Festival Oude Muziek / Plotseling klonk een tweede stem

„Dan staat daar zo’n jongen met een stem lelijk als een kalf, en de anderen schreeuwen om beurten als honden.” Niet iedereen waardeert meerstemmige muziek, maar componisten als Bach wel. Het Festival Oude Muziek in Utrecht viert de komende week het duizendjarig bestaan van polyfonie.

Op een zekere dag in de elfde eeuw, het moet tijdens de metten zijn geweest, had een van de kanunniken in het koor van de Notre-Dame in Parijs zin om eens heel wat anders te doen.

Iedere dag zong hij samen met de andere zangers gregoriaanse melodieën, jaar in jaar uit, met zijn allen, uit één keel hetzelfde gezang op dezelfde datum van de liturgische kalender. ,,Als ik nou eens een beetje versieringen ga maken met mijn stem terwijl de anderen gewoon doorzingen”, dacht die ene kanunnik: ,,dat ik als het ware een andere melodie boven op die van de rest laat klinken. Dat vrolijkt de boel vast wat op.”

Het werd een roerige ochtend in de kathedraal. Hoewel de jongere zangers meteen enthousiast waren over het idee van meerstemmigheid, vonden de ouderen het vooral lelijk en schoot dat individualistische gefreak volgens hen zijn doel voorbij. Het gregoriaans was immer geritualiseerde taal. Muziek moest altijd het woord dienen, mocht geen doel op zich worden.

Gelukkig kon het tij na die denkbeeldige ochtenddienst niet meer worden gekeerd en was de geboorte van de polyfonie, zoals meerstemmigheid ook wel wordt genoemd, een feit. Stel maar eens voor dat we nog steeds alleen eenstemmige muziek zouden kennen: zonder de prachtige motetten van Josquin en Obrecht, zonder de madrigalen van Gesualdo en De Wert, zonder Bachs fuga’s, zonder ’polyfonische’ (het zou moeten zijn: ’polyfone’) beltonen op mobiele telefoons. Vreselijk.

Reden genoeg om de ongeveer duizendjarige verjaardag luidkeels en meerstemmig te vieren in het Festival Oude Muziek. Ongeveer duizend jaar, want wanneer polyfonie precies is ontstaan, weten we nog steeds niet. De oudste bewaarde meerstemmige muziek dateert inderdaad uit de elfde eeuw, maar de muziekwetenschap is het erover eens dat de praktijk al langer bestond. Het moet zijn begonnen zoals hierboven beschreven. Met improvisaties, ter plekke gezongen eigen toevoegingen die simultaan klonken met het gregoriaans.

De schok van die meerstemmige muziek is waarschijnlijk het best te vergelijken met het gebruik van perspectief in de schilderkunst, voor het eerst in Giotto’s fresco’s voor de arenakapel in Padua in 1305.

Niet dat perspectief vóór die tijd een onbekend fenomeen was, net zo min als meerstemmigheid. Kunst, of het nu muziek of beeldend was, diende nu eenmaal al eeuwenlang in de eerste plaats een kerkelijk doel: het overbrengen van het woord Gods. En dat kon het best zonder overbodige franje. Fresco’s als stripverhaalversie van de Bijbel, gregoriaans als bezwerende taalformules.

Het tegelijk laten klinken van meerdere, onafhankelijk van elkaar bewegende melodieën is als het tegelijk laten zien van meer dimensies in de schilderkunst. Het is opvallend dat de eerste bloeiperiode van de polyfonie in Parijs plaatsvond. Tegelijk met de bouw van grote gotische kathedralen als de Notre Dame, de zakenflats van de Middeleeuwen die de macht en de rijkdom van de kerk uitstraalden.

De eerste grote polyfonisten uit de tweede helft van de twaalfde eeuw zijn dan ook twee Franse kanunniken, Leoninus en zijn opvolger Perotinus. Zij vervolmaakten de vroege meerstemmige stijl die ’organum’ heette: een hogere, sneller bewegende stem beweegt zich boven een traag voortschrijdende gregoriaanse melodie.

Ze stelden bundels samen met de nieuwe muziek, voor het hele liturgische jaar: zo ongeveer de vroegst overgeleverde genoteerde polyfonie überhaupt. Perotinus schreef zelfs de eerste vierstemmige composities, ’Viderunt omnes’ en ’Sederunt principes’, hoogtepunten uit de polyfone periode die later de ’Notre Dame’-stijl is gaan heten.

Tot de zestiende eeuw bleef de kerk de belangrijkste opdrachtgever waar het om nieuwe meerstemmige composities ging. Hoewel er meestal alleen gregoriaans werd gezongen op zondagen, begonnen polyfone composities op te duiken op belangrijke feesten. In de parochies die het konden betalen natuurlijk.

Want meerstemmigheid vereiste niet alleen zangtraining en een goede beheersing van het notenschrift van de zingende clerici in de cappella (zoals de kerkelijke zangerskapel in het Latijn heette); ook componisten waren schaars en dus duur. Muziek werd een luxeartikel, net zoals de gebouwen waarin ze klonk en de schilderingen op de muren waartegen ze weerkaatste.

Zoals het met alle vernieuwingen gaat, kreeg de nieuwe stijl van musiceren ook de nodige kritiek van tijdgenoten die wensten dat alles gewoon bij het oude was gebleven. Wat te denken van deze oorgetuige: ,,Die heren hebben zangkapellen en dat maakt een echte herrie. Want dan staat daar zo’n jongen met een stem die lelijk is als een kalf, en de anderen schreeuwen om beurten als honden en je verstaat niet wat ze zingen. Laat toch zitten die meerstemmigheid en zing het gregoriaans dat de kerk heeft voorgeschreven!”

Hoewel bepaalde polyfone muziek die het Festival Oude Muziek laat horen al duizend jaar oud is en onze hedendaagse oren heel wat gewend zijn, kun je je bij het vroegste werk nog steeds voorstellen dat die de middeleeuwer als avant-garde in de oren moet hebben geklonken. Het organum van Perotinus of diens Spaanse voorgangers had ook nu geschreven kunnen zijn; de botsende samenklanken van de 14de-eeuwer Johannes Ciconia maken hedendaagse componisten jaloers.

Diezelfde Ciconia was de wegbereider voor wat sinds de 19de eeuw wel de ’Nederlandse School’ wordt genoemd. In werkelijkheid zijn de 15de- en 16de-eeuwse componisten onder deze noemer vrijwel zonder uitzondering afkomstig uit het huidige Frankrijk en België. Maar ja, tegen het nationalisme uit de tijd van de hernieuwde belangstelling voor het oude culturele erfgoed was nu eenmaal geen kruid gewassen.

Het bijzondere van componisten als Guillaume Dufay, Josquin Desprez en Jacob Obrecht is wel dat ze het beste uit de Europese muziek van die tijd bij elkaar brachten: de zoete harmonieën van de Engelsen, de uitgekristalliseerde polyfonie van de Fransen en de tekstvoordracht van de Italianen.

De gepolijste muziek uit de Renaissance klonk ook de tijdgenoten als fondant in de oren. Eentje verzuchtte zelfs: ,,Bijna alle werken van deze mannen stralen zo’n grote zoetheid uit, dat ze naar mijn mening niet alleen voor mensen en halfgoden, maar ook voor de onsterfelijke goden zelf zijn gecomponeerd.” Een knap staaltje van die goddelijke polyfonie is wat dat betreft het veertigstemmige (!) motet ’Spem in Alium’ van de Engelsman Thomas Tallis, dat het Festivalkoor onder Adrián van der Spoel meerdere malen ten gehore zal brengen.

Niet alleen de polyfonie van Perotinus tot Bach staat tijdens het Festival Oude Muziek in de schijnwerpers. Ook is er aandacht voor volkspolyfonie uit Finland, Corsica en Bulgarije. Archaïsche meerstemmigheid, die klinkt alsof ze uit een tijdmachine komt. En er zijn lezingen over het onderwerp. Een veelstemmig aanbod dus, als eerbetoon aan die ene zanger die het duizend jaar geleden op zijn heupen kreeg.

Concerten rondom het thema Tien Eeuwen Polyfonie:

vrijdag 26/8 in de Domkerk 20.00 uur: muziek van Tallis, Guerrero en Bach door o.a. Ensemble Organum en Me Naiset & Toorama.

vrijdag 26/8 in de Pieterskerk 22.30 uur: Polyfonie uit Finland door Me Naisat & Toorama

zaterdag 27/8 op diverse locaties in Utrecht vanaf 12.00 uur: Festivalkoor met Tallis’ ’Spem in alium’

zaterdag 27/8 in de Nicolaikerk om 16.00 uur: Capilla Flamenca met muziek van Obrecht

zaterdag 27/8 in de Pieterskerk om 22.30 uur: Diabolus in Musica met muziek uit de Notre Dame School

maandag 29/8 in de Domkerk om 22.00 uur: Huelgas Ensemble met muziek van Josquin, Dufay, e.a.

dinsdag 30/9, Pieterskerk 22.30: The SIxteen en Cappella Amsterdam met muziek van Brumel, Josquien, MacMillan en Stravinsky

donderdag 1/9 in Vredenburg om 12.45 uur: Quartet Bulgaria Slaveï met polyfonie uit Bulgarije

vrijdag 2/9 in de Domkerk 17.30 uur: The Tallis Scholars met muziek van Obrecht, Josquin, Gombert

vrijdag 2/9 in RASA om 22.30 uur: A Filetta met Corsicaanse polyfonie

zaterdag 3/9 in de Pieterskerk om 22.30 uur: Mala Punica met muziek van Ciconia.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden