Feminisme in het levenslied/Populaire cultuur

De liedjes die Corry Brokken en Conny Stuart zongen waren opruiender dan de vroege songs van de Beatles, concludeert letterkundige Maaike Meijer. Met populaire liedjes als 'Ik ben gelukkig zonder jou', 'Mijn ideaal', 'Hou je van 'm' en 'Het is over' vertolkten Brokken, Stuart en anderen in de jaren vijftig en zestig de smeulende onvrede van de Nederlandse (huis)vrouw, lang voordat Joke Kool-Smit in 1967 met haar manifest 'Het onbehagen van de vrouw' de vrouwenbeweging nieuw leven inblies. En inhoudelijk hebben deze liedjes veel gemeen met het cynische 'I can get no satisfaction' van de Rolling Stones.

Sytske van Aalsum

'Het is nu eindelijk een feit Ik ben je kwijt, ik ben je kwijt Je knoeit de as van je sigaar' Nu voortaan verder maar bij haar' (Uit: 'Ik ben gelukkig zonder jou' van Conny Vandenbos)

“Dat lied was nog eens andere koek dan de spruitjes van de groenteman”, zegt Maaike Meijer (1949), doelend op het radioprogramma 'De Groenteman' uit de jaren zestig waarin de groenteman de huisvrouw voorlichtte over de dagprijzen van verkrijgbare groenten. Meijer stuitte op het liedje geschreven door Hanny Meyter, de moeder van Frits Spits, toen ze “de culturele bronnen van het feminisme in de jaren zestig” onder de loep nam. De Neerlandica en literatuurwetenschapper liet deze keer de Nederlandse literatuur als onderzoeksbron links liggen. Meijer verdiepte zich dit keer in de populaire cultuur: lichte muziek, cabaret, radio- en tv-programma's, jeugdliteratuur en musicals.

Tijdens haar inauguratie gisteren als bijzonder hoogleraar vanwege het feministisch maandblad Opzij en hoogleraar Vrouwen en Genderstudies aan de Universiteit Maastricht, analyseerde Meijer populaire (vrouwen)liedjes uit de jaren vijftig en zestig. Haar conclusie: “Het is een vooroordeel dat de populaire cultuur per definitie conservatief en ideologisch rechts is, en alleen literatuur progressief en vooruitstrevend.”

Meijer noemt als voorbeeld Corry Brokken die in haar lied 'Mijn ideaal' (uit 1960) haar echtgenoot - en daarmee haar vastgeroeste huwelijk - tot de grond toe afmaakt.

'Je bent zo ijdel als een pauw En slooft je uit voor elke vrouw Je hebt een permanent complex Of jij nog meetelt met je sex Je cultiveert je dunne haar En parfumeert het veel te zwaar Dan speel je tennis en je flirt Totdat je kou vat in je shirt Dan breng je bloemen voor me mee En ik geef jou kamillethee' Maar het einde van het liedje is dat de vrouw toch maar bij haar man blijft. 'En toch, als ik je dan zo zie Zo stil en vol melancholie Dan voel ik soms een ogenblik Dat jij alleen bent net als ik Dan is die hulpeloze man Die toch mijn zorg niet missen kan Mij nog het liefst van allemaal Mijn ideaal, mijn ideaal'

Meijer: “Het fascinerende aan die tijd is: er is geen ontsnapping. De vrouw zit in gevangenschap met een man die het ook niet meer ziet zitten. In deze tekst zie je het claustrofobische van het klassieke huwelijk terug. De tekst is niet uit één stuk, het barst van de ambivalentie.”

Veel minder ambivalent is Conny Stuart die in 1965 'Het is over' en 'Zeur niet' van Annie M. G. Schmidt vertolkt. ''t Is over Hij zegt me niets meer (. . .) Ze mag hem hebben' en: als de echtelijke liefde je tot hier zit, (. . .) Trap om je heen wees nooit een dame en gooit het theeservies dwars door de ramen'

Meijer: “De boodschap van de 'ik' in 'Zeur niet' aan haar mede-vrouwen is: breek de tent af als je wilt, maar zeur niet. Of: wij vrouwen weten allemaal hoe rot het is, maar erover praten lost niets op. Omdat het lied uiteindelijk natuurlijk wél spreekt, en alle vrouwelijke onvrede met bakken over de luisteraar uitstort, representeert dit lied in optima forma het vertoog van het 'onbehagen bij de vrouw'. En al die liederen schalden via Arbeidsvitaminen de huiskamer binnen, waar de Nederlandse huisvrouw met haar stofzuiger in de weer was. Het gaf hen ongetwijfeld te denken.” Ook de liedjes van Corry Brokken werden radicaler van toon. In 1967 zong ze 'Hou je van 'm', eveneens gecovered door Nina Simone als 'You can have him'.

'Dus als jij met hem wil trouwen' Ga je gang, je mag hem houwen Want hij is geen man voor mij'

Meijer: “Net als in 'Het is over' biedt de ene vrouw haar man aan, aan de andere vrouw, haar rivale. Maar deze rivale wordt niet als vijandin toegesproken, maar bijna als kameraad, als lotgenoot, als jonger 'ik' die nog illusies koestert omtrent de romance met een man. Dat is een omkering van de klassieke vrouwenruil: mannen die onderling sociale relaties vormen door het uitwisselen van vrouwen. In deze teksten ontsnapt het lyrisch ik aan de positie van ruilobject: zij ruilt zelf, en maakt haar man tot object en de andere vrouw tot mede-subject. Dynamiet, lijkt me.”

Dynamiet of niet, de meeste liedteksten werden in dat pre-feministische tijdperk vooral door mannen geschreven, Annie M. G. Schmidt uitgezonderd. Waren die mannen hun tijd ver vooruit? Meijer: “Tekstschrijvers als Jelle de Vries moesten zich verplaatsen in de vrouw. Kennelijk hadden ze een oor voor opstandigheid. Het heeft ook met het individuele karakter te maken. Iemand als Guus Vleugel maakte teksten die Jasperina de Jong op het lijf geschreven waren. Vleugel was een homoseksueel die het leuk vond zich in vrouwen in te leven.”

Meijer noemt het auteurschap van een lied 'complex': “Componist en tekstschrijver zijn beiden auteur. Maar de zangeres die het lied belichaamt en interpreteert kan mede-auteur zijn. Verschillende uitvoeringen kunnen dramatisch van elkaar verschillen. Kijk maar naar Corry Brokken en Nina Simone in 'Hou je van 'm'. En bij het vertalen of bewerken van een lied drukken de zanger/zangeres en de vertaler er ook hun stempel op.”

Zongen de dames van het luisterlied almaar radicalere teksten, één thema bleef tot de jaren zeventig onaangeroerd: de vrouwelijke ontrouw. Vreemdgaande mannen waren alomtegenwoordig in de populaire liedjes in de jaren vijftig en zestig en vrouwen bleven hen altijd trouw. Pas in de jaren zeventig en tachtig komt daar verandering in. Meijer: “De bedrogen echtgenote slikt haar verdriet niet meer weg, maar neemt uit volle borst wraak. Denk aan de film 'Mamma is boos!' of aan Fay Weldons roman 'Life and loves of a She-devil'. Bovendien gaan vrouwen nu in gelijke mate vreemd. Neem de stroom hedendaagse smartlappen waar verwoeste mannen zuchten onder de slagen van vrouwelijke ontrouw en afwijzing. Koos Alberts' 'Ik slaap vanavond op de bank schat' is daarvan het prototype.”

Meijer vindt populaire teksten een belangrijke bron voor de cultuurgeschiedenis en noemt het onbegrijpelijk dat die nooit nader bestudeerd zijn: “Er zijn boekenkasten vol interpretaties van W. F. Hermans, maar er is geen cultuuranalytische aandacht voor die andere grote Hermans: Toon. Terwijl Toon Hermans het orthodoxe manbeeld van zijn generatie van zijn voetstuk heeft getrokken om er de hedonistische man, de speelse man, de man als kind voor in de plaats te zetten. Datzelfde geldt voor de liederen van Jaap Fischer en Boudewijn de Groot die ook de contemporaine mannelijkheid ingrijpend herschreven.”

Maaike Meijer herhaalt het nog maar een keer: de populaire cultuur is heus niet per definitie conservatief bevestigend en ideologisch rechts. Net zo min als de rock & roll uit de jaren zestig per definitie vernieuwend was. “Want waarover zingen de Beatles in hun begintijd nu eigenlijk? Hun werk was muzikaal zeker nieuw maar tekstueel heel conventioneel.

'It's been a hard day's night And I've been working like a dog It's been a hard day's night I should be sleeping like a log But when I get home to you I find the thing that you do Will make me feel allright (. . .) When I'm home ev'rything seems to be right When I'm home feeling you holding me tight, tight yeh'

Meijer: “De kamillethee druipt ervan af. Het is de ervaringswereld van jonge mannen, die er geen belang bij hebben de heersende sekseverhoudingen te ondervragen. Vanuit genderperspectief bezien betekent de stormachtige introductie van de popmuziek dat jonge mannen het geheel voor het zeggen krijgen in de populaire cultuur. De muziek waarin relatief veel ruimte was voor volwassen vrouwen, zakt naar het tweede plan. En eigenlijk hebben die populaire vrouwenliedjes uit de jaren vijftig inhoudelijk veel meer gemeen met het snoeiharde cynische Stoneslied 'I can get no satisfaction', dan met de zoete vroege Beatlesliedjes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden