Familiefietsen in de Dolomieten

Vanuit Toblach fiets je op je gemak naar Oostenrijk om wafelkoekjes te proeven. Stoerdere fietsers rijden over onverharde paden naar het indrukwekkende Cortina.

TEKST JOOST OVERHOFF

In de Seiterhof, hoog in de Italiaanse Dolomieten, kun je dronken worden. Alcoholvrij. Natuurlijk, je kunt er in dat hotelboerderijtje een schuimende pint bij nemen, of een van die fijne wijnen van Zuid-Tirol. Maar het hoeft niet. Met uitzicht op het plaatsje Toblach stijgt alleen al de keus aan fiets- en wandelroutes je naar het hoofd.

We beginnen gemakshalve met de weg van de minste weerstand. Vanaf Toblach loopt een fietsroute van Italië via Oostenrijk naar Slovenië, de Drauradweg. Etappe nr.1 voert van Toblach naar Lienz, een ritje van amper vijftig kilometer. Ideaal voor 'familiefietsen'. De website van het Oostenrijks toeristenbureau schaart het pad weliswaar onder de '50-plus-tips', maar het valt even feestelijk aan te raden in de categorie '10-min'. De reden is simpel: van de twee kanten van de zwaartekracht biedt deze route vrijwel alleen die waarbij je uitgebreid kunt fluiten. Hij volgt namelijk de loop van het riviertje de Drau en gaat dus vooral omlaag. En vanuit Lienz rijdt een 'fietstrein' je riant terug tot bijna aan het startpunt.

Die start is bij het stationnetje van Toblach, onder de meeste Italianen bekend als Dobbiaco. Je kunt er fietsen huren die je desgewenst in Lienz kunt achterlaten. Handig. Onderweg krijg je dan ook al snel de indruk dat de meeste Draurijders 'huurfietsers' zijn, familiefietsers. Zelfs gehelmde dreumesen zijn, dapper trappend, van de partij. Sportieve ouders, sportieve kinderen, zo denken we. Naïef. De reden voor het enthousiasme van die rondmalende beentjes ligt verscholen in de verte.

Ondertussen verandert het landschap. De typische Dolomietenpieken maken plaats voor bergen van een meer algemene soort. Dat je opeens in Oostenrijk blijkt te zijn komt niet door een dramatische grensovergang, maar door een bordje langs de Drau, met daarop een batterij regels waar de Drau(f)gänger zich aan te houden heeft. Minstens één van die geboden is wel degelijk nuttig: met wat voor fiets je ook onderweg bent, hij moet voorzien zijn van een bel. Ook langs het zo vriendelijk kabbelende stroompje is men zich bewust van een verschijnsel dat bij ons in de fietsende samenleving bestaat: snelheidsduivels versus kabbelaars. Met hier als interessante tussenvorm een meisje op skates, al dalend nog eens voortgetrokken door een hond.

Links en rechts van het pad wenken plaatsjes die je zou kunnen bezoeken. Maar omdat dat fluitende zoeven zo lekker gaat, knijp je niet gauw in de remmen. Totdat de attractie in de verte écht lekker wordt.

Sterker nog, vrijwel alle familiefietsers slaan bij het plaatsje Heinfels linksaf. En het lijkt wel alsof het kleine gehelmde spul opeens nóg harder begint te trappen. Voor hen doemt namelijk een fabriek op, waar bezoekers (heel) welkom zijn.

Het is een Oost-Tiroolse vestiging van Loacker, een Zuid-Tirools bedrijf dat dingen maakt waar veel kinderen (en hun ouders) niet van af kunnen blijven: wafelkoekjes. Vanaf Heinfels tot aan Lienz puilen de huurfietsmandjes ervan uit.

Tel daarbij op dat velen hun tocht in Lienz afronden op een terras, waarbij de keus vooral lijkt te gaan tussen ijs of taart, en het is duidelijk dat ook een dagje fietsen calorisch aardig kan oplopen.

Daarna terug in de trein. Maar helemaal tot aan Toblach rijdt-ie niet. Hij stopt er vijf kilometer voor, in San Candido/Innichen.

De volgende ochtend doe je er goed aan vanuit Toblach een heel andere kant op te gaan. Naar het zuiden. De route richting Cortina d'Ampezzo en verder mag gelden als een van de routes die een beetje fietser ooit zou moeten doen. Onvergetelijk. De Dolomieten in optima forma.

Het pad volgt een voormalige spoorbaan en is dan ook nergens echt steil. Wel is het andere koek dan richting Lienz, ook al omdat een groot deel van de route niet is geasfalteerd. Eerder reden we van Toblach tot aan Calalzo di Cadore en gingen vanaf daar met de bus weer terug. Dit keer doen we Toblach-Cortina fietsend retour. Allebei geweldig. Cortina is een uit de hand gelopen goed idee op een fabelachtige plek. Helaas tegenwoordig weinig authentiek. Een standaard Italiaanse familie - vader, moeder, één kind - keert in onze hotelboerderij terug van een wandeling. Ze zijn er vol van. Mama vanwege dijbeenstress, haar dochtertje door de koeien die hen achterna zaten. "En wie was het bangste?", willen wij graag weten. "Papa!", roept het meisje, terwijl betrokkene zich al strategisch bij de uitgang heeft opgesteld.

De volgende dag wandelen we zelf. De Seiterhof is namelijk ook een prima uitvalsbasis voor stevige tochten te voet, zoals naar de Bonner Hütte op ruim 2300 meter. Halverwege ontmoeten we een Italiaan met één petje op en twee droge aan zijn rugzak. Alsof je ook zo de zwaarte van een wandelroute uit kan drukken: 'Is het een één-, twee-, of drie-petten-tocht?'

Het is het soort wandelingen waarbij je als fietser in de war raakt. Wat is nou eigenlijk de goede kant van de zwaartekracht? Op, of neer?

Joost Overhoff is auteur van 'Cacciucco, een Mozaïek van Italië', uitgegeven door Atlas.

Voor meer informatie kunt u kijken op

www.suedtirol.info

www.austria.info/nl/50plus-tips/karinthie

www.drauradweg.com

www.piste-ciclabili.com/itinerari/65-ciclabile-delle-dolomiti

www.bonnerhuette.it

Vrijwel alle familiefietsers slaan af bij het plaatsje Heinfels.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden