FAILLIET

Zeker een op de zes faillissementen komt voort uit fraude. En omdat politie en justitie dit delict amper aankunnen, is het vooralsnog een lucratieve bezigheid een bedrijfje om zeep te helpen. Advocaat-generaal Van der Kaaden vindt het de hoogste tijd om in te grijpen en verbaast zich erover dat de politiek dit onderwerp laat liggen.

Het is het juridische jargon voor: hier is mogelijk geknoeid, hier wordt de kluit belazerd en hier worden waarschijnlijk schuldeisers, plat gezegd, oortjes aangenaaid. Dat de curator zich van het weinig zeggende jargon bedient, heeft alles te maken met het feit dat hij of zij het kruit droog wenst te houden. Openheid van zaken is nodig om de slachtoffers van een faillissement te informeren, maar tegelijkertijd kan al te grote openheid een vermeende fraudeur erop wijzen dat hij in de gaten loopt. Een fraudeur is een mens en dus telt een gewaarschuwd fraudeur ook voor twee.

Elk faillissement is anders, maar tegelijkertijd zijn er veel overeenkomsten te vinden bij faillissementen met een luchtje. Zo is ook bij Floron BV de laatste directeur zoek. De voorlaatste wordt gevonden, maar zegt over geen enkel stuk van Floron meer te beschikken. Hij is bereid mee te werken om de curator inlichtingen te verstrekken, maar een afspraak wordt uiteindelijk afgezegd wegens ziekte. De lucht van een eventuele fraude wordt altijd veroorzaakt door het ontbreken van een administratie, zo ook bij Floron BV.

De levensloop van de BV is tot aan de 'sterfdag' op 3 januari 1995 weinig opmerkelijk. Op 5 oktober 1984 wordt het bedrijf in Groningen 'geboren' met als omschrijving van de activiteiten: vermogensbeheer in de meest ruime zin van het woord. Twee jaar later wordt daaraan toegevoegd: 'handelen en repareren van auto's onder de handelsnaam Duno'. Duno krijgt een zusje in Amstelveen met de naam A. B. A. A. Bijl. Duno verandert later in Autobedrijf Fenema dat vervolgens een Amsterdams zusje krijgt met de naam Hadu. Het Amstelveense bedrijfje wordt omgebouwd tot Automobielbedrijf Bovenkerk. Tot aan het faillissement zal er nog vaak van handelsnaam worden veranderd, maar het bedrijf Floron BV blijft overeind en is steeds op een adres in Nederland te traceren. Geen haan die naar dit bedrijf kraait. In 1991 wordt voor het eerst een jaarrekening met rode cijfers bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd: bijna vierduizend gulden in de min. Maar ook daarvan zal niemand gek opkijken, er zijn nu eenmaal magere en vette jaren.

Dan begint Floron BV aan een wonderlijke episode in zijn achtjarig bestaan. Over 1992 worden twee jaarrekingen ingediend. De eerste met een negatief resultaat van 90 000 gulden, de tweede een half miljoen gulden hoger, negatief dan wel te verstaan. Waar dat half miljoen is gebleven, is onduidelijk. Er is geen directeur te vinden die de verdwijning van dat bedrag kan verklaren. Wat is het? Een boekhoudkundige correctie of een greep in de kas van een directeur die de laatste centen pakt en weet dat het bedrijf toch zal omvallen?

Medio 1994 gaan de drie medewerkers van het bedrijfje met vakantie en na terugkomst blijkt de BV, voor de vakantie nog gevestigd aan de Amsterdamse Elandsgracht, geheel te zijn verdwenen. Het bedrijf, geboren te Groningen, blijkt te zijn verplaatst naar de voormalige Sovjet-Unie onder achterlating van de schulden in Nederland. De enig vindbare voorlaatste bestuurder is volgens de curator niet veel te verwijten. Hij zou de BV op papier hebben gekocht en weer hebben doorverkocht aan de laatste bestuurder. Over de kans dat de schuldeisers nog iets van hun geld terugzien, is curator mr. M. Rootring zeer pessimistisch. Van enig bezit is geen sprake, aan de actiefkant van de balans is niets meer te vinden.

Het is zomaar een faillissement met een luchtje, een van de 1 000 die de curatoren jaarlijks bij justitie zouden kunnen aanleveren. Maar dan? Elke curator weet dat veel dossiers bij politie en openbaar ministerie blijven liggen. Drie van de 19 arrondissementen deden tot vorig jaar in het geheel niets aan deze vorm van fraude en de andere kregen maar mondjesmaat zaken voorgelegd.

Jarenlang heeft Nederland zich vooral zorgen gemaakt over de fraude tussen burger en overheid. Misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden, zoals bijstandsfraude, dicteerde de agenda van de Tweede Kamer en stond dientengevolge ook hoog op de prioriteitenlijst van politie en openbaar ministerie. Deze verticale fraude, de fraude in het verkeer tussen overheid en burger, drong die tussen burgers onderling naar de achtergrond of zelfs geheel uit het zicht. Daar is inmiddels een einde aan gekomen. Volgens mr. J. J. Van der Kaaden, advocaat-generaal bij het hof in Den Bosch en verbonden aan het landelijk Bureau Fraudebestrijding te Arnhem, hebben de banken de laatste stoot gegeven om die horizontale fraude, dus tussen burgers onderling, een hogere prioriteit bij het openbaar ministerie te geven. In het kader van de drugscriminaliteit werd de banken gevraagd mee te werken aan het melden van verdachte stortingen. Van der Kaaden: “Maar die banken hebben ook tegen de minister van justitie gezegd: 'Het is mooi dat ons gevraagd wordt mee te werken aan de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, maar als wij met een omvangrijke fraudezaak zitten, dan blijkt in opsporend Nederland geen enkel politiekorps in staat daar een goed onderzoek naar te doen. En als er een onderzoek wordt gedaan, dan blijkt vervolgens ook nog eens dat bij het openbaar ministerie de zaak te lang blijft liggen waardoor de kans op een veroordeling zeer gering is'.”

Waar bij de bestrijding van de verticale fraude het openbaar ministerie al een handhavingsstrategie heeft ontwikkeld, wordt nu volgens Van der Kaaden een begin gemaakt met de bestrijding van de horizontale fraude, de verzekerings- en bankfraude, de faillissementsfraude en de fraude met intellectuele eigendomsrechten. Tot die laatste categorie behoren het namaken van merkkleding, het kopiëren van muziek en het illegaal dupliceren van videobanden. De vier fraudesoorten hebben gemeen dat zij schadelijk zijn voor de economische bedrijvigheid.

Geschatte schade? Van der Kaaden moet vooralsnog het antwoord schuldig blijven. De faillissementsfraude wordt geraamd op een half miljard gulden per jaar en daarbij moet worden opgeteld het ontslag van 500 werknemers. De totale schade voor de vier terreinen wordt nog onderzocht, maar naar verwachting zal die enkele miljarden guldens bedragen.

De banken en verzekeraars willen wel dat justitie zich inzet voor de rechtshandhaving op hun terrein, maar komen onder meer uit concurrentieoverwegingen moeilijk af met schadecijfers. Van der Kaaden: “De banken vrezen simpel gezegd dat wanneer hun naam te vaak in de krant staat in verband met fraudezaken, de burger dan denkt dat die bank niet goed op zijn geld let. Aan de andere kant kunnen de banken bij potentiële cliënten vertrouwen wekken door openbaar te maken wat zij doen aan fraudebestrijding. Datzelfde geldt voor de verzekeringsbranche. Die sectoren komen maar moeizaam tot overeenstemming over het verschaffen van gegevens. Dat is een probleem. In die sectoren wordt, en dat is het tweede probleem, ook veel gehecht aan wat men noemt de potentiële fraude. Dat is de fraude die net op tijd is onderkend. Zij zeggen dat het inherent is aan het financiële verkeer dat de grenzen worden verkend, dat geldt ook voor het opdrijven van schadebedragen. Men kijkt hoe ver men kan gaan. Bij die gevallen spreek je niet over een schade van vele miljoenen, maar over een potentiële schade van miljoenen.”

Een aantal banken neemt die schade voor lief en berekent het verlies simpelweg door in het product. Andere maken er wel een zaak van en richten interne fraudebureaus op. Bekendmaking wie wel wat doet en wie niet, zou potentiële fraudeurs alleen maar de weg wijzen waar de pakkans het kleinst is.

Van der Kaaden erkent de kritiek van de banken. Voor moeilijke fraudegevallen is veel kennis nodig. In de Verenigde Staten, maar inmiddels ook in Nederland, zijn grote accountantskantoren ertoe overgegaan afdelingen 'forensic accounting' in te richten. Die in fraudeopsporing gespecialiseerde accountants zitten, zij het in veel te geringe aantallen, ook bij de politie, bij de CRI en speciale opsporingsdiensten als ECD en FIOD. Gelet op de onderbezetting op dat terrein zijn politie en justitie zo nu en dan gedwongen bij onder meer Coopers & Lybrand en Moret & Ernst en Young en KPMG capaciteit in te huren. Die bedrijven trekken ook aan de schaarse forensische accountants bij justitie. “Op dit moment zijn er bij de CRI nog acht forensische accountants over. Er is er meerdere weggestroomd naar de private sector. Bij de vormen van fraude waar we het nu over hebben, moet je vaststellen dat bij de politie de specifieke financiële deskundigheid ontbreekt.” Volgens Van der Kaaden moet erover worden nagedacht hoe het specialisme weer in de politiekorpsen kan worden teruggebracht. Met andere woorden: moet de voorheen boekhoudkundig en administratief geïnteresseerde diender die nu in de speeltuin staat op te passen, terug naar zijn oude taak? “We hebben nog maar een vaag beeld van hoe we dat gaan oplossen. We denken dat de eenvoudige fraudes vanuit het district moeten worden opgelost. De ingewikkelde fraude bij de verzekeringstussenpersoon uit wijk 7 op de hoek is voor de politie op regionaal niveau. De nog meer gecompliceerde zaak vergt wellicht een landelijke, specialistische afdeling.”

Maar waar ligt de grens tussen eenvoudig en gecompliceerd? Aan de hand van het profiel van de faillissementsfraudeur is nog enig onderscheid te maken. Zo is er de eigenaar van een zeventigjarig bedrijf, die omwille van het voortbestaan de ene schuldeiser eerder betaalt dan een andere. Zijn bedrijf valt uiteindelijk toch om en hij blijkt eventuele malversaties niet uit eigen gewin te hebben gepleegd. De kans is groot dat dit geval buiten het strafrecht blijft.

Wie een keer failleert, maar zijn bedrijf liet ontploffen om de eigen zakken te vullen, lijkt een prooi voor het strafrecht. “Er is nu eenmaal sprake van een glijdende schaal, van behoorlijk gedrag naar onbehoorlijk gedrag en vervolgens naar ontoelaatbaar gedrag. De categorie die uit is op eigen gewin, is helder. Als dat aspect eruit springt, dan is er gewoon sprake van diefstal, van jezelf verrijken ten koste van schuldeisers. Je hebt er bij, en dat is de tweede categorie, die bij de eerste keer merken hoe makkelijk het ging. Zij zijn daarna bereid met dezelfde of nog grotere risico's een nieuwe onderneming te beginnen in de wetenschap dat mocht het bedrijf niet lopen, ze altijd nog op tijd hun inboedel kunnen veiligstellen en zorgen dat je je administratie onderweg verliest. De derde categorie heeft bedacht dat het toewerken naar een faillissement zelfs een mogelijkheid is om snel rijk te worden. Die mensen hebben ook nooit het begin van een bedoeling gehad om een legaal bedrijf te beginnen. Dat is een groep waar je je capaciteit op moet richten. Deze groep mensen heeft veel te verdienen en heeft dus ook veel uit te geven. Dat betekent dat men ook kan investeren en een beroep kan doen op heel kostbare en kundige adviseurs. En juist waar het om dit soort criminaliteit gaat, kan het zo zijn dat adviesvragen aan advocaten heel legaal kunnen lijken. Die groep blijft vaak buiten het strafrecht, maar ik denk dat die kans steeds kleiner wordt.” Van der Kaaden denkt overigens niet dat vaststellen van de prioriteiten voor het vervolgen van faillissementsfraude op dezelfde manier kan als bij de bijstandsfraude. “Zo van: schade tot 6000 gulden wordt niet door het strafrecht afgedaan.”

“Waarom de politiek zich niet over dit onderwerp laat horen? Dat is een intrigerende vraag. Het is moeilijk een schadebedrag te noemen en vervolgens uit te rekenen hoeveel dus op de burger wordt verhaald. Dat verband is moeilijk te leggen.” De abstractie van het probleem is volgens Van der Kaaden een van de oorzaken dat de politiek zich niet bijvoorbeeld via Kamervragen roert. “Waarom maken wij er dan een probleem van? In de eerste plaats omdat steeds duidelijker wordt dat het veiligheidsgevoel van de burger ook een administratieve component heeft. Hij wil niet alleen 's avonds veilig over straat kunnen lopen, maar ook het gevoel hebben dat bij het bouwen van een huis de aannemer niet failliet gaat. Hij wil zeker weten dat later de koopsompolis wordt uitbetaald. Dat type veiligheidsgevoel vergt in de rechtshandhaving meer en meer aandacht. Laten we niet vergeten dat het in een technocratische samenleving steeds makkelijker wordt het geweten even opzij te zetten. En via dat heel eenvoudige handtekeningetje op dat op zichzelf toch al onduidelijke formulier kun je al frauderen. Het verbaast me dat de ministers van economische zaken en financiën niet vaker hun vinger opsteken. Fraude is tenslotte een belemmering in het economische verkeer. Je zou toch denken dat een vakminister daar gevoelig voor zou moeten zijn. Zo in de trant van: Kamer, wat ben ik blij dat u over fraude in het economisch verkeer begint.”

Het probleem kan ook op een andere manier onder de aandacht gebracht kan worden. Bijvoorbeeld door een vergelijking te maken met de meer in het oog springende drugshandel. Als je kijkt naar de winsten uit fraude, het wederrechtelijk verkregen voordeel in het juridisch jargon, dan kan de drugshandelaar beter in fraude gaan. Zijn inspanningen zijn kleiner. Hij hoeft niet de hele wereld over te reizen om drugs te kopen en te verkopen. De kans dat hij geliquideerd wordt, is kleiner en de kans dat hij gepakt wordt ook. En ook de straffen, mocht het tot een veroordeling komen, zijn relatief milder.

Vier à vijf personen hebben in Nederland dat al jaren onderkend. De politie kent ze, en zij weten dat de politie hen in de gaten houdt. Ze zijn afkomstig uit de wereld van de faillissementsfraude, maar hebben hun werkterrein inmiddels uitgebreid naar andere vormen van fraude zoals de onroerend-goedfraude. “Ze zitten ook in internationale subsidiefraude en fiscale fraudes. Hun werkterrein breidt zich als het ware uit. Ik denk dat het nu om vier, vijf netwerken gaat waarin ook anderen weer incidenteel terugkeren. Je spreekt niet over tientallen, maar het zijn er zeker niet meer één of twee. De vijf personen die we op het oog hebben, weten dat we ze in beeld hebben. Maar ze zijn zo slim en werken zo ingenieus, dat ze in alle openheid hun bedrijvigheid kunnen voortzetten. Dat is natuurlijk heel wonderlijk. En dat is ook het verschil met de drugshandelaar. Die gaat ervan uit dat hij voortdurend wordt geobserveerd. Zijn handelwijze is erop gericht dat hij niet voortdurend in beeld gehouden kan worden en dat zijn telefoongesprekken niet worden afgeluisterd. Maar het merkwaardige van de fraudeurs waar we nu over spreken is, dat zij gewoon weten dat we ze volgen. Dat weerhoudt ze er blijkbaar helemaal niet van om ermee door te gaan. Lees de advertenties maar in De Telegraaf. Je kunt zo zien dat ze nog actief zijn. Dat is dramatisch, dat heeft ook een heel perverterend effect op de samenleving. We zijn kennelijk niet in staat die mensen een halt toe te roepen. Ik ben nu 4,5 jaar advocaat-generaal en daarvoor was ik zeven jaar officier van justitie in Dordrecht. Acht, negen jaar geleden kreeg ik verdachten op mijn bureau waarnaar nu nog regelmatig onderzoek wordt gedaan. Dat is het gevolg van een gebrek aan coördinatie. In het ene arrondissement wordt wat geschikt, in het andere wat geseponeerd. Het ontbreekt aan het aanpakken van het geheel, de zaak in kaart brengen, en de bewijzen zodanig verzamelen dat je binnen een redelijke termijn een kans van slagen hebt om met succes een afgerond geheel voor de rechter te brengen. Zo'n zaak vraagt zoveel capaciteit, dat van meet af aan al sprake is van een afbakening. We pakken alleen de recente zaken aan en die andere laten we zitten, maar daardoor gaat vaak wel de samenhang ontbreken. Aan coördinatie is een gebrek, er is een gebrek aan kennis, maar er is ook een gebrek aan capaciteit voor tijdrovende zaken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden