Review

Fabuleuze Bartoli weent en laat de zon schijnen Muziek

Het was zondag avond een fluitje van een cent voor Cecilia Bartoli om de grote zaal van het Concertgebouw tot een staande ovatie te bewegen. De aanwezigheid van de Italiaanse megaster, die dit jaar de Edison-Publieksprijs won met haar Vivaldi-album, was al genoeg om de zaal op zijn kop te zetten. Nog voor zij één noot had gezongen, kreeg zij een minutenlang applaus.

Bartoli was gekomen om over de liefde te zingen; over de gelukkige liefde, over de onzekere liefde, maar vooral over de tragische liefde. Ditmaal nam ze daarvoor geen aria's van Vivaldi of andere barokcomponisten -waarmee ze twee jaar geleden zoveel succes boekte in het Concertgebouw- maar greep ze terug op haar oude liefdes Mozart en Rossini, aangevuld met Haydn, Schubert, Bizet en Viardot Garcìa.

Met haar onmiddellijk te herkennen lichthese stem, haar fabuleuze techniek en haar natuurlijke muzikaliteit, is Bartoli nog altijd een fenomeen. Nergens zingt ze op de automatische piloot, iedere strofe krijgt van haar een bijzondere behandeling. 'A quoi bon vivre sans ami', weende zij in het schitterende 'Hai Luli!' van Viardot Garcìa. En in Mozarts 'Un moto di gioia' liet ze even de zon schijnen.

Behalve met een bijzonder inlevingsvermogen is Bartoli gezegend met een uitzonderlijke muzikaliteit. Zelfs ademhalen maakt bij haar deel uit van het zingen. Versieringen zijn bij haar nooit bedoeld om te epateren, maar krijgen altijd een muzikale functie. Een van Bartoli's wapens om het publiek op het puntje van de stoel te krijgen, is haar pianissimo: zingend fluisteren, maar zo dat het toch hoorbaar is in iedere hoek van de zaal.

Haar sterkste troef is de lichte bewegelijkheid van haar stem, waarmee ze met het grootste gemak over de noten dartelt. Bartoli bewaarde die kunst voor na de pauze. In de liederen van Viardot Garcìa en Gounod kwamen eindelijke de schitterende vocalises, de tremolo's en de coloraturen waar Bartoli het patent op heeft. En alles met een natuurlijke gratie en speelsheid. Bartoli wond de zaal om haar vingers met kleine grapjes, zoals het gekke stemmetje dat ze opzette voor het lieveheersbeestje in Bizets 'La coccinelle' en de verbaasde blikken over haar eigen vocale capriolen.

Dat het allemaal toch nóg mooier kon, was te horen in de vijf toegiften die het publiek haar wist af te dwingen. Eenmaal losgekomen van de spanning deed ze er nog een schepje bovenop en zong ze 'Ma rendi pur contento' van Bellini met alle intensiteit die ze in huis had. Bartoli geniet van zingen. Dat bleek wel aan de uitgelaten manier waarop ze het spectaculaire 'Canto negro' van Montsalvatge zong: heupwiegend en met de vingers knippend. 'Kom, nog eentje', fluisterde ze pianist Jean-Yves Thibaudet toe. En ja hoor, daar klonk nog een droevige Puccini.

Het succes van Bartoli was voor een groot deel te danken aan de subtiele begeleiding van Thibaudet, die met de precisie van een metronoom, Bartoli op de voet volgde. Tussen twee coupletten spon hij een zijden draadje, zodat zijn zangeres soepel in kon voegen. Helaas was 99 procent van het applaus niet voor hem bestemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden