Fatah-ballingen vrezen bijltjesdag in Gazastrook

Vanaf de Westoever houden ’ex-Gazanen’ contact met vrienden en familie in de Gazastrook. De mannen, lid van de Fatah-partij, werden in 2007 door Hamas verdreven.

Het is bij het huis van Aboe Ali Sjahien een zoete inval dezer dagen. In het trappenhuis beklimt een jonge Palestijn met een stukgeschoten knie de treden naar zijn voordeur met zichtbare moeite en groet een groepje tegenliggende bezoekers. Binnen borrelt de koffie onafgebroken op het fornuis, terwijl kettingrokende mannen in steeds wisselende samenstelling ondertussen rond de tv de situatie in de Gazastrook bespreken.

De zender staat daarbij doelbewust op Al-Arabiya; want Al-Jazeera, zo zeggen de aanwezigen op besliste toon, behoort tot het kamp van Hamas en is dus ’tegen alles wat Palestijns is’.

De naam van de islamitische organisatie is dan ook een vloek in het huis van Aboe Ali Sjahien, een voormalig minister onder wijlen president Arafat. Alle gasten zijn kopstukken uit de Fatah-partij en allen zijn in de zomer van 2007 halsoverkop de Gazastrook ontvlucht toen Hamas er, na bloedige gevechten, de macht overnam. Aboe Ali Sjahien zelf stond toen al geruime tijd op de dodenlijst van Hamas en heeft aan een aanslag in 2006 een verbrijzeld been overgehouden.

De Fatah-ballingen staan vanuit Westoever-stad Ramallah in constant telefonisch contact met de Gazastrook. „Ik woon weliswaar nu hier”, zegt Aboe Ali Sjahien, „maar mijn familie en vrienden zijn allemaal daar. Hun verhalen laten zich met geen woorden navertellen.”

Niet alleen het Israëlische geweld baart de mannen zorgen. Ze vrezen gelijktijdig voor een nieuwe vervolging van Fatah in de Gazastrook door Hamas. Nu al komen berichten binnen van bedreigingen, opgelegd huisarrest, executies en kogels in knieën, en Aboe Ali Sjahien kan namen en plaatsen noemen. Voor buitenlandse journalisten zijn dergelijke berichten niet te verifiëren.

Het verzwakte Hamas zou bang zijn dat de achtergebleven Fatah-leden hun kans schoon zien voor een coup – terwijl dit nu juist het moment zou zijn om te verbroederen tegen de gemeenschappelijke vijand Israël.

„De Fatah-strijders zijn goed getraind”, zegt de gewezen minister. „Maar Hamas wil ze niet eens hun wapens teruggeven zodat ze kunnen bijdragen aan de strijd. Hamas is bang voor het heden en de toekomst.”

Even verderop in het Grand Park Hotel kijkt ook de gevluchte Fatah-parlementariër Alaa Jaghi naar de nieuwsuitzendingen, met in zijn hand een voortdurend afgaande telefoon. Hij moet toegeven de eerste dagen van de oorlog genoegdoening te hebben gevoeld over het lot van Hamas, zeker omdat hij zich nog levendig herinnert hoe zijn vrienden tijdens de machtsovername werden gemarteld en vermoord. Maar, zegt hij nu, „de Israëlische bommen maken geen onderscheid tussen Fatah en Hamas.”

De periode na de oorlog wordt de moeilijkste. Mocht Hamas zich staande houden, dan lijkt ook volgens Jaghi een bijltjesdag voor Fatah onvermijdelijk. Maar de strook moet tegelijk volledig opnieuw worden opgebouwd. Hamas is daartoe volgens hem niet in staat.

Toch zal Fatah niet terugkeren naar de Gazastrook om de orde te herstellen, zelfs niet als de bevolking daarom smeekt. „Dan zou het lijken of wij garen spinnen bij Israëls oorlog tegen ons eigen volk; dat we met hen collaboreren”, zegt Jaghi.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden