Feest voor een jarige verrekijker

De meest populaire bijziende ooit is jarig. Een kwarteeuw geleden begon de Hubble telescoop gehandicapt aan zijn ruimtereis. Een bril en vele adembenemende foto's later wilde niemand hem meer kwijt.

Hij werd al vergeleken met de Titanic of de Hindenburg, technische hoogstandjes uit de twintigste eeuw die kort na hun debuut jammerlijk faalden. Dat was wellicht wat overdreven, maar de missie van de Hubble ruimtetelescoop leek twee maanden na zijn lancering - vandaag 25 jaar geleden - een fiasco te worden. De telescoop die een ongekend scherpe blik op het heelal had moeten bieden, was scheel. Foutje van de spiegelmaker. De spiegel was weliswaar uiterst precies, maar voor de Hubble had hij net niet de goede afmetingen. Verre objecten zag de telescoop daardoor wazig. Vervormd.

Bij de eerste onderhoudsbeurt, in 1993, werd de fout hersteld. De Hubble kreeg een bril en zag weer scherp. Zijn glorietocht kon beginnen.

Het idee van een observatorium in de ruimte fascineerde astronomen al jaren - de eerste schetsen dateren uit 1972. Weg van die vervelende atmosfeer die elk sterrenbeeld voorziet van een nare twinkeling. De telescoop is met zijn kleine spiegel van 2,4 meter niet heel bijzonder; tegenwoordig is acht of tien meter normaal. De Hubble moet dan ook lang naar één punt kijken om ook heel zwakke objecten waar te nemen. Maar de scherpte van het beeld is onovertroffen. De Hubble kan, bij wijze van spreken, het jaartal lezen op een muntje dat drie kilometer van hem af staat.

De telescoop, vernoemd naar de astronoom Edwin Hubble, heeft zijn succes ook te danken aan diverse opknapbeurten. In 1993 kreeg hij dus een bril, bij latere bezoeken van de Spaceshuttle - in 1997, 1999, 2002 en 2009 - werden zijn camera's vervangen, kreeg hij nieuwe zonnepanelen en detectieapparatuur en werd zijn bandrecorder ingewisseld voor een modern computergeheugen. Daar blijft het bij. In 2018 wordt zijn opvolger, de James Webb telescoop, gelanceerd, zo is de planning. De Hubble blijft nog wel een paar jaar actief maar zal ergens in de jaren twintig verbranden in de atmosfeer.

Het laatste bezoek, in 2009, was nog een dubbeltje op zijn kant. In 2003 was er weer een ongeluk met een shuttle - de Columbia spatte uiteen bij terugkeer in de atmosfeer. De Nasa wilde geen risico's meer nemen en schrapte de geplande opknapbeurt (astronauten zouden bij een Hubble-missie niet kunnen uitwijken naar het Internationale Ruimtestation; die twee liggen te ver uiteen).

Astronomen protesteerden fel. De Hubble was dit risico zeker waard, vonden zij. Maar de Nasa ging pas om, na publieke druk. Duizenden Amerikanen, van amateur-sterrenkundigen tot schoolkinderen, smeekten de ruimtevaartorganisatie om het behoud van 'hun' Hubble. De telescoop was hun oog op het universum en liet wonderlijk mooie structuren zien. De Krab-nevel en de Paardenkop-nevel. De Pilaren der Creatie.

Die fascinatie hebben astronomen zelf ook. Op verzoek van Trouw lichten vier van hen hun favoriete Hubble-foto toe.

Geboorte, leven en dood op de weg naar leven

Paul Groot, hoogleraar sterrenkunde, Radbouduniversiteit Nijmegen Carina nevel

Om deze foto van de Carina-nevel kan hij niet heen. De opname hangt groot (twee bij één meter) op zijn werkkamer.

Groot: "Hier zie je de hele sterevolutie: geboorte, leven en dood van sterren, allemaal in één plaat. De bruin-rode gebieden aan de rand zijn de kraamkamers, in het lichtere gebied rechtsboven, de zogeheten slakkenogen, worden sterren geboren, tot een heel cluster van sterren rechts. Het blauwige gebied in het midden is 'schoongeveegd' door wind en straling van pasgevormde jonge, hete sterren.

"Links daarvan staat Eta Carina, de grootste ster die we kennen, 120 zonnemassa's zwaar. De ster staat op het punt van ontploffen. Dat kan morgen gebeuren, of over tienduizend jaar, maar sterrenkundig gezien is haar dood aanstaande.

"Als Eta Carina als supernova explodeert, slingert zij weer grote hoeveelheden gas en stof de ruimte in. Dat bestaat onder andere uit de zware elementen die de bouwstenen zijn voor het leven. En het restant zal een nieuw zwart gat overblijven. Dat alles in één oogopslag, en tegelijk heeft het de pracht van een abstract schilderij."

Natuurlijke kunst van 90 biljoen kilometer lang

Peter Barthel, hoogleraar astrofysica aan de Rijksuniversiteit Groningen Fee-nevel

Er is niet veel fantasie nodig om in deze wolk van gas en stof een fee op een voetstuk te zien. Statig rijst ze op uit de Adelaarsnevel, 90 biljoen kilometer hoog. Dat is ongeveer twee keer de afstand tussen de zon en de meeste nabije ster.

Ook deze nevel is een geboorteplaats voor nieuwe sterren. Die lichten het diffuse gas op. Het donkere is stof, blauw duidt op zuurstof en het bruinrood is waterstof. Overigens: de Hubble heeft geen kleurencamera aan boord, hij ziet alles zwart-wit. Maar de telescoop beschikt wel over kleurenfilters en met hulp van de computer worden alle beelden met diverse filters aaneengesmeed tot een kleurenplaat.

Barthel: "Tien jaar geleden had ik een foto van sterrenstelsels genomineerd, die prachtige spiraalvormige structuren. Nu ben ik meer gefascineerd door de vorming van sterren en hun planeten, en de condities voor het ontstaan van leven. De stervorming vindt plaats in de filamenten, in de vingers van de fee. En de interactie tussen de nieuwgeboren sterren en de materie waaruit ze worden gevormd, is verantwoordelijk voor deze fraaie sculpturen.

"Die vingers zijn tienduizend jaar geleden losgekomen. En als je tienduizend jaar wacht, is de structuur weer anders en zijn er andere sterren gevormd. Ook onze eigen zon is uit zo'n wolk ontstaan.

"Maar bovenal: dit beeld komt niet uit de computer. Dit is puur natuur. Prachtig toch?"

Terugkijken naar botsingen in onze kleuterjaren

Marijn Franx, hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit Leiden Extreme Deep Field

Tien jaar lang keek de Hubble met grote regelmaat naar één punt aan de hemel. In totaal stond de camera twee miljoen seconden open. Resultaat: in een gebiedje dat op het eerste oog leeg leek, kwamen meer dan vijfduizend sterrenstelsels naar voren. De zwakste waren tien miljard keer zo zwak als het blote oog kan zien.

Maar belangrijker: de foto geeft een beeld van een extreem jong heelal. Sommige stelsels dateren uit een tijd toen het heelal 600 miljoen jaar jong was.

Franx: "Vergelijk dat met een mens van veertig jaar. Die kijkt dan naar een foto van toen hij nog geen twee was. Aan deze Hubble-foto kunnen we zien hoe het heelal en de sterrenstelsels zijn opgegroeid.

"Vijfentwintig jaar geleden leek dit onmogelijk. Het was ondenkbaar dat er op dit soort plaatjes iets te zien zou zijn. In 1995 maakte de Hubble zijn eerste Deep Field, in 2003 opnieuw, en later weer een. Deze is uit 2012.

Die kleine rode vlekjes, daar gaat het om. Dat zijn de verste stelsels. Aan de foto kunnen we zien dat de stelsels klein beginnen en dan groeien door inval van gas. Of doordat ze botsen met andere stelsels. Geen fysieke botsingen hoor. De stelsels schuiven in elkaar."

De eerste blik op een oernevel die planeten baart

Ewine van Dishoeck, hoogleraar astrofysica aan de Universiteit Leiden Protoplanetaire schijven

In 1993 maakte de Hubble deze foto van een jonge ster met planeten in wording. Plaats van handeling: de Orion-nevel, 1500 lichtjaren van de aarde. Een schijf van stof en gas draait om de ster.

Van Dishoeck: "Dit waren de eerste plaatjes van het equivalent van onze eigen oernevel. Er zijn sinds die tijd nog wel mooiere versies van deze protoplanetaire schijven gemaakt, maar deze waren de eerste."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden