Ferdinand von Schirach De misdadiger in ons

Ferdinand von Schirach was al een bekende strafadvocaat in Duitsland, maar ontpopte zich in korte tijd ook als succesvol schrijver van misdaadverhalen. 'Misschien omdat mensen zichzelf terugvinden in mijn boeken.'

De schrijver ontvangt aan het eind van de middag in Manzini; een tijdloos Italiaans lokaal met obers op leeftijd en een glanzende houten bar, twee straten verwijderd van zijn advocatenkantoor in het sjiekere deel van voormalig West-Berlijn. Ferdinand von Schirach - lange jas, hoed - rookt nog snel een sigaret op het terras voor hij naar binnengaat. Geamuseerd vertelt hij over zijn recente reis naar Spanje, waar hij een reeks interviews en tv-optredens had. Merkwaardig was dat, hij kan maar niet wennen aan de rol van gevierd schrijver. Een televisieopname vond plaats in de snijzaal van een gerechtelijk laboratorium, waar op het laatst nog snel wat bebloede ledematen in een wasmand onder een handdoek verstopt moesten worden. "De presentatrice dreigde anders flauw te vallen."

Het had zomaar een passage uit een van zijn korte misdaadverhalen kunnen zijn. Want de situaties waar zijn personages ondanks of juist dankzij zichzelf in belanden zijn vaak zo absurd dat ze moeiteloos in een film van de Amerikaanse Coen-brothers zouden passen. Onhandigheden, verkeerde beslissingen, toeval, domheid of soms gewoon: de dingen die zijn zoals ze zijn, zoals het motto van Aristoteles in een van zijn bundels luidt.

Pas sinds twee jaar publiceert hij deze verhalen, gebaseerd op waar gebeurde gevallen uit zijn eigen praktijk. Het zijn geen who-dunnit's, het is het hoe en het waarom waar het om draait. En er duikt altijd een advocaat op als ik-figuur, als het kwaad al is geschied. Von Schirach is er enorm om geprezen, niet alleen in eigen land. Zijn eerste twee verhalenbundels, 'Misdaad' en 'Schuld', zijn inmiddels in ruim dertig talen vertaald. Een televisiebewerking van zijn verhalen is in de maak. Bekend was hij in Duitsland al, als verdediger van prominente Duitsers als de vroeger DDR-bons Günter Schabowski, lid van het politbureau, of de familie van acteur Klaus Kinski. Maar ook van 'gewone' criminelen of mensen die anderszins in een misdaad verzeild zijn geraakt. En hij heeft een bekende grootvader: Baldur von Schirach was de leider van de Hitlerjugend in nazi-Duitsland.

Waarom zijn boeken zo succesvol zijn, waarom de mensen er tot in Zuid Korea - waar zijn boeken tot zijn eigen verbazing het allerbest verkopen - blijkbaar iets in herkennen? "Misschien omdat het andere verhalen zijn dan je in reguliere thrillers tegenkomt, misschien omdat mensen zichzelf er in terugvinden. De verhalen zijn zo waar als literatuur waar is, het is niet de exacte werkelijkheid. Ik moet het zo vervormen dat het absoluut niet herleidbaar is, anders zou ik mezelf strafbaar maken. Wel de basistoon, die klopt, ik verwoord wat iemand echt dacht en deed. Neem het eerste verhaal uit 'Schuld', over de verkrachting van een serveerster tijdens een volksfeest, dat zou net zo goed een carnavalsbijeenkomst kunnen zijn, of een conferentie van vertegenwoordigers, maar dat wat gebeurt, dat blijft hetzelfde."

Hoe bizar en bloederig sommige verhalen ook zijn, ze gaan uiteindelijk toch over de meer archaïsche kwesties waar ieder mens mee worstelt en die hem tot het kwaad brengen: hebzucht, onmacht, depressie, onderdrukking, wanhoop, jaloezie. "We hebben allemaal wel eens last van jaloezie. Ik las onlangs een interessant Amerikaans onderzoek waarin mensen werd gevraagd of ze wel eens serieus hadden overwogen iemand te vermoorden, met details van hoe en waar. En meer dan vijftig procent van de mensen antwoordde met ja, die waren zo woedend geweest op iemand dat ze zich dat echt voor konden stellen. Het is kennelijk iets dat in ons allemaal schuilt. Het gevoel op een heel hoog gebouw te staan en naar beneden te kijken. En om de een of andere reden moeten we voortdurend afwegen of we zullen springen of niet. Die macht, je eigen leven te kunnen beëindigen is vergelijkbaar met de macht om een ander iets aan te kunnen doen, te kunnen doden, vernietigen. Zonder dat we precies weten hoe het zit, of willen weten ook, en daarom lezen we er liever over, over anderen."

Seriemoordenaars of psychopaten zoals ze veelal in populaire Zweedse thrillers opduiken interesseren Von Schirach daarom ook niet. Dat zijn zieke mensen, zeldzame gevallen. Hij heeft er nog nooit een in zijn praktijk gehad. "De psychopaat is al heel goed beschreven, we weten alles over hem. Dat hij bij de meeste dingen geen genot meer kan ondervinden, maar bijvoorbeeld een mens moet villen om hetzelfde te ervaren als u en ik bij het drinken van een kopje koffie." Dat soort daden is verschrikkelijk, zegt hij, maar ook zo bizar dat je je er als gewoon mens niet mee kunt verhouden.

De 'normale' gevallen, daar gaat het hem om, ook in zijn praktijk, waar mensen bij hem komen die ook net op zo'n hoog gebouw hebben gestaan, "voor een afgrond, daar waar cultuur, het recht, alles weggebroken is". En hem vertellen hoe het zo kwam, die moord of misschien ook gewoon maar die neiging tot het stelen van panty's terwijl je genoeg geld hebt om ze te kopen. Want ook over dit soort kleine zaken kan een verhaal bij hem gaan. De meeste - en interessantste - misdaden komen volgens Von Schirach voort uit dwang. "Vroeger werd gedacht in termen van 'affecten', gemoedsdriften, die als een bliksemstraal zouden toeslaan: een man komt thuis, ziet zijn vrouw in bed met een ander en maakt die ander dood. Maar in werkelijkheid gaat het niet zo, die gemoedsdriften kunnen zich over jaren heen geleidelijk opstapelen. Zoals in het verhaal met de huisarts, die decennialang door zijn vrouw geestelijk is mishandeld. Dat is dan als een heel lange tunnel, die steeds nauwer wordt, en nauwer en nauwer, en op het laatst is er geen andere uitwijkmogelijkheid meer, kun je alleen nog op dat ene kleine lichtpuntje afstevenen."

Die keurige huisarts, over wiens leven eigenlijks niet bijzonders te vertellen zou zijn geweest, hakt zijn vrouw op een dag in mootjes in de kelder van zijn huis. Hij wordt tot drie jaar veroordeeld. En zegt nog steeds van zijn vrouw te houden.

Het laatste boek van Von Schirach, 'Der Fall Collini' (De zaak Collini), dat afgelopen zomer in Duitsland verscheen, gaat ook over zo'n onvermijdelijke moord. Niet alleen maakt hij hier de stap van het korte verhaal naar de roman, Von Schirach haalt er ook een andere thematiek bij die meer met zijn vak, met het recht en de rechtspraak in het naoorlogse Duitsland te maken heeft. Maar het begint allemaal met Collini, een 65-jarige Italiaan die 34 jaar bij Daimler werkte. Hij schiet een oude Duitse industrieel dood in een Berlijnse hotelkamer en schopt hem daarna tot moes. De grote, zweterige man laat zich na zijn daad als een mak schaap in bebloede kleren en schoenen in de lobby van het hotel arresteren, maar wil niets zeggen over zijn motief.

Voor het ontrafelen van dat motief voert Von Schirach een jonge advocaat op. Hij krijgt de zaak toegewezen, moet Collini verdedigen, maar ontdekt allereerst tot zijn grote schrik dat de dode man een goede bekende was: de grootvader van zijn beste vriend. En hij ontdekt ook dat het motief voor de moord in de Tweede Wereldoorlog ligt, of eigenlijk in de naoorlogse rechtspraak die er voor zorgde dat grote groepen oorlogsmisdadigers niet vervolgd en niet gestraft werden. Dat kon weer door een schijnbaar onbeduidend wetje, opgesteld door de jurist Eduard Dreher, die in het Derde Rijk al meedraaide als officier van justitie. Maar het wetje had grote gevolgen, want het zorgde ervoor dat de criteria voor het verjaren van oorlogsmisdaden veranderden.

Bijna niemand die oorlogsmisdaden had gepleegd, werd hiervoor nog verantwoordelijk gehouden, tenzij ze zowat op het niveau van Himmler, Heydrich en Hitler zelf opereerden. Deze misdaden werden gezien als doodslag, en niet als moord. Moord kon niet verjaren, doodslag wel, en dus volgde er eind jaren zestig een soort grootscheepse amnestie voor vele plegers van oorlogsmisdaden.

Von Schirach gebruikt een getuige van de jonge advocaat om deze verstrekkende juridische dwaling in zijn boek uitgebreid uiteen te zetten. Het is voor hem een belangrijk thema. "Als we er over twintig jaar op terugkijken, zullen we ons verwonderd afvragen waarom we in de jaren vijftig en zestig de verschrikkelijkste misdadigers en massamoordenaars hebben laten gaan. Terwijl we nu, zoals we zagen in het proces tegen Demjanjuk, de allerkleinste kampbewaker veroordelen van wie we niet eens een daad kunnen bewijzen.

"Daarover gaat in het boek, terecht, het debat tussen de oude en de jonge advocaat: willen we een starre rechtspraak, of willen we oordelen naar de tijdgeest? Het is allebei een beetje verkeerd, het recht moet het midden kiezen, anders laten we op enig moment verschrikkelijke moordenaars vrij of laten we volstrekt onbelangrijke mensen veroordelen. En dat bevalt me allebei niet. We voeren geen processen voor onze historische verwerking, maar om de schuld van een mens vast te stellen, en anders niet. In alle tijden, vooral tijdens dictaturen, zijn gerechtshoven benut om processen te voeren die schrik aanjaagden, zoals de Waldheim-processen in de DDR, waarbij mensen ter dood veroordeeld zijn. Dat waren geen processen maar politieke demonstraties."

Dat de Duitse rechtspraak na de oorlog zo sterk naar de tijdgeest heeft geoordeeld, vindt hij dan ook niet goed. "Tijdens de nationaal-socialistische dictatuur zijn zeer veel juristen vermoord. Na de oorlog hadden veel jonge juristen een foto van Fritz Bauer in hun kamer hangen, de joodse jurist die een hoofdrol speelde in de wederopbouw van het Duitse naoorlogse rechtssysteem. Zij bewonderden hem, maar een groot deel van het justitieapparaat verafschuwde hem juist vanwege de Auschwitzprocessen die hij in de jaren zestig in gang zette tegen allerlei functionarissen in het vernietigingskamp. Veel rechters uit het Derde Rijk waren blijven zitten, en die beïnvloedden ook de rechtspraak waaronder we vandaag de dag nog lijden.

"De huidige generatie is volkomen anders, opgegroeid met ouders van de protestgeneratie van '68, die hebben er een heel andere verhouding mee. Maar ik zou ook niet willen dat het in de andere richting doorslaat. Op het Jezuïeteninternaat waar ik zat werd altijd gezegd dat de deugd in het midden ligt, en zo is het precies. Het is nooit goed om heethoofdig over dit soort zaken te beslissen. Het is natuurlijk veel saaier om zo lauwwarm te zijn, maar voor justitie is het exact de juiste temperatuur."

Of hij zich kan voorstellen zelf als advocaat in een proces als dat tegen Demjanjuk op te treden? ''Nee, dat zal niet meer gebeuren, daarvoor is het te laat, en ik wil ook geen nazi's of andere oorlogsmisdadigers verdedigen. Er doen zich in Duitsland nu wel andere, vergelijkbare gevallen van 'tijdgeestjustitie' voor. Kent u het geval van 'Oberst Klein', die in 2009 in Kunduz een bombardement liet uitvoeren? De Bondsdag heeft tot dit zware incident in Afghanistan nooit over 'oorlog' gesproken, het ging om een 'hulpmissie', alle mogelijke termen werden hier deels voor bedacht, en nu moest bepaald worden of overste Klein moest worden aangeklaagd of niet. Daarbij ging het om de vraag of de Duitsers in Afghanistan oorlog voeren of niet. Zo ja, dan geldt het oorlogsrecht en is Klein onschuldig. Zo nee, dan geldt het Duitse politierecht moet hij worden aangeklaagd. Een interessant, eerder semantisch probleem, waarbij het weer om de tijdgeest ging. Toen besloot het federale gerechtshof geheel zelfstandig dat het om oorlog ging, en vanaf dat moment begon de Bondsdag ook over 'oorlog' te spreken. Overste Klein werd niet aangeklaagd."

In het geval van 'Collini' kreeg Von Schirach overigens het verwijt dat de roman niet over zijn grootvader ging. "Daarom zou het een laf boek zijn. Ik lees geen kritieken meer, want je kunt hier niets mee beginnen."

Het zijn de momenten waarop hij blij is dat hij dat ándere beroep heeft dat hij heel graag uitoefent. Hij ziet er nu al een beetje tegenop dat hij, als volgend jaar de vertalingen van 'Collini' uitkomen, toch her en der heen zal moeten reizen als schrijver. "Je gaat jezelf dan ineens wel heel erg serieus nemen."

Advocaat van het sobere schrijven
Ferdinand von Schirach (München, 1964) is zoon van zakenman Robert von Schirach en kleinzoon van Reichsjugendführer Baldur von Schirach. Hij bezocht als jongen de Jezuïetenschool St. Blasien en schreef hierover in de Spiegel naar aanleiding van de misbruikgevallen in de rk-kerk. Na zijn rechtenstudie begon hij in Berlijn als advocaat. Een van de eerste zaken waar hij als jonge advocaat mee te maken kreeg was het proces tegen voormalig DDR-leider Erich Honecker.

Een échte thriller te schrijven lijkt Ferdinand von Schirach erg vervelend. Hij leest ze ook niet, nou ja, Raymond Chandler dan, en Simenon. "Maar ja, Maigret, dat waren eigenlijk ook geen thrillers, meer beschrijvingen van stemmingen, van een toestand. Dat hij altijd uiensoep eet, een lange jas draagt en dat hij zijn vrouw niet zo aardig vindt, dat is prachtig, dat zijn mooie beschrijvingen."

De meeste thrillers zijn nogal breedsprakig, met paginalange beschrijvingen van iemands karakter. Terwijl hij vaak in een alinea, in zijn trefzekere, en van alle overbodige versierselen gestripte stijl, een heel leven beschrijft. Zo lezen we dan in een paar zinnen dat de advocaat in 'Der fall Collini' bij zijn vader opgroeide in een huis in een donker bos, met dikke muren en te kleine ramen. Dat hij het zijn hele kindertijd lang koud had gehad. Dan weet je genoeg, de rest kun je zelf bedenken. "Misschien is het mijn geluk dat ik zo laat begonnen ben met schrijven. Als je jong bent kopieer je een stijl, je zoekt iets, en ik kan niet anders dan zo schrijven. Ik heb er niet heel lang over nagedacht, ik hou gewoon niet van adjectieven en metaforen. Ik moest eens een college 'creative writing' gegeven, ik had geen idee hoe dat moest en ben maar wat gaan praten met die studenten. Toen vroeg een meisje: 'Hoe schrijf je dat iemand ademt?' Die vraag heb ik aan iedereen gesteld en er kwamen antwoorden als: 'hij haalde diep adem', 'hij vulde zijn longen', 'hij zoog de lucht naar binnen' en toen zei ik: dat is onzin, je schrijft helemaal niets of je schrijft: hij ademde. Bij mij zitten en lopen en staan personen, ze doen niet iets uitzonderlijks in het woord. Dat kan natuurlijk veel kunstzinniger, maar ik kan het niet. Iemand die niet kan schrijven kun je het niet leren, iemand die het wel kan, die kan het niet uitleggen. Je kunt niets doen aan bepaalde talenten, je kunt ze alleen verpesten."

Von Schirachs eerste verhalenbundel 'Misdaden' verscheen in 2009 (Ned. vert. Hans Driessen en Marion Hardoar, Arbeiderspers ISBN 9789029573115)

'Schuld' verscheen in 2010 (Vert. Hans Driessen en Marion Hardoar, Arbeiderspers ISBN 9789029576130)

'Der Fall Collini' (Piper Verlag, ISBN 9783492054751) verschijnt in 2012 in Nederlandse vertaling.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden