Feliciteer de vmbo'er

Gonny ten Haaft

Het gejoel van een paar honderd pubers schalt door de gangen van de vmbo-locatie van het Interconfessionele Makeblijde College (IMC) in Rijswijk. De lessen zijn afgelopen, de leerlingen wisselen van lokaal. Op zijn kamer kan Rob Borghart het geschreeuw en getetter nog goed horen. ,,Alleen de chloorlucht ontbreekt nog, zeg ik vaak, verder zijn we net een zwembad.”

En dan is het nog niet eens grote pauze, vervolgt de directeur onderbouw. Soms denkt hij dat leerlingen niet meer op gewone toon kunnen praten, geen vriendelijke woorden meer kennen. Op harde toon vermanen doet hij nooit. ,,Je stem verheffen helpt niet, dat zijn ze gewend. Níet schreeuwen is de vorm van aandacht die deze kinderen nodig hebben, er wordt al zo vaak tegen hen geschreeuwd.”

'Aandacht' is een woord dat Rob Borghart vaak laat vallen. Onderwerp van gesprek zijn de zorgleerlingen van het vmbo, een veelbesproken 'categorie' sinds Murat D., een zorgleerling van het Haagse Terra College, wordt verdacht van het doodschieten van zijn conrector Hans van Wieren. Veel van deze leerlingen veroorzaken thuis en op school grote problemen. Toch moeten scholen er alles aan doen om deze leerlingen binnenshuis op te vangen, vindt Borghart. ,,We moeten hun nóg meer het gevoel geven dat ze iets betekenen. Ik heb sinds kort een kalender waar alle verjaardagen op staan. Op hun verjaardag ga ik ze feliciteren, dan zijn ze zó verguld.”

Dat gaat ver, zo'n verlanglijstje voor een directeur. En Borghart gaat nog verder. Zijn werkkamer - de deur bijna altijd open - mag als 'vluchtheuveltje' dienen. Hij wijst op twee leunstoelen tegenover zijn bureau.

,,Laatst kwamen er weer twee binnen. Twee jongetjes die zich moesten afreageren. Ze zaten te zieken, radio op hun kop, muziek lekker hard aan. Natuurlijk storen ze mij in mijn werk, maar ik vind het prettig dat ze me vinden. Zolang we maar contact hebben, zijn ze nog aanspreekbaar.”

Borghart keert zich dan ook ronduit tegen het idee om tuchtscholen op te richten. Of internaten. Of (her) opvoedingsscholen. De roep om dit soort oplossingen klinkt steeds harder, vooral vanuit de politiek. Ook dit weekend weer, toen de kamercommissie onderwijs haar eindverslag van de hoorzittingen over veiligheid op scholen, naar aanleiding van het Terra-college, publiceerde.

,,Allemaal dure ad-hocoplossingen”, vindt ook Aad van Loenen, directeur zorg en onderwijs van het IMC. ,,Tuchtscholen, internaten, het zijn allemaal voorzieningen die pas corrigeren als kinderen té lastig zijn gebleken. Deze jongeren raken dan nog verder geïsoleerd, ze worden uitgesloten, alsof het paria's zijn. Wij willen hun juist het gevoel te geven dat ze erbij horen. Let wel, dit zijn jongeren, tieners, die nog nooit kansen hebben gekregen, die niet eens weten wat respect is. Ze zijn vaak zó overtuigd van hun eigen onkunde, zó ontzettend onzeker. Moet een tuchtschool hun dan leren wat respect is?”

Graag zou Van Loenen het geld en de faciliteiten krijgen om binnen zijn school meer te doen voor deze kinderen. Voor zo'n preventieve aanpak moet er geld komen, niet voor 'curatieve' internaten. Zolang zulke preventieve voorzieningen er nog niet zijn, moet er wel een 'vangnet' komen voor de - uitzonderlijke - gevallen die de school niet behappen kan. Die zijn er, geven Borghart en Van Loenen toe, maar het zijn er minder dan steeds gesuggereerd wordt.

De extra voorziening die het IMC wil, moet vooral kleinschalig zijn, met veel inzet van gedrags-en opvoedingsdeskundigen. Van Loenen: ,,Als we deze leerlingen op 12-of 13-jarige leeftijd, als ze nog kneedbaar zijn, het goede voorbeeld laten zien, dagen we hen uit om erbij te horen. Dat lukt je niet als je hen uitstoot. Veel mensen hebben geen idee om wat voor jongeren dit gaat. Ze komen uit gebroken gezinnen, hebben 'multi'-problemen, hebben thuis nog nooit aandacht gehad. Ze krijgen niets te horen als het goed gaat, maar ook niet als het fout gaat. Ook in het onderwijs hebben we dat te weinig gedaan: fouten corrigeren.”

Zo'n kleinschalige voorziening is nodig omdat het ivbo (individueel en voorbereidend beroepsonderwijs) en lom-onderwijs (voor kinderen met leer-en opvoedingsproblemen) vijf jaar geleden zijn opgeheven. Op last van de overheid worden de kinderen uit dit speciale onderwijs nu opgevangen in het vmbo. Maar het vmbo kán niet al deze zorgleerlingen aan; vooral de kinderen met gedragsmoeilijkheden komen op het vmbo onvoldoende tot hun recht. ,,Onze stelling is: elk kind heeft recht op een ongelijke behandeling”, zegt Van Loenen.

,,Binnen het huidige vmbo kunnen we dat helaas moeilijk waarmaken.” De vmbo-afdeling van het IMC (649 leerlingen) heeft jaarlijks plek voor tweeënvijftig zorgleerlingen die leerwegondersteunend onderwijs (lwoo, zie kader) volgen. Een lwoo-klas telt slechts veertien leerlingen, een 'gewone' vmbo-klas vijfentwintig. De band met docenten is daardoor hecht en er is relatief veel tijd om leerlingen individueel te helpen. De onrust wordt hierdoor beperkt.

,,Ik maak wel eens de vergelijking met een bak met muizen”, zegt Rob Borghart. ,,Zitten er twee, dan spelen ze lief met zo'n wieltje. Zitten er twintig, dan vreten ze elkaars oren op.”

,,Hé Rob!”, gruwelt leerlingbegeleider Ingrid Crebas, die de vergelijking voor het eerst hoort. Toch noemt ook zij gedragsproblemen als een van haar grootste zorgen. ,,In de lwooklasjes hebben wij leerlingen voor wie wij niet genoeg kunen doen”, verzucht Crebas. ,,Maar waar moeten ze heen? In Den Haag is slechts één zmok-school, voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Die heeft een wachtlijst van minstens een jaar en hanteert zeer strenge criteria. Wij weten soms echt niet wat we moeten doen.”

Crebas kan zo vier leerlingen noemen met wie zij geen raad weet. Dat lijkt misschien weinig, maar het is er wel in elke lwoo-klas één. In de klas die Crebas begeleidt, werden het er 'vanzelf' twee. ,,Het begon met een jongen die nooit zijn spullen bij zich heeft, brutaal doet, niet luistert, zijn jas aanhoudt, enzovoorts. 'Wat hij kan, kan ik ook', dacht toen een tweede. Soms hoeft een leerling niet eens lijfelijk aanwezig te zijn om lastig te zijn. Deze jongen spijbelt, wat we er ook van zeggen. Wij moeten voortdurend de rest van de klas duidelijk maken dat hij daar niet mee wegkomt, maar voor je zover bent...”

Twee jaar geleden opende het IMC een eigen time-out voorziening voor leerlingen die niet meer te handhaven zijn in de klas. Ze hebben onaangepast sociaal gedrag, of spijbelen voortdurend. In de time-out worden de lastpakken door een team van docenten en deskundigen gedurende maximaal acht weken begeleid. Voor de écht moeilijke gevallen is acht weken niet genoeg. ,,Dan is het óf wachten op een gigantisch conflict, óf wachten tot ze zestien zijn”, zegt Borghart.

Zulke jongens en meiden doen waar ze zin in hebben, ook thuis en op straat. Vandaar dat Borghart in het afgelopen jaar al twee keer een leerling in de gevangenis 'mocht' bezoeken en ook Crebas laatst voor het eerst de jeugdgevangenis van binnen zag. ,,In je vrije tijd stap je in je auto en rijd je erheen”, verhaalt Borghart.

Volgens zorgdirecteur Van Loenen kan een kleinschalige voorziening binnen zijn school ook zulke situaties voorkomen. In de dertig jaar dat hij voor de klas stond, maakte hij het slechts twee keer mee dat de school niets met een leerling kon. ,,De rest van de moeilijke of lastige kinderen had een gebrek aan kansen. Dáár moet je, preventief, iets aan doen, maar dat kan alleen als je de scholen ook beloont. Scholen worden nu afgerekend op eindresultaten, op diploma's, niet op de goede dingen die ze voor notoire lastpakken doen.”

Omdat scholen zo weinig met hun inzet voor zorgleerlingen kunnen winnen, signaleert Van Loenen, stoten zij zelfs hun lwoo-klasjes alweer af. En dat terwijl de behoefte aan lwoo-onderwijs zo groot is. ,,Op de dag van de inschrijving zaten wij binnen anderhalf uur vol, daarna hebben we de inschrijvingsbalie moeten sluiten. We hebben vier klassen, maar zouden er zo acht kunnen vullen.”

Ingrid Crebas ontdekte wel dat er zeven leerlingen bij waren die, volgens de wettelijke criteria, te goed zijn voor het lwoo. Steeds meer ouders en basisscholen melden hun kinderen uit voorzorg aan, uit angst dat er geen plek meer is in het lwoo op het moment dat blijkt dat hun kind slecht scoort op de toetsen.

Van Loenen signaleert een ander probleem bij de dossiers die het IMC krijgt. ,,Veel gedragskundige problemen worden verzwegen, omdat ouders bang zijn dat hun kind niet geplaatst wordt. Wettelijk zijn ouders ook niet verplicht dit deel van het dossier, bijvoorbeeld een rapport van de jeugdzorg, aan de middelbare school over te dragen. Zo krijgen we veel 'verstopte' zmok-kinderen binnen het lwoo, of zelfs binnen een gewone vmbo-klas. Dat kan dus niet, zo'n kind in een klas van vijfentwintig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden