Ferme taal, slappe knieën: verdere reacties op het ’Manifest voor een gevaarlijke literatuur’ van Erik Jan Harmens en Ílja Leonard Pfeijffer

Letter&Geest plaatste een manifest op de voorpagina. Verbijsterd vroeg ik me af hoe een respectabel dagblad zoveel onbenul durft te publiceren. Dat was in de tijd van Tom van Deel niet gebeurd! [...]

’Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.’ Hoe kun je zo’n uitspraak serieus nemen? Kunnen we Harmens en Pfeijffer – we veronderstellen even dat zij kunstenaars zijn – voor een tribunaal dagen vanwege hun verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld de rampzalige situatie in Soedan? [...]

’Wij pleiten voor een moratorium van tien jaar op literatuur die elke pretentie ontbeert om zich op enige manier tot deze thema’s te verhouden’. Beste jongens, Herman Gorter was een geëngageerd dichter. Toch is ’Zie je ik hou van je’ een van zijn mooiste gedichten. Onder een moratorium als door het tweetal bepleit, had dit gedicht nooit geschreven mogen worden. In het interbellum zouden Leopold, Nijhoff, Achterberg, Bloem en wie al niet meer een publicatieverbod hebben gekregen. Twee autoritaire mannetjes verordonneren even wie wat mag publiceren.

Wim Kleisen is beheerder van wimkleisen.web-log.nl.

Jan Smit en Oscar Wilde

’Kunst en entertainment zijn twee afzonderlijke disciplines.’ Kunst en entertainment liggen dichter bij elkaar dan jullie denken: Homerus zong ter ontspanning, Shakespeares stukken bezorgden het Engelse volk een leuke avond, en ook van Aleksandar Hemon – toch geen vrolijke jongen – weten we dat hij wil dat zijn lezers zich allereerst vermaken met zijn boeken, zoals hij zich vroeger met Nabokovs boeken vermaakte. Kunstwerken zijn er ter lering én vermaak. Kunst beleven is een vorm van denken. En zonder vermaak wordt dat denken saai. Terwijl dit denken juist meeslepend moet zijn; het moet je vooruit trekken. Kunst moet dus meeslepend zijn, en openbarend. En het liefst tegelijkertijd. Voor sommigen is veel nadenken al vermakelijk en meeslepend, voor een ander moet daar veel bij worden gelachen, maar altijd geldt: kunst moet proberen het nuttige en het aangename te verenigen, op zijn eigen manier. In het algemeen geldt: kunst moet iets tonen. Een andere horizon, een nieuwe navel, hoe het is om in een andere huid rond te lopen. [...]

’Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.’ Dit lijkt me wat ver gaan. Een kunstenaar neemt zijn kunst serieus door er elke dag weer aan te werken. Dat is genoeg. Voor de toestand in de wereld kunnen jullie je tot God wenden, of de paus. Nemen die niet op: Jan Smit heeft het telefoonnummer van Balkenende vast nog wel. Of Jan Smit van Oscar Wilde heeft gehoord, weet ik niet, maar hij zal na de kus van Wesley en Yolanthe ongetwijfeld kunnen beamen dat alle kunst quite useless is. [...]

De betekenis van literatuur ligt voor de schrijver in het maken van het werk, en voor de lezer in de ontmoeting met dat werk. Over die ontmoeting van lezer en kunstwerk heeft een schrijver niet zoveel te zeggen. Vraag maar aan Robert Vuijsje. En alleen dat maakt het schrijven van literatuur riskant. [...]

’Nonchalance in de literatuur is een misdaad’’. Nonchalance is een van schoonste stijlen van kunstmaken, ook in de literatuur. Het achteloze gemak van Dennis Bergkamp, de lichtheid waarmee Bill Evans piano speelt: ik zou niet weten wat hun stijl tot misdaad maakt. En Nescio is nu juist zo’n groot schrijver door de achteloosheid van zijn zinnen. Nee, nonchalance in de literatuur is de misdaad niet. Gemakzucht in het denken, dat is de misdaad. [...] Ik vind dat ’misdaad’ trouwens wel erg zwaar aangezet. Misschien ben ik wat milder. Een pretentieus pamfletje schrijven om de verkoop van een poëziebundel te bevorderen vind ik bijvoorbeeld ook geen misdaad. Eerder kattekwaad. Reclame maken. En misschien ook een beetje borstklopperij.

Philip Huff is schrijver. Begin volgend jaar debuteert hij bij De Bezige Bij.

Klamme broei

Steeds opnieuw staat er iemand of een stroming op om de bestaande orde te bekritiseren en er zijn bijdrage aan te leveren, om vervolgens zelf op te drogen tot de bestaande orde en daarna weer bekritiseerd te worden. Ondertussen werkt Harmens aan de aanprijzing van zijn bloemlezing. In die opzet is hij goed geslaagd. Ik kan haast niet wachten bevangen te worden door de klamme broei van die poëzie.

Aurora Guds voert de redactie over een gratis poëziekrant.

Tragisch misverstand

De ontstellende naïviteit van Erik Jan Harmens en de abjecte gewiekstheid van Ilja Leonard Pfeijffer — het is op zichzelf al voldoende om het manifest en het artikel terzijde te leggen. Het misverstand blijft tragisch, en valt zo verschrikkelijk gemakkelijk op te lossen: poëzie gaat altijd over de wereld. Als we daar nou eens mee beginnen? En laten we het uitbreiden: literatuur gaat altijd over de wereld, want ik zie niet in waarom het hoenderkot van de poëzie hier weer eens een keer de uitzondering zou moeten zijn. Het feit alleen al dat het manifest wordt toegespitst op enkel ’de’ poëzie, is volkomen in tegenspraak met wat het zou beogen. Het zondert af om wat afgezonderd is, zijn afgezonderd zijn te verwijten.[...]

Het is niet nodig dichters op te roepen om klauwhamers, bijlen, messen, terroristen, politieke misdaden, genocide, milieuproblemen en andere door de media als ’relevant’ beschouwde zaken in hun gedichten te verwerken. [...] Dat is uitgaan van de in mijn ogen idiote gedachte dat poëzie het niet allang over de werkelijkheid zou hebben. Ik begreep in de jaren tachtig al niet waarom de toen ’autonomistisch’ genoemde poëzie niet werd gelezen als de uitdrukking van een werkelijkheidervaring en vervolgens ook niet als een te ervaren werkelijkheid werd begrepen. Natuurlijk: er was de poëtica die her en der werd uitgevent (minder door de dichters dan door academisch geschoolde beschouwers), een poëtica die dan ook nog vaak een ontstaanspoëtica was en dus vooral beschreef hoe poëzie tot stand zou komen. Dat zei niets over wat poëzie bij een lezer teweeg bracht. Iemand als bijvoorbeeld Hans Faverey is voor mij nooit een dichter geweest die het ’over niets had’, zoals zo vaak werd gezegd.

Dus laten we dit afspreken met elkaar: in plaats van aan literatuur van alles te willen opleggen met betrekking tot onderwerpskeuze, zouden we er beter aan doen haar te lezen als uitdrukking van werkelijkheid — niet als een op zichzelf betrokken, een ’fictionele’ of louter ’literaire werkelijkheid’, maar als een werkelijkheid die met literaire, en niet met journalistieke, wetenschappelijke enzovoorts middelen tot stand is gebracht.

Marc Reugebrink is dichter en schrijver.

Ferme taal, slappe knieën

Tegen welke dichters zou Erik Jan Harmens ten strijde trekken? [...] hij had namen van dichters moeten noemen, als hij moedig was geweest. Maar waarschijnlijk weet hij zelf ook niet over wie hij het heeft. En een oorlog? Welke van de vele zal hij bedoelen? Loopgraven? Lastig, in de bergen van Afghanistan. Hier begint het toch wel retoriek van de holle soort te worden.

Harmens schrijft zijn ferme taal met slappe knieën. Maar er is iets dat wonderlijker is. Hij publiceerde zijn tekst in dagblad Trouw en liet eronder een ’manifest voor een riskante literatuur’ afdrukken, geschreven samen met dichter en zelfverklaard bohémien Ilja Leonard Pfeijffer, waarin lustig wordt geallitereerd – ’schuchter, schichtig of schouderophalend’ – terwijl Harmens dat stijlmiddel in zijn beginselverklaring afserveert. Het manifest is bovendien een stuk radicaler. ’Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.’ Harmens had Pfeijffer klaarblijkelijk nodig om een bijl te kunnen zijn.

Annemiek Neefjes is literatuurcriticus en columnist

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden