Farce

Ik heb al die tijd naast ’m gezeten, zei Geert Wilders over Ab Klink, en als ik niet beter had geweten hoorde ik bijna een snik in zijn stem om zoveel trouweloosheid aan een en dezelfde tafel. Psalm 41: ’Zelfs hij op wien ik heb vertrouwd, Mijn vree en disgenoot, Verhief zijn hiel, en sloeg mij fier en stout, Terwijl hij at mijn brood.’

Ik probeer altijd wat te leren van politieke toestanden en in dit geval ging de les over de dolkstoot in de rug. Hoe je je verraden kunt voelen door je buurman. Nu ken ik weinig mensen die zo van elkaar verschillen als Geert Wilders en Ab Klink, het verbaasde me eerlijk gezegd al dat ze naast elkaar zaten, ik zou het ze beslist hebben afgeraden.

Les nummer twee betrof de vraag: wie is de baas? Majesteit dus. De brutale jongetjes voelden het al aankomen. Terwijl ze nog met elkaar aan het dollen waren zag je ze denken: o jee, straks! En inderdaad. We weten sinds Arend Jan Boekestijn de Tweede Kamer heeft verlaten natuurlijk niet precies meer wat er allemaal tijdens de koninklijke thee gezegd wordt maar het kan de heren niet echt welgevallig zijn geweest. Rutte deed nog wel dapper alsof-ie het júist hartstikke goed vond allemaal, zoals het ging, maar je zag hem, lichaamstaal!, denken: verdorie, toch eens nadenken over een republiek.

Punt drie. Humor. Humor is altijd een pijnpuntje in het parlement. Ze weten niet hoe het moet. Misschien komt het omdat ze te hard werken om ’s avonds naar Jiskefet of Jörgen Raymann te kijken, maar het is altijd een beschamende vertoning. Voor de buitenwereld dan, want zelf vinden politici zich bijzonder grappig als ze ervoor in de stemming zijn. Femke Halsema, toch niet de minste van het stel, had bedacht dat ze een metafoor met de speeltuin ging doen. Leuk, Tweede Kamer als speeltuin, hoe kom je erop! Maar zoals ik onlangs nog leerde van Dennis van de Ven, cabaretier, in een programma over de werking van humor, moet je een goede grap nooit helemaal uitrafelen. Even aanstippen en dan weer verder, maar Femke toonde ons alle statiën: puber Geertje, moeten plassen, bijrijder Verhagen, reuzenrad, spookhuis. En kijk eens aan, het werkte: ze zaten allemaal te lachen, op zich al verdacht: Rutte, Verhagen, Wilders. Femke geslaagd en wij met kromme tenen.

Ik zelf vond Ivo Opstelten een hoogtepunt, die zat er zo langdurig voor spek en bonen bij dat ik me een beetje begon te generen. Hij is natuurlijk van de bonhomie maar zijn hele lichaam dampte de existentiële vraag uit: wat doe ik hier! Waartoe zijn wij op aarde?

Eigenlijk was het alles bij elkaar vooral aandoenlijk. Ik zou de handelingen van de Tweede Kamer er wel eens op na willen slaan om te zien waar het allemaal mis ging. Jaren zeventig, tachtig van de vorige eeuw, vermoed ik. Misschien wel sinds Wim Kan ermee ophield en de politiek voortaan haar eigen geestigheid en blijspelen moest verzorgen.

Alexander Pechtold vond het allemaal een farce. Nou vooruit dan. Misschien niet eens zo verkeerd in een wereld die verder over boekverbranding en steniging lijkt te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden