Familie met tragisch besef

Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: De Europese Unie viert zondag haar vijftigste verjaardag. Bestaat er een Europese identiteit, en zo ja: wat houdt die dan in?

’Vlakbij de Europese wijk’ woont hij, in Brussel. En toch houdt Ger Groot niet van discussies over de identiteit van Europa.

„Als je aan iemand vraagt: waarin bent u nou een echte Groot, of een echte Jansen? Dan kijkt zo iemand je vreemd aan. Maar als je vraagt: waarin bent u een Europeaan, dan vinden we dat gek genoeg een legitieme vraag. En als de ondervraagde vervolgens moeite heeft om een behoorlijk antwoord te formuleren – waar ik me alles bij kan voorstellen – dan is de vragensteller de eerste om te roepen: ’Ach, Europa bestaat ook helemaal niet’!”

Er bestaat in Europa een sterke neiging het eigen continent naar beneden te praten, constateert Groot. „Er heerst een raar soort pessimisme over Europa in het algemeen, en de Europese Unie in het bijzonder. ’Weg met ons’, dat idee. Terwijl daar objectief gezien geen redenen voor zijn. De technische innovaties die Europa bewerkstelligt, zoals een succesvol netwerk van hogesnelheidstreinen, worden afgekraakt of niet gezien. Iedere lofzang op Europa wordt meteen weggehoond, meestal door Europeanen. In de Verenigde Staten is het precies omgekeerd. De gemiddelde Amerikaan denkt dat zijn land het allerbeste ter wereld is. Terwijl daar best iets op af te dingen valt.”

Is de pessimistische klaagcultuur misschien wat ons bindt? „De vraag naar onze Europese identiteit is net zo moeilijk te beantwoorden als de vraag naar onze nationale identiteit. Wanneer voelen wij ons nou Nederlander? Eigenlijk nooit. Als er gevoetbald wordt tegen Duitsland.”

Op je eigen continent is het gemeenschappelijke volgens Groot zo vanzelfsprekend dat je het niet hoeft te expliciteren. „We voelen onszelf pas Nederlander als we in Duitsland zijn, en zo voelen we ons ook pas Europeaan als we in Azië zijn. Er gebeurt iets heel raars als je daar een andere Europeaan ziet. Je voelt een soort verbondenheid: hé, daar loopt er eentje van mijn soort, een bondgenoot.

Als ik daar bijvoorbeeld een been zou breken, dan zou ik eerder geneigd zijn om die ene Europeaan om hulp te vragen. Als mensen in hun leven echt in moeilijkheden komen, is hun familie het allerlaatste waar ze nog op kunnen terugvallen.”

Europeanen vormen een familie? „Inderdaad. We delen bepaalde gewoonten, we verstaan elkaar makkelijker. Er is onderlinge gravitatie. Maar er is niet één wezenskenmerk dat het continent verbindt. Europa is een zonnestelsel zonder zon.”

De Europese integratie moet doorgaan, vindt Groot, maar getheoretiseer over de gemeenschappelijke oorsprong draagt daar niet aan bij. Hij ziet de eenwording vooral als een praktische aangelegenheid, een proces dat bovendien al veel langer dan vijftig jaar gaande is.

„Dat gedonder over de euro de afgelopen jaren. Men maakt daar een Frankenstein-achtig monster van. Tweehonderd jaar geleden hoorde je natuurlijk precies hetzelfde: ’Waarom geven wij onze plaatselijke schelling op ten gunste van die vreselijke nationale gulden? Terwijl wij als Woerden aan de Vecht juist zo’n solide economie hebben – hoe moet dat nou als die Drenthenaren daar straks ook bij horen?”

Ook Jos de Mul denkt dat er geen eenduidige Europese identiteit bestaat. Maar anders dan Ger Groot vindt hij de zoektocht ernaar wél relevant.

Het zou volgens hem juist goed zijn als Europa met meer assertiviteit voor haar eigen cultuur zou gaan staan. De Mul: „Ontzettend jammer dat het haast altijd over landbouwsubsidies gaat. Als je Europa daartoe versmalt, vervalt het tot louter economische samenwerking. Belangrijk, maar niet iets waar je warm voor loopt.”

Europa is in belangrijke mate gebouwd op het christendom en de wetenschappelijke rationaliteit, maar volgens De Mul is een derde ’bron’ essentieel.

„Als je Europa vergelijkt met de Verenigde Staten, dan zijn Amerikanen zowel qua technisch rationalisme als qua religiositeit een soort hyper-Europeanen. Die twee ’typisch Europese’ elementen zijn daar dus veel sterker aanwezig. Zo bezien is Amerika Europeser dan Europa.

Maar er is nog een ander element dat je in ogenschouw zou moeten nemen: ontvankelijkheid voor het tragische. Een tragische gebeurtenis is niet hetzelfde als een noodlot dat ons overkomt. Tragiek doet zich voor wanneer dat noodlot door de mens zelf wordt voltrokken. Tragiek is universeel. Maar dat geldt niet voor tragisch besef: niet elke cultuur beschikt daarover, laat staan over een manier om uitdrukking te geven aan dat levensgevoel.”

Dit vermogen is volgens De Mul bij uitstek Europees. „We treffen het al aan bij de Griekse tragedieschrijvers, dus vóór het christendom. De tragedie is ongeveer gelijktijdig ontstaan met de democratie en de rechtspraak. Tragedies reflecteren daarop. Een van de eerste grote tragedies, ’Oresteia’ van Aischylos, toont hoe een bloedige keten van eerwraak uiteindelijk wordt doorbroken door een rechtszaak.”

Wat is er zo goed aan een tragisch wereldbeeld?

„Aristoteles omschreef de tragedie als een ernstige handeling die bij het publiek vrees en medelijden opwekt. Vrees dat het jou ook kan overkomen, medelijden met de held die zelf zijn noodlot voltrekt. We moeten de gewelddadige Griekse samenleving niet idealiseren, maar die ontvankelijkheid voor het lijden ligt ten grondslag aan de humanistische cultuur van Europa.”

Is mededogen of naastenliefde niet evengoed uit het christendom afkomstig?

„Dat klopt, maar in het sterk christelijke Amerika zijn bijna vijftig miljoen inwoners onverzekerd tegen ziektekosten en leven er vele miljoenen onder het bestaansminimum. De Europese verzorgingsstaat is een erfenis van de tragische cultuur. Bovendien zijn monotheïstische religies vaak intolerant jegens ongelovigen en afvalligen. In ’De Perzen’ beschrijft Aischylos de tragiek van de vijand, terwijl hij zelf nota bene deel uitmaakte van het Griekse leger. Kun je je voorstellen dat president Bush een film laat maken over de tragiek van Al-Kaida?”

Het tragisch besef, de sensitiviteit ten aanzien van anderen, is volgens De Mul ook via de Europese romantraditie doorgegeven, en hoewel wij ons er misschien niet bewust van zijn, is het tot op de dag van vandaag werkzaam. „Het oude Europa heeft zijn tragische wijsheid duur betaald, maar het is een hoopvolle gedachte dat er binnen de Europese Unie sinds 1945 geen oorlog meer is geweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden