanen kort voor tijd de verdiende gelijkmaker.

Zo geestdodend te moeten verdedigen, zo zonder richtinggevoel de bal maar naar voren te moeten trappen en je als spits zo eenzaam voelen (Regi Blinker) dat je na balverlies weinig anders kunt bedenken dan je opzichtig te laten vallen, als dat je lot is moet het geen pretje zijn je lijstaanvoerder te noemen en alle pek over je heen te krijgen. “Ik kan me wel voorstellen dat de mensen over ons zeggen: is dat nou een topploeg?” reageert Blinker. “We hadden natuurlijk wel mooi kunnen voetballen, maar ja, dan wordt het weer 4-0 of 5-0.” Van Hanegem ontweek de vraag, maar had desondanks iets minder afbraakvoetbal willen zien: “Ik vond het een beetje raar dat de verdedigers de bal iedere keer maar lukraak wegtrapten.”

Bosz, met een redding op de doellijn in omgekeerde zin matchwinner, gaf de schuld eveneens aan het scoreverloop. “Als je zo snel voorkomt, word je automatisch tot verdedigen gedwongen. Het was onze grootste zorg niet op achterstand te komen, omdat je dan Ajax in de kaart speelt.” Nee, met complexen heeft het niets te maken, oordeelt de overal inzetbare stille kracht. “Ik denk dat Ajax eerder een Twentecomplex heeft dan Feyenoord een Ajax-complex,” zegt hij, verwijzend naar de drie nederlagen op rij die Van Gaal cs tegen de oostelijke club leden. Bosz had er vrede mee dat de groene mensenmuur toch nog werd geslecht. “Als je de waarheid onder ogen ziet, had Ajax minimaal recht op een punt. Na de rust heb ik voortdurend op de klok gekeken, hopend dat het snel voorbij zou zijn. Toen ik dat voor het eerst deed, waren er nog maar tien minuten om, terwijl we voor mijn gevoel al veel langer bezig waren. Dat was behoorlijk demoraliserend.” Of het tegennatuurlijke voetbalgedrag iets was om vrolijk van te worden? In zeker opzicht wel, zegt Bosz en licht pretoogjes op. “Voor een verdediger is het altijd grappig om spelers op je directe tegenstander te horen kankeren. Ze begonnen tegen Litmanen te roepen dat hij beter positie moest kiezen. Maar ja, hij schiet ze er toch gemakkelijk in.”

“Dit nooit weer,” herhaalt Geert Meijer. Woensdag, in de uitwedstrijd tegen VVV, zijn de geschorste Taument en Fraser weer inzetbaar. Met de vanaf volgende maand beschikbare Zweedse aanwinst Larsson en de aan de beterende hand zijnde Kiprich krijgt Feyenoord wapens in handen om iets frivoler te spelen. “Maar het kan nooit zo voetballen als Ajax,” weet Meijer. Aan de andere kant zal kritiek op de strijdwijze nimmer aanleiding zijn om tot een algehele restyling over te gaan. “We laten ons niet leiden door invloeden van buitenaf,” zegt Meijer. “Wij zijn gewend aan kritiek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden