Feyenoord als pure religie Expositie in Kunsthal over 'andere kant van de club'

Voor de meest fanatieke aanhangers is Feyenoord, op 19 juli 1908 onder de naam Wilhelmina opgericht in café De Keyzer, puur religie. Voor de iets minder verblinde supporters is de volksclub er zeker één om van te houden. Zelfs zullen ook de vijandig gezinden toegeven dat Feyenoord een begrip is, zij het dan van het irritante soort.

Tot 22 augustus staat de roemruchte club centraal op een tentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal. Denk niet dat de expositie 'Feyenoord - Geen woorden maar daden' zich aan elitaire kunst te buiten gaat. Voetbal is, ondanks de miljarden die er wereldwijd in omgaan, eenvoud en juist daarom vermoedelijk de populairste sport. Clubliefde, soms in zeer extreme mate, sportieve hoogte- en dieptepunten, de vaste 'stek' op de tribune, de sfeer èn de vedetten op het veld bepalen het zicht van een vereniging. Dat is cultuur, of zoals de Amsterdamse architect S. Soeters, ontwerper van de Feyenoord-tentoonstelling, aangeeft 'Populaire kunst'.

Afrikaanderplein

Soeters heeft bij de samenstelling rekening gehouden met de supporter 'van voor de oorlog', maar ook met het jochie van acht die een paar maanden geleden voor het eerst aan vaders hand mee mocht naar de Kuip. De eerste kan aan de hand van de ontelbare foto's naar hartelust herinneringen ophalen aan de periode dat Feyenoord nog op het Afrikaanderplein tegen het balletje schopte, de laatste ziet het hedendaagse idool John de Wolf met wapperende haren in een bad liggen.

Wie zoveel 'Feyenoord' bijeen ziet, schrikt van wat juist deze club voor de supporters betekent. Op de drieduizend vierkante meter, die voor de expositie is gereserveerd, is onder meer de kamer van een echte fan nagebouwd, alles in rood-wit en met een dekbed van dezelfde kleuren. Maar ook is er het materiaal dat herinnert aan het Europacup-duel dat Feyenoord in het seizoen '62'63 in Lissabon tegen het Benfica van Eusebio speelde. Met twee cruiseschepen, de Waterman en de Groote Beer en Cor Steyn als huisorganist, maakten enkele duizenden supporters, in Hoek van Holland uitgewuifd door tienduizenden thuisblijvers, de reis mee.

De meeuw die Feyenoord-doelman Eddy Treijtel op 15 november 1970 op het Sparta-kasteel bij een uittrap 'dood-schoot' is opgezet en siert de tentoonstelling al evenzeer. Zoals ook het kapotte brilletje van Joop van Daele, waarmee de Argentijnen van Estudiantes de la Plata het in 1970 tijdens de strijd om de wereldbeker zo te kwaad hadden. Een duel dat Feyenoord juist dankzij dezelfde Van Daele met 1-0 won en dat het Algemeen Dagblad de volgende morgen deed koppen 'Feyenoord Wereldkampioen, Overal in het land uitbarstingen van vreugde'.

Legioen

Het aantrekkelijke van de expositie zit niettemin vooral in de andere kant van Feyenoord. Niet de sportieve prestaties of de soms prachtige anekdotes, maar de betrokkenheid van het Legioen bij de club. Zo betrokken zelfs, dat het - hoe bestaat het - nog maar een paar jaar terug, toen Feyenoord op sterven na dood was, tot een heuse bestorming van het bijkans heilige gras besloot. Een Legioen ook, dat getuige vele oude foto's altijd al intens heeft meegeleefd met het wel en wee van roodwit. Blikken tijdens een FeyenoordAjax van dertig jaar geleden, zo verbeten, vastberaden en zo bol van de spanning, dat voor het ergste moest worden gevreesd.

Het kan niet anders of in die periode, zo niet al ver daar voor, moet de kreet geboren zijn dat schillenboeren op Zuid een goede dag hadden als Feyenoord had verloren. De mannen die met hun schrille kreet 'schille, schille, schillebòer' met paard en wagen door Oranjeboomstraat en wijde omgeving liepen, zijn nu allang verleden tijd, maar het patroon van de echte Feyenoorder is nooit veranderd. Die eet nog steeds niet als zijn club verliest, die weent en kan de slaap niet vatten. Die grenzeloze liefde, of is het dwaasheid, brengt de tentoonstelling bijna macaber in beeld.

Directeur W. van Krimpen van de Kunsthal heeft zelf ervaren hoe diep de clubliefde wel is geworteld. Oneindig veel werk moest hij verrichten om fans ertoe te bewegen hun dierbare kleinoden voor de expositie af te staan. Zo beschikte een in Renkum wonende, jeugdige supporter over een spandoek, dat de Kunsthal maar wat graag wilde 'lenen'. Aanvankelijk weigerde de jongen iedere medewerking. “Want dat spandoek”, zei hij kordaat, “neem ik ook op vakantie mee”.

Ontelbare anonieme supporters en tientallen bekende namen hebben Feyenoord gemaakt tot wat de club is. Tot de laatste categorie behoren Ernst Happel, de stoïcijnse Oostenrijker die tot aan zijn overlijden voetbaldier bij uitstek bleef; Cor Kieboom, de voorzitter die de legendarische woorden sprak 'Waar staat dat ik consequent moet zijn?' en ook Coen Moulijn, die in de Bloklandstraat tegen een blinde muur het voetballen leerde. Een steen uit datzelfde muurtje, in de Kunsthal tentoongesteld, herinnert aan Coens' prille jeugd.

Boeken, grammofoonplaten, CD's, een drie uur durend cineac-programma met tv-beelden over Feyenoord, kwartetspelen, de voetbalschoenen van Puck van Heel en Willem van Hanegem, ze geven de plaats aan die de club in de samenleving inneemt. Het portret van de huidige Feyenoord-oefenmeester heeft ook een muzikaal tintje, waar hij op de hoes van zijn single 'Don't forget me' staat afgebeeld. En Ajax? Is er voor deze aartsrivaal dan helemaal geen ruimte in de Kunsthal? Zeker, de bezoekers mogen halverwege een deur openen en zien dan een emmer èn het reinigingsmiddel van die naam staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden