Familieverhalen: van moeders geheime liefde tot ruzies bij zalm en jingle bells.

Ruim 180 verhalen zijn ingezonden voor de verhalenwedstrijd. Er werden opvallend veel kleine liefdevolle standbeeldjes opgericht.

Valse zussen, schetenlatende opa’s, etterende familiegeheimen, ruzies om de erfenis – de jury was op het ergste voorbereid. Ten onrechte, zo bleek bij lezing van de ruim 180 familieverhalen die we ontvingen: de meeste schrijvers zijn opvallend mild over hun familie en richten kleine, liefdevolle standbeeldjes op.

Voor oma bijvoorbeeld, die twintig uur lang met een mekkerend lammetje in haar tas in de trein zit, omdat haar kleindochter zo graag een schaap wil hebben. En voor opa, die repen chocola uit oren en neuzen tovert. Ze zijn goud waard, die grootouders, zo blijkt ook uit het verhaal van de heer Paling: ,,Ik ben er vanavond achter gekomen dat er eigenlijk maar één vrouw is in je leven, naast je moeder, die je onvoorwaardelijk en honderd procent lief heeft: je oma.’’

Talrijk zijn de excentrieke ooms en tantes. Tante Hendrikje, die zonder kunstgebit op verjaardagsfeestjes verschijnt. De wereldse tante Marie (,,Zo anders als ons moeder, die binnenshuis haar ontplooiing zocht en vond.’’). De stinkende oom Wim, die op de kruipzolder woont en verder vaak in zijn ’tweede huis’ rondhangt (’Bar’ staat er op de gevel). Ze dringen zich op aan kersverse bruidsparen, nodigen zichzelf uit voor kerstdiners, ze zijn krenterig, dronken, onuitstaanbaar gelijkhebberig en dus prachtige personages.

Veel verhalen spelen zich af in verpleeg- en verzorgingstehuizen – een deprimerende omgeving in de beschrijving van Loes Gouweloos: ,,Om hem heen hangen lispelende kwijlende bejaarden onderuitgezakt in hun rolstoel. Hun slonzige kleren hangen als hobbezakken om hun vermagerde lijven. Met een wazige blik staren ze in het niets.’’

Aftakeling en afscheid, het zijn wezenlijke thema’s die u met een mengeling van pijn en weemoed hebt beschreven. Ouders dementeren, raken langzaam maar zeker het contact met het heden kwijt. En kinderen gaan grasduinen in het verleden, tijdens het ontruimen van het ouderlijk huis. Dat bevat nog wel eens een verrassing, over de geheime liefde van moeder bijvoorbeeld: ,,Frits? Mijn vader heette toch Frans?’’

Opvallend afwezig was de boze schoonmoeder, die toch in heel wat films en sprookjes voor chagrijn zorgt. In de venijnige verhalen die u ons gelukkig ook stuurde, moeten vooral de moeders het ontgelden. ,,Het arsenaal aan gesuikerde gifpijlen waarover mijn moeder beschikt, is gewoon onvoorstelbaar’’, zo schrijft een anonieme inzender. Een ander kind kan niet wachten tot haar moeder dood is: ,,Alles is al geregeld, de tekst voor de felicitatiekaart, pardon rouwkaart, ligt al klaar.’’

Moeders en dochters, wat hebben ze het moeilijk samen. Ook andere klassieke thema’s doken op in de verhalen: de onverwachte erfenis, de nieuwe vriendin (’Miss Bambi’) van broer of oom, de oma die vreemdging met de melkboer, de veel te strenge vader (,,Er mocht meer niet dan wel. Alles wat niet mocht hing samen met het geloof. Wat wel mocht ook, trouwens.’’).

Zoals we al verwachtten, blijkt het kerstdiner een goed decor voor familieverhalen. Onderhuidse irritaties contrasteren mooi met zalmcocktails en jingle bells, onder de kerstboom worden heel wat vetes uitgevochten.

Dat Kerst óók een feest van liefde kan zijn, bewijst Hilda Knol. In haar verhaal ’Erfenis’ drinkt de hele familie glühwein, al is het hartje zomer, omdat vader voorvoelt dat hij de winter niet zal halen. Ontroerend vonden we dit verhaal; het krijgt daarom de tweede prijs (de 5-dvd-box ’Movies That Matter’).

De eerste prijs (een online Trouw-schrijfcursus) is voor Wiggert van der Zeijden, die in zijn kerstverhaal ’Bijna alles kan gezegd worden’ veel mooie motieven combineert: het generatieconflict, oud zeer dat door de tijd is weggesleten, een familiegeheim dat toch niet onthuld kan worden. Treffend vonden we ook zijn stijl: we zien de ’venijnige boenersblik’ en de ’ziekenhuisknieën’ van moeder zo voor ons.

Met de eervolle vermeldingen hadden we het moeilijk, want er was veel moois om uit te kiezen. Erg leuk vinden we het verhaal ’Vloek’ van Ineke Remijnse, omdat het zo lekker gemeen is: de kleinkinderen pesten de nieuwe vriendin van opa zonder enig schuldgevoel. Zij en de volgende negen schrijvers ontvangen het boekje ’Schrijven doe je zo’: Yvette Dillen, Dorit Hasselaar, Ina Wind, Anne Grijmans, Monique Schonckert, Tecla de Kam-Schotanus, Loes Gouweloos, de heer J. Paling en Daan Westerink.

Alle andere deelnemers willen we bedanken voor hun inzet en verhalen: we lazen ze met veel plezier en zijn sindsdien verzoend met de familie. Daarom besluiten we dit juryrapport graag met de woorden van Petra Bondt-van Dijken: ,,Kinderen, ouders, drie zussen en een broer, opa’s, oma’s ooms en tantes, neven en nichten. Ik zou ze voor geen goud willen missen.’’


De jury bestond uit: Harmen van Dijk, Monique de Heer en Iris Pronk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden