Feest ondanks terreur en onderdrukking

Iraakse christenen grijpen nieuwjaarsviering aan om te pleiten voor een eigen provincie in Koerdistan

Duizenden Iraakse christenen vierden gisteren het Assyrische Nieuwjaar, met pijn om de doden die vielen, maar ook vastberaden om het terrorisme het hoofd te bieden, desnoods door een eigen christelijke provincie in het leven te roepen.

"Het is een droom", zegt een jongeman uit het christelijke plaatsje Al Qosh in Noord-Irak. "Of die christelijke provincie er komt weten we niet, laat staan wanneer." Hij staat met een groepje jongeren net buiten het festivalterrein. Zij zijn leden van een delegatie communisten uit Al Qosh, een plaats op de vlakte van Nineveh, de locatie van de gedroomde christelijke provincie. Met hem zijn zo'n zesduizend christenen uit heel Irak en van elders naar de Koerdische handelsplaats Duhok gekomen. De overheersende kleur is paars: vlaggen, stropdassen, sjaals, overhemden, rokken, alles heeft de kleur van Zowaa, de Assyrische Democratische Beweging, de grootste politieke groepering van de Assyrische christenen in Irak.

Jong en oud loopt in demonstratieve optocht aan achter tientallen marcherende jongeren in militaire kledij die het Iraakse volkslied zingen. Vlaggendragers heffen het rood van de communisten naast het paars van Zowaa, de Iraakse en de Koerdische vlag. Kinderen hebben het nieuwe jaartal 6761 op hun wangen geschreven.

Christenen in Duhok vieren Akito, hun Nieuwjaar, dit jaar grootser dan anders, omdat de grootste Assyrische en Chaldese groepen in Irak een samenwerkingsakkoord hebben gesloten. "Ze zijn het met elkaar eens dat we als een apart volk op eigen benen moeten staan en onszelf moeten kunnen besturen", zegt Attiya Tunc, een Nederlands-Assyrische politica voor de PvdA, die als eregast aanwezig is.

Ze is een warm pleitbezorger voor een eigen christelijke provincie in Irak. Het land loopt leeg, geeft ze aan: zestig procent van de Iraakse christenen is gevlucht. "De christenen hebben geen vertrouwen in het Koerdische of het Iraakse regime. Ze voelen zich onveilig en willen een eigen plek met een eigen politie."

Dat is terug te horen in de brief die vanaf het podium op het feestterrein wordt voorgelezen. Daarin klinkt pijn door vanwege de tientallen doden die vorig jaar vielen bij de bezetting van een kerk in Bagdad, maar ook vastberadenheid. ,,We accepteren geen terrorisme of dat de regering onze rechten weigert.''

Veel van de aanwezigen zijn uit Bagdad en Mosoel gevlucht, waar het geweld tegen christenen het grootst is. Verhalen over gezinnen die zijn overvallen en vermoord, zijn legio, net als die over ontvoeringen. "We zijn het doelwit", zegt Toma Odiso (47) die uit het Koerdische Acre komt, maar in Bagdad en Mosoel studeerde. "Meer dan de anderen. Dat komt doordat we niet bij elkaar wonen." Hij is daarom een voorstander van een eigen provincie. "Dan zijn we verenigd en hebben we onze eigen burgemeesters en politiechefs." Om het zover te laten komen, is hulp nodig van de Koerdische en de Iraakse regering, benadrukt hij, maar behalve lippendienst van een aantal politici komt er geen echte steun.

Anderen bestrijden dat christenen meer doelwit zijn dan andere groepen. "Na 2003 werd iedereen het doelwit van geweld. Moskeeën, kerken, alles'', zegt een man uit Diana, nabij de Koerdische hoofdstad Irbil, die anoniem wil blijven. Hij ziet de eigen provincie vooral als iets voor christenen die in Mosoel niet veilig zijn. Hij zal er zelf nooit naar verhuizen. Zijn vrouw geeft aan waarom: het is gevaarlijk omdat radicale moslims in Irak het idee van een christelijke provincie te vuur en te zwaard bestrijden.

Er zijn ook andere redenen om niet naar zo'n eigen provincie te willen verhuizen. De 32-jarige Sandrela, die drie jaar geleden uit Bagdad kwam, zegt stellig dat ze in Duhok blijft. "We kunnen niet weg, daar hebben we geen geld voor, en mijn man heeft hier werk."

Andra (25) ziet zichzelf er wel wonen. De jonge vrouw kwam vijf jaar geleden uit Bagdad naar Duhok vanwege de onveiligheid. "Het zal ons land zijn, maar de deur moet openstaan voor alle anderen."

'Waarom zouden wij niet samen mogen zijn?'
Van de rond anderhalf miljoen christenen (onder meer Assyriërs, Armeniërs en Chaldeërs) die ten tijde van Saddam in Irak woonden, is nog ongeveer een half miljoen over. De meeste christenen vluchtten naar de buurlanden Jordanië en Syrië, sommigen naar Europa. Anderen zochten hun toevlucht in de Koerdische regio.

Ze vonden onderdak bij familie of vrienden, of werden opgevangen in kerken. Ze wilden Irak niet verlaten, maar hebben moeite in Koerdistan een inkomen te verwerven. Veel banen in Koerdistan gaan naar partijgetrouwen. Voor het opzetten van een eigen zaak hebben de vluchtelingen vaak geen geld. Wat PvdA-politica Attiya Tunc betreft is dat nog een reden voor een eigen christelijke provincie. "Wij kiezen ervoor samen te zijn. Waarom zouden wij dat niet mogen? Waarom is er tegenstand in Europa? De Koerden hebben hun eigen regio, de sjiieten willen ook, waarom wij dan niet?''

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden