Extra voedsel en meer inkomen

Boeren op Madagaskar telen Nederlandse aardappelen, maar niet zonder problemen. Zij zoeken samenwerking met Nederlandse bedrijven.

„Drie jaar geleden was er een voedseltekort op Madagaskar”, vertelt Solo Andriatefy, een jonge boer. „Er was te weinig rijst. Maar wij hadden twee ton aardappelen in de schuur liggen. Drie maanden lang hebben we alleen aardappelen gegeten. Aan het einde van de hongersnood waren wij allemaal aangekomen.”

In de regio rond Antsirabe, op het hoogland van Madagaskar, telen de boeren al zo’n dertig jaar Hollandse aardappelen. Voor de boeren op Madagaskar is de aardappel een plant voor het droge tussenseizoen, de tijd dat er geen rijst verbouwd kan worden. Rijst is nog steeds het belangrijkste voedsel voor de eilandbewoners en de gemiddelde Malagassiër eet het drie keer per dag. Maar op de koele hooglanden ziet men duidelijk ook het voordeel in van de aardappelteelt. Het betekent extra voedsel en meer inkomen.

Boerin Claire laat trots haar land zien. In 1971 kreeg ze, samen met een lening en instructies, voor het eerst Spunta-pootaardappelen van Fifamanor, een onderzoekscentrum dat ziektevrije pootaardappelen uitgeeft. Sindsdien verdient ze zo’n 200 euro per jaar bij met de aardappelteelt. Een deel van de aardappelen kan ze terugverkopen aan Fifamanor, die de oogst weer gebruikt als nieuw pootgoed. De rest gaat naar de markt. „Deze aardappelen helpen me al jaren te overleven. Het enige probleem is de stijgende kosten van pootgoed en kunstmest. De kosten gaan wel omhoog, maar de opbrengst niet. De opkopers beslissen wat ze ons betalen.”

Het aardappel telen zelf gaat ook niet zonder problemen. Twee jaar geleden brak er een aardappelziekte uit in de velden van Antsirabe. „Dat jaar hadden we maar een derde van de oogst”, zegt Claire. „Gelukkig had ik het pootgoed toen niet op krediet, dus maakten we toch nog een beetje winst.” Om ziektes te voorkomen, zijn de boeren op Madagaskar op zoek naar verbeterde soorten. Solo Andriatefy importeerde begin vorig jaar een container met Paloma-aardappelen van Agrico uit Emmeloord. Hij leende daarvoor 15.000 euro van de plaatselijke bank. De aardappelen zijn inmiddels in hun derde generatie en het laatste gedeelte van de lening moet in 2010 worden terugbetaald. De boer wil een nauwere samenwerking met een Nederlands bedrijf. „Wij hebben land en een markt, maar we hebben betere variëteiten en technische kennis nodig.”

Andriatefy zoekt ook naar middelen om meer te kunnen produceren. Hij is de coördinator van een coöperatie waarbij meer dan 800 aardappeltelers zijn aangesloten. De coöperatie heeft twee grote opslagschuren. „In de ene schuur bewaren we de aardappelen voor de verkoop, in de andere sorteren we het pootgoed voor het volgende seizoen. We sluiten een contract af met de boeren. Zij planten het pootgoed en leveren de oogst weer terug aan ons.” Op die manier zijn de boeren verzekerd van een markt en kan de coöperatie grotere verkoopcontracten afsluiten.

Bedrijven in de hoofdstad verwerken de aardappelen tot chips. Ook in het naburige Mauritius is men geïnteresseerd. „We proberen nu genoeg te produceren voor de exportmarkt. We hebben wel veel leden, maar die hebben allemaal kleine stukjes land. Dus moeten we wel samenwerken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden