Faas Wilkes, de ultieme dribbelkoning

ROTTERDAM (ANP) - Faas Wilkes was een voetballer voor de liefhebbers. Wars van tactische concepten en trainerprietpraat speelde hij altijd zijn eigen wedstrijd. Immer stijlvol, de bal aan de voet, de ogen gericht op de tegenstanders en steeds maar op zoek naar de passeerbeweging.

Hij was de ultieme dribbelkoning. 'Balletdanser', noemden ze hem ook.Een plaag voor de opponent en medespeler, want de raspingelaar hield het liefst de bal bij zich. Ooit bromde zijn legendarische tijdgenoot Abe Lenstra dat voetbal toch echt met elf tegen elf werd gespeeld.

Wilkes reageerde gevat: ,,Abe, als ik er vier voorbij ben, is het nog maar zeven tegen elf.'' In tegenstelling tot de meeste dribbelaars maakte de Rotterdammer ook veel doelpunten. Hij was lange tijd topscorer van Oranje met 35 treffers in 38 interlands. Een onwaarschijnlijk hoog gemiddelde van bijna een doelpunt per wedstrijd.

Verhuizer

Servaas Wilkes kwam 13 oktober 1923 in Rotterdam ter wereld. Hij groeide op bij Xerxes, de club waar later ook Wim van Hanegem zou spelen. In 1940 maakte hij op 17-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal. De elegante pingelaar, die buiten het voetbal werkte als verhuizer in het bedrijf van zijn vader, veroverde meteen de harten van bewonderaars. Op 10 maart 1946 speelde hij zijn eerste interland, tegen Luxemburg.

Een onvergetelijk debuut, want de jonge aanvaller scoorde al na vijf minuten. Later maakte hij er nog drie. Nederland won met 6-2. In die wedstrijd speelde voor het eerst het 'gouden binnentrio' met elkaar. Lenstra, de nurkse doch briljante Fries, Wilkes en Kees Rijvers, de kleine Brabander die ook zijn debuut maakte. Het trio, gezegend met veel techniek, opereerde door omstandigheden slechts in tien interlands samen. Daarvan ging er slechts één verloren. Wel een belangrijke wedstrijd overigens: op de Olympische Spelen van 1948 tegen Groot-Brittannië. Het was een van de laatste interlands die Wilkes speelde voordat de keuzecommissie van de KNVB hem niet meer selecteerde.

Prof tegen het zere been van KNVB

In 1949 werd Wilkes profvoetballer. Dat was tegen het zere been van de KNVB, die het amateurisme hoog in het vaandel had. De aanvaller ging naar het grote Internazionale in Milaan. In Italië groeide de stylist uit tot een idool. Voordat Milaan aan de voeten lag van Gullit, Van Basten en Rijkaard, had het de schoenen van Wilkes al gekust. Nog steeds lopen er in Milaan Italianen rond die naar de naam Servaas luisteren.

Prof tegen het zere been van KNVB

Wilkes bleef vier seizoenen in Italië. Drie jaar Inter en een jaar Torino. Daarna vertrok hij naar Spanje, naar Valencia. Opnieuw groeide hij uit tot een held. Met witte doekjes gaven de supporters van de Spaanse club hun bewondering aan. Voordat hij in 1956 voor 100.000 gulden terugkeerde naar VVV in Nederland, speelde hij nog even voor Levante. Een Spaanse club in de buurt van Valencia, waar later ook Johan Cruijff een paar maanden actief voor was. Het is opmerkelijk dat de twee grootste voetballers die Nederland had, uitkwamen voor hetzelfde kleine clubje. Wilkes was ook het idool van de jonge Cruijff.

Modezaken

Bij VVV bleef hij drie seizoenen, daarna verkaste hij naar het ambitieuze Fortuna'54. Op 14 mei 1961, op 37-jarige leeftijd, speelde Wilkes zijn laatste interland. Na zijn afscheid als voetballer leidde Wilkes met zijn vrouw de chique modezaak Monisima in Rotterdam. ,,Wat hij gaat doen als hij later echt oud is'', vroegen verslaggevers twee jaar geleden op de tachtigste verjaardag van Wilkes. ,,Dood. Dan ga ik maar eens dood'', antwoordde hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden