Extra verlof als ei van Columbus

Vaderschapsverlof, brugklasverlof: deze week buitelden de voorstellen voor extra verlof voor ouders over elkaar heen. En dat terwijl we al zo weinig werken. Aan verlof komt echter een keer een einde. Aan deeltijd niet.

Nederlandse mannen en vrouwen werken het minste aantal uren van alle Europeanen. Mannen halen gemiddeld nog geen veertig uur per week, vrouwen blijven rond de 28 uur gemiddeld steken.

Talloze commissies en deskundigen roepen de bevolking op om meer te gaan werken. De kosten van de vergrijzing zullen anders niet meer op te brengen zijn, zegt bijvoorbeeld de commissie onder leiding van TNT-topman Peter Bakker, die verwacht dat de beroepsbevolking vanaf 2010 snel zal slinken. In sectoren als de zorg en het onderwijs lopen de tekorten aan personeel nu al schrikbarend op, als we de voorspellingen moeten geloven.

De roep om meer verlofmogelijkheden voor ouders –twee weken betaald vrij voor jonge vaders, de mogelijkheid om twee middagen thuis te zijn, zelfs als de kinderen al naar de middelbare school gaan– doet daarom de wenkbrauwen fronsen. Zijn we al niet te veel verwend met onze luxe werktijden? Kunnen wij het ons wel veroorloven om nog minder te werken?

Bij de werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB Nederland weten ze zeker van niet. „Je kunt het werken wel op allerlei manieren ’opleuken’, maar uiteindelijk worden we geconfronteerd met een chronisch gebrek aan denk- en werkkracht”, zegt VNO-woordvoerder Roelf van der Kooij. „Het wordt echt tijd dat met name politici zich dat eens realiseren voordat ze hun bedenksels bij het bedrijfsleven over de schutting gooien. Wij verbazen ons steeds vaker over de achteloosheid waarmee er op het Binnenhof plannetjes worden bedacht waarvan wordt aangenomen dat het bedrijfsleven ze wel uitvoert.” Volgens hem trekken verlofregelingen vooral op kleine bedrijven een zware wissel, omdat die met het plotseling afwezig zijn van een enkele werknemer al zwaar onthand kunnen zijn.

Wie een vergelijking maakt met de situatie in andere Europese landen ontdekt al snel dat Nederland uniek te noemen is. Het aantal mannen en vrouwen dat werkt is opvallend hoog –vooral het aantal werkende vrouwen scoort internationaal goed– maar ze werken veel vaker dan in andere landen in deeltijd. 66 procent van de Nederlandse vrouwen werkt; het Europese gemiddelde is 56 procent. Maar 61 procent van de Nederlandse werkende vrouwen werkt minder dan dertig uur per week. In andere landen is dat hooguit 39 procent. In Groot-Brittannië werkt bijna de helft van de werkende vrouwen meer dan 36 uur, in Duitsland zelfs tegen de 60 procent van de vrouwen.

Elk land heeft zijn eigen, vaak unieke wijzen gevonden om om te gaan met de combinatie van zorg en werken. In Nederland is deeltijdwerken de manier geworden, zegt Wil Portegijs, wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). „Het houdt vrouwen met kinderen op de arbeidsmarkt. Dat is gunstiger dan helemaal stoppen als er kinderen komen. En het maakt het mogelijk om thuis te zijn voor kinderen, ook als ze al op de middelbare school zitten.”

Want als we kijken naar de mogelijkheden om verlof te nemen, scoort Nederland slecht. Behalve zestien weken (betaald) zwangerschapsverlof en maximaal tien dagen zorgverlof (tegen 70 procent van het loon) bestaat alleen de mogelijkheid voor onbetaald ouderschapsverlof van dertien weken voor ieder kind onder de acht jaar. VNO-NCW en MKB Nederland vinden echter dat het aantal verlofregelingen in Nederland de pan uit rijst. „Waarom moet er nog meer verlof bij”, vraagt Van der Kooij, „terwijl de commissie-Bakker juist heeft geroepen ’let op uw saeck’? Het aantal verlofregelingen is al heel groot.”

Nochtans laat de vergelijking met andere landen een genuanceerder beeld zien. In Zweden krijgen ouders per gezin 480 vrije dagen per kind, in Denemarken 32 weken. Vaderschapsverlof van twee weken of meer is in heel Scandinavië betaald, zorgverlof bedraagt in Zweden maximaal zestig dagen per jaar.

Scandinavië wordt altijd als voorbeeld genomen. Maar ook de andere Europese landen kennen betere verlofregelingen dan Nederland. Franse, Belgische en Britse vaders krijgen veertien dagen verlof. Ook zorgverlof en ouderschapsverlof is er ruim geregeld, hoewel niet altijd volledig betaald. Qua kinderopvangregelingen scoort Nederland gemiddeld, maar deeltijdwerk is hier het beste geregeld van heel Europa en komt dus ook het meeste voor.

Veel deeltijdwerk, weinig verlof: werken we nu te veel of te weinig?

Dat verschilt per persoon, zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie aan de universiteit van Utrecht en directeur van het OSA Institute for Labour Studies in Tilburg. „De man werkt meestal te veel, de vrouw te weinig. Dat komt zo: zodra een kind wordt geboren, neemt de vrouw de bulk van de zorgtaken op zich. De man doet vrijwel niks thuis en gaat fulltime werken. In veel gevallen werkt hij veertig uur en zij twaalf of zestien. Dat maakt samen 52 uur per gezin. Als zij meer wil werken, moet ze grootouders inschakelen of een beroep doen op crèches. Maar die worden door veel ouders te slecht bevonden.

„Als hij nou een dag ging zorgen en minder ging werken, zou zij meer kunnen gaan werken. Je ziet dat dan vaak wordt gekozen voor 32 uur voor hem en 24 tot 28 uur voor haar. Dat maakt samen 60 uur, een winst van 10 procent of meer. Dat is precies wat we nodig hebben om de financiële consequenties van de vergrijzing op te vangen. Kortom, de vraag van de economie is betrekkelijk gemakkelijk op te lossen, mits we kiezen voor herverdeling van arbeid en zorg.”

Om deze reden is Schippers groot voorstander van betaald vaderschapsverlof. „Je geeft dan als samenleving het signaal dat vaders voor hun kinderen kunnen zorgen. Natuurlijk bereik je er niet in korte tijd een hele omwenteling mee, maar dit soort signalen zijn wel van belang om voor een geleidelijke verandering te zorgen. Twintig jaar geleden werd een vader op het schoolplein weggehoond. Nu wordt het steeds normaler dat de kinderen met een vader mee naar huis gaan om tussen de middag een boterham te eten. Zo’n kortdurend verlof als het vaderschapsverlof is een hele kleine investering. Als dat ertoe kan bijdragen dat vaders meer parttime gaan werken, is dat zeer de moeite waard.”

Een spierinkje uitgooien om een kabeljauw te vangen, noemt Schippers de verlofregelingen. Hoe beter de verlofmogelijkheden zijn, hoe meer gezinnen het zich kunnen veroorloven om tezamen meer uren te werken.

Een groot voordeel van verlofregelingen boven deeltijd is bovendien dat het verlof vanzelf weer ophoudt, zegt Portegijs van het SCP. „Het grote probleem van deeltijd is dat daar geen natuurlijk einde aanzit. Als de kinderen groot zijn, blijven de vrouwen in deeltijd werken. Na een periode van verlof ga je terug naar je normale aantal uren, maar bij deeltijd zijn dat al de normale werktijden. Er is geen duidelijke aanleiding om die te veranderen.”

In de Scandinavische landen, waar een ouder rustig het eerste jaar voor het kind kan zorgen en er daarna goede crèches voor handen zijn, gaan mensen gemakkelijk weer fulltime werken. Of dat ook in Nederland zo zou uitpakken, is nog maar de vraag.

Aan de zijde van de werkgevers gelooft men bovendien niet in deze afweging. „In de eerste plaats werkt slechts een deel van de werkende bevolking in deeltijd, terwijl de verlofregelingen gelden voor iederéén die ervoor in aanmerking komt”, zegt van der Kooij.

„Voor bedrijven levert het hoe dan ook extra moeilijkheden op. Hoe je het ook wendt of keert: met vaderschapsverlof is het bedrijfsleven bij elke geboorte niet één, maar twee arbeidskrachten kwijt. Dat de vrouw die tijd nodig heeft is heel logisch en goed, maar waarom zou je het voor de man apart willen regelen? Vergeet niet dat daar een groot prijskaartje aan hangt.”

Geld is inderdaad een belangrijk argument voor het bedrijfsleven om tegen te zijn. GroenLinks schat de kosten voor een vaderschapsregeling op 165 miljoen euro per jaar. VNO en MKB denken dat het bedrijven eerder 200 miljoen euro gaat kosten, en dat zijn dan alleen de kosten van een werknemer die niet aanwezig is, maar van wie het loon wel moet worden doorbetaald.

„Tel je de andere factoren –zoals productieverlies en vervanging– erbij op, dan kom je al gauw uit op een half miljard”, zegt Van der Kooij. „Er wordt ook wel geopperd om de kosten niet rechtstreeks af te wentelen op de werkgever, maar ze te dragen via de verzekering. Dat noemt men in Nederland dan ’gratis’, maar dat is natuurlijk onzin; de samenleving moet het gewoon opbrengen.”

Dat de Nederlandse werknemer inmiddels gewend is geraakt aan werken in deeltijd, blijkt wel uit het feit dat ook jongeren zonder familiale verplichtingen er geregeld voor kiezen om geen voltijdsbaan te nemen. Onder werkende ouders speelt echter ook mee dat ze vaak nog negatief denken over kinderopvang; ze geven de zorg en aandacht voor hun kinderen liever zelf.

Ook daar zou je in moeten investeren, meent Schippers. „Als ouders zouden weten dat de kinderopvang minstens zo goed was als wat ze hun kind zelf kunnen bieden, zouden ze er vaker voor kiezen. De kinderopvang is hier een soort bewaarschool in plaats van een plek waar ze wat leren, zoals omgaan met andere kinderen, voedingsgewoonten, beweging, Nederlands spreken.”

Of we daarom meteen enorm moeten investeren in kinderopvang en verlof is nog maar de vraag. Emeritus hoogleraar sociologie Anneke van Doorne-Huiskes waarschuwt ervoor dat werknemers met kinderen niet onaantrekkelijk moeten worden. „Daarom aarzel ik over wie het vaderschapsverlof zou moeten betalen. Ik zou de werkgevers niet alles laten betalen. Laten vaders daar zelf ook maar wat vrije dagen voor opnemen.”

Ook het idee voor een zogenoemd brugklasverlof doet Van Doorne-Huiskes aarzelen. „Tja, waar is het einde dan? Ik zou er geen algemeen recht van maken. Ik wil werkgevers daar niet te veel mee confronteren. De commissie-Bakker spreekt wel erg opgewekt over de stand van de economie in 2010. Maar als dat slechter uitpakt, is de positie van werknemers minder sterk.”

Tot nu toe is deeltijd de oplossing die vrouwen kiezen om voor hun kind te kunnen zorgen. In onderzoeken geven mannen aan wel in deeltijd te willen werken, maar dat mag vaak niet van de baas. Zowel Schippers als Portegijs vraagt zich af of mannen hier wel helemaal oprecht zijn. Portegijs: „Maar mannen werken in andere sectoren dan vrouwen. Het klopt wel dat die minder geneigd zijn deeltijd toe te staan dan de typische vrouwensectoren als de zorg en het onderwijs.”

Toch is de verwachting dat meer mannen om deeltijd zullen vragen. Schippers: „Deeltijd werken is voor jongeren gewoon. Ze willen relaxed leven. Jonge vaders met een schaars talent eisen straks hun vaderschapsverlof én parttime-werktijden.

„Je zult zien dat alleen rijke bedrijven daaraan tegemoet kunnen komen. Daarom zouden werkgeversorganisaties en de VVD, die toch opkomt voor werkgeversbelangen, nu al collectieve regelingen voor verlof moeten eisen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden