Familie is hét middel tegen recidive

Contact met familie is voor (ex-)gedetineerden de kans om hun leven weer in de hand te krijgen. Maar sterke krachten ondermijnen dat contact: de misdaad, de straf, de schaamte. Gelukkig heeft Berend (49) zijn oma nog. 'Ze is de belangrijkste vrouw in mijn leven.'

Het kan niet anders of Karim (25) is een hartenbreker, een jongen die meisjes doet smelten. Zijn blik is open, op zijn wangen ligt een gezonde blos, uit zijn mond komen intelligente zinnen. Maar verliefd op hem worden heeft voorlopig geen zin, zijn hart is al vergeven. En wel aan zijn moeder. "Ik heb haar op een heel groot voetstuk gezet. Daar komt geen vrouw meer tussen."

Er is nog een reden waarom Karim misschien niet zo'n handige keuze is voor jonge single vrouwen: hij zit vast. Niet achter tralies, maar in het Utrechtse Exodushuis, waar 30 (ex-)gedetineerden onder begeleiding wonen, werk zoeken en hun leven weer op orde proberen te krijgen. Hier mag Karim de laatste maanden van zijn forse straf (5,5 jaar) uitzitten. Hij dealde drugs, deed nog veel meer crimineels en was volgens Exodus Utrecht-directeur Marc Groenendijk vroeger 'iemand die je niet wilde tegenkomen op straat'.

In die tijd was zijn band met zijn familie 'best wel slecht', vertelt Karim, op de zolder van het Exodushuis. "Dat kwam natuurlijk door mijn leefwijze: op straat, crimineel. Voor mijn vader was dat hartstikke moeilijk: ik ben de enige jongen thuis, hij had hoge verwachtingen van me." En zijn moeder? Ach, zijn moeder... "Haar pijn is zwaarder dan mijn eigen pijn."

Al heeft Karim nog straf te gaan, al heeft hij zijn schoolcarrière én zijn voetbaltalenten vergooid, al maakte hij al slachtoffers in zijn jonge leven, zijn verhaal heeft toch een positieve grondtoon. Dat komt door de liefde van zijn familie, waarmee hij zich omringd weet. "In de gevangenis zijn we naar elkaar toegegroeid. Daarvoor koos ik voor mijn vrienden, maar die lieten me als een baksteen vallen. Mijn familie was er wél voor me. Dat heeft me wel de ogen geopend."

Karim is in zekere zin een geluksvogel, zegt directeur Groenendijk. Want lang niet alle bewoners van zijn Utrechtse huis hebben een goede relatie met hun ouders, broers en zussen, partners en kinderen. Hij vertelt over de VIP-dagen die hij en zijn medewerkers regelmatig organiseren: kleine feestjes waarvoor de (ex-)gedetineerden hun geliefden mogen uitnodigen. "Die bellen soms een uurtje van tevoren af. Dan komt het wel eens voor dat grote mannen een hele middag in hun kamer zitten te huilen."

Als het in de buitenwereld mis gaat met deze mannen, als ze ná hun verblijf in Exodus in oude fouten vervallen, dan zijn daar volgens Groenendijk vaak twee redenen voor. De eerste is de 'administratieve rompslomp': de ex-gedetineerden verzanden in rekeningen en voor hen moeilijk te doorgronden bureaucratie. Reden nummer twee is eenzaamheid. Ook daarom doen Groenendijk en zijn team moeite voor het sociale leven van de bewoners. "Goed contact met familie, en jezelf daarmee van betekenis weten, is hét middel tegen recidive."

Sterke krachten ondermijnen dat contact. Aan een straf gaat misdaad vooraf: periodes waarin de man of vrouw in kwestie zich van zijn zwarte kant liet zien. "Heel veel gedetineerden leven voordat ze vast zitten ook al met gebroken relaties", zegt Jan Eerbeek, hoofdpredikant van de Dienst Justitiële Inrichtingen, onderdeel van het ministerie van justitie.

De straf zelf, het ingesloten zijn, doet de verhoudingen ook geen goed. Volgens Eerbeek, die 19 jaar als gevangenispredikant werkte, veroorzaakt die 'zware problemen aan beide kanten van de muur'.

De gedetineerde moet zich staande zien te houden in een machocultuur, temidden van mensen die hij niet heeft gekozen, op een beperkt aantal vierkante meters. "Daar geldt het recht van de sterkste. Het is geen emotioneel veilige omgeving, waarin je je gevoelens deelt", aldus Eerbeek.

Die gevoelens zijn er intussen volop: de gevangene wordt op zichzelf teruggeworpen. Zingevingsvragen borrelen op: Waar draait mijn leven werkelijk om? Waar - en bij wie - ligt mijn toekomst?

Familie, partner, kinderen - op die kern komen gedetineerden meestal uit. De dienst geestelijke verzorging deed onderzoek naar de belangrijkste hulpvragen van gedetineerden. Nummer één was: hoe om te gaan met hun relaties.

Aan de andere kant van de muur tobben de verwanten intussen met hun eigen sores. Met schaamte vooral, zegt Eerbeek. "Zij ervaren vaak afwijzing van hun omgeving, zij worden óók aangekeken op die gevangenisstraf. Daardoor raken ze in een isolement." Hun gedetineerde zoon, echtgenoot, vader of broer heeft daarvoor lang niet altijd oog: die is zelf te druk met overleven.

Zo gaan relaties, al hevig aangetast, makkelijk kapot. Al zijn er volgens Eerbeek ook 'ontroerende' voorbeelden van het tegendeel. Laatst was hij te gast op zo'n VIP-dag in het Utrechtse Exodushuis. "En daar zag ik een oma van 88 jaar, die bleef geloven in haar kleinzoon."

Die kleinzoon is ICT'er Berend (49), een stevige man met een hippe bril en een streepjesoverhemd. Anders dan zijn huisgenoot Karim heeft hij zijn straf al uitgezeten: 3,5 jaar, voor oplichting en vermogensdelicten. Na zijn ontslag uit de bajes "is het een tijdje niet goed met me gegaan", vertelt hij. Daarom verzocht Berend vrijwillig om een plek in het huis.

Tot zijn detentie waren er twee mensen in zijn leven: zijn moeder en zijn oma. "Met hen had ik een goeie band." Toch duurde het acht maanden voordat hij hen, vanuit de gevangenis, voor het eerst belde. De reden? Schaamte. "Ik dacht elke dag om vijf uur als de deur achter me dicht ging: morgen maar eens bellen."

Bezoek kreeg Berend al die tijd achter de tralies niet, kaartjes wel. "Dat waren lichtpuntjes, die het leven dragelijk maakten." En daarnaast hebben zijn moeder en oma nóg een cruciale bijdrage geleverd aan de positieve wending die zijn leven nu lijkt te krijgen: Berend liegt en bedriegt niet meer, heeft leuk werk, maakt schoon schip. In zijn woorden: "Ik heb een engeltje en een duiveltje op mijn schouders. Het engeltje wordt steeds groter."

De bijdrage van zijn oma en moeder bestond, vreemd genoeg, uit een afwijzing. Toen Berend dit voorjaar, na weer een korte gevangenisstraf, bij hen om geld en onderdak kwam bedelen, zeiden ze: "Nee, deze keer niet. Je zoekt het zelf maar uit, we hebben je genoeg geholpen." Weken sliep hij in het Vondelpark, daarna meldde hij zichzelf bij Exodus aan. "Achteraf was dit het beste wat me kon overkomen. Ik móest toen iets aan mijn leven doen."

Oma Dien vertelt desgevraagd, door de telefoon, dat ze het moeilijk vond dat haar kleinzoon buiten zwierf. "Daar heb ik vreselijk om gehuild. Maar nu denk ik: dit hadden we jaren eerder moeten doen." Ze klinkt scherpzinnig, streng ook: de misdrijven van haar nakomeling veroordeelt ze. "Ik vind: een keer een bekeuring, oké. Maar dit, daar hou ik niet van. Ik wijs hem er elke keer nog op: denk erom dat je niks verkeerd doet."

Onder die krasse woorden klopt een warm hart. Oma Dien zegt het zo: "We hebben maar ene kleinzoon. Hij is net zo goed van mij als van zijn moeder." Dat Berend nu op de goede weg is, verheugt haar zeer. "Dat hij nu alles recht doet wat hij vroeger krom gedaan heeft, dat hoop ik, en ik geloof er ook wel een beetje in. U mag er best inzetten dat ik 88 ben en vecht voor mijn kleinzoon."

Met dat 'recht buigen' is Berend hard aan de slag. Vóór de Kerst wil hij een gebaar maken naar zijn twee volwassen dochters, met wie hij sinds zijn scheiding - twaalf jaar geleden - geen contact meer heeft. De twee vrouwen krijgen een brief van hun vader. "Dat had ik al eerder willen doen, maar vroeger had ik ze niets te bieden. Nu wel."

Op verzoek van Berend en Karim zijn hun achternamen - en die van oma Dien - weggelaten.

'Papa is op vakantie, hij blijft wat langer weg'
'Papa zit in de gevangenis' - dat krijgen veel moeders niet over hun lippen. Uit schaamte verzinnen zij een alternatief, vertelt Winie Hanekamp van Exodus Nederland. Bijvoorbeeld: 'Papa is op vakantie, hij blijft wat langer weg.' Of: 'Hij werkt in de bakkerij, en van de baas moet hij daar ook slapen.'

Hanekamp heeft begrip voor die smoesjes, die achtergebleven ouders ophangen uit schaamte. "Zij denken: straks komt ie vrij, en dat zit mijn kind met dat stigma van die gevangenis." Toch is het volgens haar veel beter om eerlijk te zijn tegen kinderen: "Ze zijn misschien al het vertrouwen in de ingesloten ouder kwijt. Als de andere ouder tegen hen liegt, vertrouwen ze hem of haar ook niet meer."

Volgens cijfers uit 2007 zijn er in Nederland 24.370 kinderen met een gedetineerde ouder. "Waarschijnlijk is dat een onderschatting", zegt Hanekamp, die landelijk coördinator is van het project 'Ouders Kinderen en Detentie' (OKD). Kinderen met een vader of moeder in de bajes, staan nergens als zodanig geregistreerd.

Dat het voor deze duizenden kinderen traumatisch is als een moeder of (meestal) vader gearresteerd wordt en achter slot en grendel verdwijnt, staat vast.

"Je merkt dat de omgeving reageert, sommige kinderen worden op straat gepest, of niet meer op feestjes uitgenodigd. Er is vaak ook geen geld meer voor cadeautjes, zodat kinderen niet meer naar feestjes kunnen." Zo raken ze geïsoleerd.

Vrijwilligers van het OKD-project proberen dat isolement te verlichten, door af en toe iets leuks met de kinderen te ondernemen. Maar hun belangrijkste taak is: kinderen thuis ophalen, en naar hun gedetineerde ouder brengen, voor een speciaal 'kindvriendelijk' bezoekuur, waarop ook knuffelen is toegestaan. Dat is heel bijzonder, zegt Hanekamp. "Sommige mannen zijn een beetje onhandig, niet gewend om met hun kind te spelen. En dan zitten ze toch anderhalf uur te mens-erger-je-nieten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden