Fenomenale cast in een briljante enscenering

OPERA

De Nationale Opera Dialogues des Carmélites *****

Het is de succesvolste productie van De Nationale Opera in de nu 50-jarige historie: 'Dialogues des Carmélites' (1957) van Francis Poulenc. Toen de enscenering van regisseur Robert Carsen in 1997 in Amsterdam in première ging, was er meteen internationale belangstelling. En nu, bijna twintig jaar later, is de productie te zien geweest in zo'n beetje alle grote operacentra van de wereld - van Milaan via Londen tot Chicago.

Een succes in economische zin dus, maar evenzeer in artistieke, want wat Carsen zijn publiek in deze opera aan eenvoudige, maar poëtische beeldtaal voorschotelt, behoort tot het schoonste en ontroerendste wat er bij DNO ooit te zien was. Na 1997 werd de productie hier in 2002 nog een keer hernomen en zaterdag begon de derde reprisereeks met weer een geheel nieuwe cast. Maar hoe vaak je deze 'Dialogues des Carmélites' ook gezien hebt, bij de finale doodsdans van de Karmelietessen die een voor een hun hoofd onder de guillotine moeten leggen, lopen de rillingen niet alleen over je rug, maar over je hele lijf.

Natuurlijk creëerde Poulenc hier met die steeds maar weer vallende guillotine - zoefff, tsjak! - een meesterlijke, tot de verbeelding sprekende scène. De vijftien nonnen zingen samen een 'Salve Regina', maar na elke 'zoeff, tsjak!' is er steeds een stem minder, tot er slechts één stem overblijft en ook die verdwijnt. Huiveringwekkend. Maar Carsen verzacht als het ware die huivering door de nonnen een langzame, haast rituele dans te laten uitvoeren. Iedere 'onthoofde' zuster gaat na de executie heel rustig op haar rug op het toneel liggen, de armen gespreid.

Het is waarlijk een fenomenaal beeld, dat eenmaal gezien nooit meer uit het geheugen verdwijnt. Dat slotbeeld is tevens een schitterende spiegeling van het allereerste beeld in Carsens productie: de op het toneel uitgespreide habijten, precies op de plekken waar de nonnen drie uur later het leven laten. Alles in deze enscenering is zó goed uitgedacht en zó mooi op de muziek gemonteerd, dat het welhaast lijkt alsof Poulenc zijn muziek bij deze Carsen-enscenering componeerde. Een groter compliment lijkt me ondenkbaar.

De nieuwe cast wordt met grote zorgvuldigheid begeleid door het Residentie Orkest onder leiding van Stéphane Denève. Angstaanjagend is de gruwelijke sterfscène van de oude priores. Doris Soffel maakt met haar sterke lichaamstaal en met haar expressieve, haast kille stem de doodsangst van dit grootse personage haast ondraaglijk voelbaar. Schitterende bijdragen zijn er van Sally Matthews (Blanche), Adrianne Pieczonka (Madame Lidoine), Sabine Devieilhe (Soeur Constance) en Michelle Breedt (Mère Marie). Er is geen zwakke schakel in de bezetting te ontdekken. Allen werken toe naar dat schitterende slotbeeld, als Sally Matthews als Blanche triomfantelijk haar angst afwerpt en als laatste het schavot betreedt. Onvergetelijk.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden