column

Feyenoord-Ajax

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Afgelopen weekend bevond ik mij op een landgoed in Ulvenhout onder Breda. Jaarlijks vriendenweekend. Alles daaraan is traditie; we koken en eten gezamenlijk, we wandelen door een bos, we bezoeken een stadje. 

Na een jaar individualisme en in ons eentje voortploegen zijn we in de lente opeens een weekendlang collectief. Tot de ongeschreven wetten van het vriendschappelijk samenzijn behoort ook het samen kijken naar Studio Sport op zaterdagavond. De kaarten zijn duidelijk geschud, we komen uit Amsterdam, dus het is Ajax. Er is echter een kleine minderheid met Rotterdamse roots, waaronder ondergetekende, en die is voor Feyenoord. 

Op het moment van kijken wisten we nog niet dat de competitie beslist was, toch vroeg ik aan mijn onversneden Amsterdamse vriend Rik (met een seizoenskaart voor Ajax), die zondagmiddag per se voor aanvang van de wedstrijd PSV-Ajax thuis wilde zijn, waarom hij überhaupt nog keek nu Ajax toch geen kampioen zou worden. 'Je mag toch hopen,' sprak hij moedeloos. 'Tuurlijk', stond ik hem genadiglijk toe al weet ik dat hij mij als ontoerekeningsvatbaar beschouwt omdat ik voor Feyenoord ben. 'Wat moet dat elftal straks in Europa?' voegde hij er nog als PS aan toe, de Ajacied in hart en nieren met de halve finale Europa-league in de achterzak. 

Ach, het is allemaal jaloezie. Ze kunnen het niet verkroppen. De rest van Nederland gunt het Feyenoord van harte, wat ook iets erbarmelijks heeft trouwens, er zit iets vernederend medelijdends in die gunfactor: arme Rotterdammers, al zo lang zonder!

Rozenoorlogen

De rivaliteit tussen Feyenoord en Ajax heeft wel iets weg van de vijftiende-eeuwse Rozenoorlogen in Engeland. Het is bijvoorbeeld een puur binnenlandse aangelegenheid. Niemand in het buitenland interesseert het ook maar iets wie er bij ons kampioen wordt. Het valt ook niet goed uit te leggen. Ik vind Ajax een arrogante club met z'n zogenaamde Godenzonen terwijl Feyenoord uit noeste werkers en mannetjesputters bestaat. De strijd heeft iets van de Hoofdstad tegen de Provincie, al is Rotterdam even randstedelijk en onprovinciaal als Amsterdam. In de Rozenoorlogen, waar Shakespeare ons in zijn koningsdrama's over heeft ingelicht, niet zonder de nodige geschiedsvervalsing trouwens, ging het tussen het huis York en het huis Lancaster, beide takken van de Plantagenet-dynastie.

Het was in zekere zin een huiselijke ruzie en zo kijkt de buitenstaander ook tegen Ajax-Feyenoord aan. Shirts lijken ook op elkaar. Rood-wit. Dat van Feyenoord wat roder, dat van Ajax witter. De Rozenoorlogen heten zo omdat beide partijen een roos als symbool kozen, York een witte, Lancaster een rode roos. Na dertig jaar oorlog verzoenden de partijen zich en trouwden met elkaar. Dat zie ik tussen Feyenoord en Ajax nog niet gebeuren; pas als het echt oorlog wordt smeden oude rivalen allianties. De rivaliteit tussen Feyenoord en Ajax is een Nederlands aardigheidje waar iedereen graag aan meedoet. Tot slot een wijsheid uit Shakespeare's 'Henry IV': 'If all the year were playing holidays, to sport would be as tedious as to work': was het altijd vakantie dan zou sport zo vervelend zijn als werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden