Fatima Talbi (rechts) met haar broertje Mohamed op de basisschool in Rotterdam. Beeld -

Naschrift

Fatima Talbi (1972-2019) wist hoe het voelt als je eigenlijk beter verdient

Fatima Talbi (1972-2019) wist als dochter van immigranten hoe het is als je te laag wordt ingeschat. Of het nu grote armoede betrof of het kleine leed van een slecht cijfer op de haring­test: het oud-raadslid kwam op voor de mensen in haar Rotterdam.

Waar haalt ze de energie vandaan, vroegen collega’s en vrienden zich vaak af. Niet alleen was Fatima Talbi moeder van twee opgroeiende meisjes, werkte ze als hulpverlener bij Humanitas en zat ze twaalf jaar lang in de Rotterdamse gemeenteraad voor de PvdA. Ze had met haar echtgenoot nog een eigen stichting waarbij ze zorgde voor volle schooltassen voor duizenden kinderen in Marokkaanse bergdorpjes. Tassen die ze zelf afleverde in het land waar haar ouders vandaan kwamen. Fatima zat nooit stil.

Opkomen voor mensen die het moeilijk hebben. Dat gaf de in Rotterdam geboren en getogen Fatima al die energie. Het kon gaan om lhbt-vluchtelingen die bedreigd werden in het asielzoekerscentrum en voor wie ze een nieuwe opvang regelde, maar ook om iets kleins dat ze tegenkwam op straat. Neem de viskraam in Rotterdam waar ze op een dag een harinkje kwam eten. In gesprek met de eigenaren hoorde ze dat ze voor de haringtest maar een zuinige zes hadden gekregen. Dat liet Fatima niet over haar kant gaan, op de Rotterdamse PvdA-site blogde ze: ‘En als die twee lieve mensen al heel hun leven ziel en zaligheid besteden aan het schoonmaken van een heerlijk harinkje... en als die 7 gewoonweg verdiend is, dan laten we die ondernemers toch niet met een zesje zitten.’

Dat zorgen zat in haar karakter, maar werd ook gevoed door haar achtergrond. Fatima’s vader was als ongeschoolde jongeman in de jaren zeventig vanuit Marokko naar Nederland gehaald. Hij kwam onder meer te werken in de haven en in een snoepfabriek. Zijn vrouw kwam kort daarna. Fatima werd als eerste geboren, al snel gevolgd door haar broertje Mohamed, die haar later ook zou volgen in de gemeenteraadpolitiek. Als oudste van vijf kinderen was ze een echt moedertje. In de jaren tachtig kwam haar vader zonder werk te zitten in de golf van ontslagen. Financieel was het sappelen in het gezin. Soms verdiende vader tien gulden extra met het ophalen van oude kranten, daar konden ze weer boodschappen van doen. Later kreeg hij werk als schoonmaker. Fatima’s moeder die in Marokko nog de middelbare school had gedaan, deed een taalcursus, daarna een mbo-opleiding maatschappelijk werk en kreeg later een baan als hulpverlener bij Humanitas.

Hindernissen

Fatima als raadslid voor de PvdA in het Rotterdamse stadhuis.

Fatima zag als kind het gevecht en het doorzettingsvermogen van haar ouders. Ze zag ook dat het ondanks hun armoede mensen waren die altijd aan anderen bleven denken. ‘We werken hard zodat jullie het later beter hebben’, zeiden ze tegen hun kinderen. Zelf kreeg Fatima als kind met een allochtone achtergrond ook te maken met hindernissen. Zo werd ze als meisje met een goed stel hersenen en perfecte beheersing van de Nederlandse taal ingeschat op het niveau van de huishoudschool. Het was een lange weg voor ze eindelijk op de HBO Maatschappelijk Werk terechtkwam, die ze met succes doorliep. Wel vaker moest ze in haar jeugd opboksen tegen te lage verwachtingen. Ze wist hoe het voelde als je eigenlijk beter verdient.

Via Humanitas, waar ze collega zou worden van haar moeder, ging ze aan de slag als maatschappelijk werker. Zo leerde ze de zelfkant van Rotterdam goed kennen. Tijdens een interdisciplinair overleg over probleemjongeren ontmoette ze de in Marokko opgegroeide jongerenwerker Mostafa Chakir. De eerste drie vergaderingen maakten ze ruzie. Hij vond haar te hard, zij vond hem te soft. ‘Ik word gek van die man’, klaagde ze bij collega’s. Totdat ze zich een keer samen over een jonge delinquent ontfermden, toen merkten ze dat hun aanpak eigenlijk niet zo verschilde. Mostafa ontdekte dat Fatima professioneel een stevige tante was, maar dat ze van binnen zachtaardig was en iedereen wilde helpen. Collega’s keken geamuseerd toe hoe de altijd zo aanwezige, schaterlachende ‘Faat’ als een blok viel voor de rustige Mostafa, hoe ze een paar jaar later trouwden en twee dochters kregen.

Via de Jonge Socialisten was Fatima ondertussen ook de politiek ingegaan en kwam ze in de PvdA-fractie in de Rotterdamse gemeenteraad terecht. Het politieke spel beheerste ze goed. Ze was weliswaar een gevoelsmens vol idealen, maar ze kon ook pragmatisch zijn en dingen voor elkaar boksen. Ze had een groot netwerk. Met de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb had ze sinds jaren een sterke band. Beide moslim en socialist, hadden ze ervaring met armoede die klein maakt, zelfs als je getalenteerd bent. ‘Zij heeft dat weten om te zetten in het dienen van anderen’, zei hij over haar. Ze stuurde de burgervader vaak meerdere appjes per dag. Hij was haar vaste aanspreekpunt voor haar verontwaardiging over maatschappelijke kwesties. ‘Lieverd, vind jij dit ook zo’n onzin?’, las hij dan op zijn telefoon.

Worstelen

Niet alles in de politiek ging Fatima gemakkelijk af. Debatten in de raad vond ze soms lastig. Niet omdat ze te verlegen was om het woord te voeren, maar omdat ze kon worstelen met een onderwerp. Zoals de Rotterdamse discussie twee jaar geleden over verplichte anticonceptie voor ouders die niet in staat zijn om een kind op te voeden. Fatima was een groot voorstander van zelfbeschikkingsrecht, ze wilde niemand afsnijden van een kinderwens en ze geloofde ook dat mensen konden veranderen. Tegelijkertijd zag ze als hulpverlener bij Humanitas de vele probleemgezinnen met mishandelde kinderen die uiteindelijk uit huis geplaatst werden. ‘Ik vind het een lastig onderwerp’, begon ze dan zo’n debat. In het openbaar ruimte geven aan twijfel is niet elke bestuurder gegeven. Bij Fatima werd haar zoekende houding door zowel mede- als tegenstander gewaardeerd, ook omdat ze daarnaast zo’n echte Rotterdamse doener was, die bij onrecht flink uit haar slof kon schieten.

Tijdens haar twaalf jaar in de gemeenteraad zat ze met haar partij zowel in de coalitie als in de oppositie. Normaal gesproken wordt in de coalitie het eigen beleid verdedigd en ­levert de oppositie de kritische noot. Bij Fatima liep dat dikwijls door elkaar. Als ze iets zag in de argumentatie van de oppositie, kon ze een heel eind meelopen. Ook wist ze met politieke tegenstanders zoals die van Leefbaar Rotterdam persoonlijk op goede voet te blijven. Omgekeerd was ze tegenover het eigen beleid soms juist kritisch. Zoals bij de opkomst van de ‘participatiemaatschappij’, een samenleving waarin je mensen niet zou moeten pamperen, maar zelf oplossingen moet laten bedenken. Mensen willen heus veel zelf doen, vond ze, maar sommigen blijven echt hulp nodig hebben van professionals. ‘Ik moet er niet aan denken dat de buurman onder de rok van mijn bejaarde oma moet kruipen om haar steunkousen aan te trekken’, zo verwoordde ze het in de raad.

Het baarde haar zorgen dat het politieke klimaat in Nederland en in haar eigen stad grimmiger werd en steeds meer de verschillen tussen mensen benadrukte. Ze had zo hard gewerkt voor een stad waarin plek was voor iedereen, waarin de generatie van haar dochters vreedzaam zou kunnen opgroeien. Want bij alles wat ze deed dacht ze aan hen. Maar tobben deed ze niet lang, ze stak liever de handen uit de mouwen.

Verbinder

Karakteristieke lach van Fatima

In al haar vrolijke opgewektheid was er wel een zere plek en dat was het overlijden van haar vader vlak na zijn pensionering. In het hechte ouderlijk gezin waar veel gestoeid en geknuffeld werd, was hij met zijn bescheidenheid en rust een verbinder geweest. Ze miste hem erg en het deed haar pijn dat de man die zo hard voor hen had gewerkt nu niet van zijn rust en familie kon genieten.

Vorig jaar nam ze na een periode van twaalf jaar afscheid van de gemeenteraad, de maximale termijn volgens interne regels. Fatima kookte couscous voor de hele fractie. Bij haar afscheid werd ze koninklijk onderscheiden en kreeg ze de Wolfert van Borselenpenning voor haar verdiensten voor de stad. In de afscheidsspeech kwam haar zorgzaamheid weer naar voren, voor de stad en de collega’s. ‘Hoe gaat het, lieverd?’ was een typische Fatima-begroeting, zo werd gememoreerd.

Fatima was nog lang niet klaar met het zorgen voor haar medemens, maar er werd een tumor in haar maag geconstateerd, met uitzaaiingen naar de buik. Ze was bang, vooral omdat ze bij Mostafa en haar dochters wilde blijven. Maar haar positieve houding kwam snel weer om de hoek. Na een jaar intensieve behandelingen kwamen artsen tot de conclusie dat ze was uitbehandeld.

Door de ziekte begon de felle vlam van haar tomeloze energie te flakkeren, al bleef ze via de telefoon mensen helpen. Burgemeester Aboutaleb kreeg tijdens Fatima’s ziekbed nog een tijdlang haar dagelijkse appjes, net als andere vrienden en collega’s naar wie ze berichtjes stuurde en met wie ze online scrabble speelde. Op een dag merkten ze tot hun verdriet dat het stil werd.

Fatima Talbi werd geboren op 9 april 1972 in Rotterdam en overleed op 24 april 2019 in Rotterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden