Feesten als fakkels tegen het donker

In het theologisch elftal reflecteren twee godgeleerden op de actualiteit. Vandaag: wat zeggen Halloween, het sinterklaasfeest en Sint-Maarten over onze identiteit?

Het is de week van de twee bekende feest-heiligen: woensdag was het Sint-Maarten, morgen komt Sinterklaas aan in Meppel. De hele week keken duizenden kinderen al weer vol verwachting naar het 'Sinterklaasjournaal' - met of zonder kritisch meekijkende ouders op de bank. En dan hebben we tegenwoordig ook een ander feest met religieuze wortels geïmporteerd: Halloween. Het theologisch elftal markeert vandaag de religieuze herfstfeesten. Wat brengen die feesten ons in een geseculariseerde cultuur en wat zegt dit feestvieren over wie wij zijn?

Matthias Smalbrugge, bijzonder hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de Vrije Universiteit: "'Wachter, wat is er van de nacht?' is de vraag die klinkt in Jesaja 21. De wachter antwoordt dan: 'Morgen is gekomen en het is nacht'. Ze zijn er allebei dus. Licht en donker. Deze feesten zijn markeringen in de tijd. Onze voorouders vroegen zich angstig af: 'Komt het licht nog wel weer terug?' En deze feesten zijn dus, net als Kerst, fakkels tegen het donker. Ze zijn al heel oud en vormen een belangrijk cultureel geheugen.

"Behalve dat ze overgangen in de natuur markeren, zoals de afsluiting van de oogst, zeggen ze iets over onze omgang met de grote machten. Ze gaan over geboorte en dood. Het zijn voor ons de laatste stukjes van een gemeenschappelijk religieus verhaal en er is dus een onuitgesproken angst dat als we ze níet vieren, de laatste kruimels van een gedeeld verhaal zullen wegvallen. Behalve de genoemde feesten hoort daar bijvoorbeeld nog het Feest van Sint-Lucia bij op 13 december, en in Lyon vieren ze het Feest van het Licht op 8 december met ieder jaar een paar miljoen bezoekers.

"Het is belangrijk dat al deze feesten niet louter positief zijn. Heel nadrukkelijk krijgen juist de donkere kanten van het leven een plek. Halloween is het feest van de doden, Sint-Lucia steekt haar eigen ogen uit om een heidens huwelijk te voorkomen, Sint-Nicolaas wekt in bepaalde mythes kinderen uit de dood op. Piet draagt een roe en een zak en in Frankrijk is hij Père Fouettard, een duistere figuur die kinderen afranselt. Wij hebben die donkere kanten er volledig uitgefilterd en dat is doodzonde: zo verlies je de gelaagdheid van het feest. De religieuze functie van deze feesten was juist om de donkere kant van het leven zichtbaar te maken en er zo mee om te leren gaan."

Dat vindt ook Henk Leegte, doopsgezind predikant in Amsterdam, maar hij treurt er bepaald niet om dat Piet de zak en de roe is kwijtgeraakt. "Dat is een vorm van pedagogiek waar we tegenwoordig gelukkig anders over denken. Dat je elkaar plaagt met Sinterklaas en dat je de ander in gedichten even haarfijn op z'n zwakke kanten wijst, dat vind ik er overigens wel echt bij horen. Een goed feest moet ook iets kosten. Dat mis ik nog helemaal bij Halloween: een zielloos feest, zonder verhaal. In de oorspronkelijke context is dat natuurlijk een feest dat de dood ter sprake brengt, maar dat missen wij."

Voor de rest klinken er uit zijn mond vooral positief gestemde woorden over de herfstfeesten: "Je doorbreekt het gewone ritme, ze tillen je op, het is lachen, ze geven je uitzicht." Vooral de uitbundigheid van het feestvieren vindt Leegte belangrijk: "In de Bijbel nemen feesten bij voorkeur meerdere dagen in beslag. Het is belangrijk dat er gevierd wordt. Voor Israël is Sabbat de moeder van alle feesten: je werkt een hele week om feest te kunnen vieren. Wij hebben vaak geleerd dat andersom te beleven: je hebt eerst een rustdag om daarna heel hard te kunnen werken.

"Sinterklaas is echt een goed feest. Je hebt voorpret en napret en het is een feest voor alle lagen van de bevolking. Voor de taligen onder ons zijn er de gedichten, de ander kan lekker knutselen en weer anderen kunnen zich vooral te buiten gaan aan pepernoten. Wat ook hoort bij het goede van het feest is dat er een onbewuste religieuze onderlaag in zit. Ergens is Sinterklaas zoals je zou willen dat God was. Een beloner van het goede, een bestraffer van het kwade. De christelijke God en de heidense Wodan zitten vermengd in de zak van Sinterklaas. Er zijn in de kerk nog altijd momenten dat het volkse zich vermengt met het allerheiligste. In de adventstijd zingen we bijvoorbeeld in de kerk: 'Daar komt een schip geladen tot aan het hoogste boord, draagt Gods Zoon vol genade, des Vaders eeuwig Woord' - precies hetzelfde elan als in 'Zie ginds komt de stoomboot'. Ook lezen we in de adventstijd hoofdstuk 3 uit de Openbaring van Johannes, waar Jezus zegt 'Ik sta aan de deur en ik klop' - oftewel: 'Hoor wie klopt daar, kinderen?'"

undefined

Tradities veranderen

Natuurlijk hebben we het ook over de zwartepietendiscussie. Beide theologen benadrukken dat het juist bij diepgewortelde tradities hoort dat ze kunnen veranderen. Leegte: "Anders is het een dode traditie."

Smalbrugge: "Er is in de loop van de twintigste eeuw al zoveel veranderd in de manier waarop we Sinterklaas vieren. Je identiteit verandert en het feest verandert mee. Dat is belangrijk. Sinterklaas is het enige genationaliseerde feest dat we hebben. In de jaren vijftig kwam de intocht van Sinterklaas voor het eerst op tv. In die tijd was het echt een feest dat de spirit en de saamhorigheid van de wederopbouw onderstreepte. Zo zijn die feesten thermometers van de veranderingen in de cultuur."

Leegte vult aan: "Zoals God veel aan Bach te danken heeft, zo heeft Sinterklaas veel aan Jan Schenkman te danken. Hij was onderwijzer in de Jordaan en verzon de centrale coördinaten van het hedendaagse Sinterklaasfeest. Het beeld van Sint met zijn knecht op de daken komt van hem. Dat Sint uit Spanje komt, de blijde aankomst met de stoomboot, en de moraal van 'Wie zoet is krijgt lekkers' komen allemaal uit zijn koker. Dat is dus allemaal invented tradition van niet meer dan 150 jaar oud! De traditie van de intocht van Sinterklaas stamt uit 1934, toen ze besloten Sint daadwerkelijk op een boot in Amsterdam te laten aankomen."

Leegte kan het weten, hij was van 2009 tot 2014 voorzitter van het intochtcomité in Amsterdam, in het hart van de pietendiscussie. "Toen ik begon was het Swiebertje ten top, één en al gezelligheid en folklore. De politie had werkelijk niets te doen. Vergelijk dat eens met vorig jaar. Toen reed een overvalwagen mee voor eventuele calamiteiten." Achteraf kan hij er wel om lachen hoe onwaarschijnlijk groot de kwestie werd, maar Leegte vindt het nog steeds een serieuze zaak. "Het is een heel belangrijk moment in de emancipatie van de zwarte bevolking. Dat je zó onderdeel van de samenleving bent dat je je ook durft uit te spreken over zo'n centraal feest. En het is pijnlijk hoor. Voor veel Nederlanders is Sinterklaas verbonden met hun meest dierbare jeugdherinneringen en dan zijn er ineens mensen die zeggen: 'Ik heb last van jouw feest.'

"Veel mensen, inclusief mijzelf, zijn de ogen geopend. Het blackface-karakter van Zwarte Piet, dat een blanke een karikatuur-zwarte gaat spelen, daarvan moeten we gewoon zeggen: 'O ja, sorry, natuurlijk, dat was kwetsend en dom'. Over dertig jaar schamen we ons en kunnen we ons niet meer voorstellen dat we ons ooit verzet hebben tegen de kritiek op Zwarte Piet." Leegte is er echter van overtuigd dat de kern van Sinterklaas overeind blijft: Een vrolijk kinderfeest. "Veel te leuk om niet te vieren."

theologisch elftal

Smalbrugge

De Korte

Jansen

Kalsky

Leegte

Van Vlastuin

Klapheck Tollefsen

Van der Graaf

Borgman

Nissen

Olieverfschilderij van Sint Nicolaas.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden