Expressieve portretten van steden waarin geen mensen nodig zijn

De Utrechtse kunstenaar Jeroen Hermkens was in New York voor een presentatie van zijn werk op een grafiekbeurs, toen hij werd teruggeroepen naar Nederland. Hij was gekozen tot ’Kunstenaar van het jaar 2006’. Hermkens was net op tijd terug om ’nog helemaal dizzy van de reis’ de prijs in ontvangst te nemen: 10.000 euro en een reisbeurs van 3000 euro. Zijn uitverkiezing was een grote verrassing, omdat hij niet genomineerd was door het panel van 200 kunstkenners. Dankzij een groot aantal stemmen van het publiek, dat ook enkele kunstenaars mocht voordragen buiten de vakjury om, kwam hij in de finale. Samen met Marlene Dumas, Gerti Bierenbroodspot, Henk Helmantel, Armando, Erwin Olaf, Ronald Zuurmond en Barend Blankert.

De lithograaf en schilder Jeroen Hermkens (1960, Sint Anthonis) kan zich voorstellen dat niet iedereen deze verkiezing serieus neemt, omdat alle kunstenaars op één hoop worden gegooid. De precieze stillevens van Henk Helmantel, die tweede werd met een verschil van 365 stemmen – in totaal werden 30.000 stemmen uitgebracht – zijn van een heel andere orde dan de expressieve ’stadsportretten’ van Jeroen Hermkens. Maar dat neemt niet weg, zegt de winnaar, dat kennelijk veel mensen zijn werk kennen en waarderen. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat hij veel litho’s maakt die in grote aantallen kunnen worden gedrukt en daardoor betaalbaar en bereikbaar zijn voor een breed publiek. „Ik heb ook altijd de prijs laag gehouden, zo rond de 450 euro, omdat ik liever mijn werk aan de muur zie bij zoveel mogelijk mensen, dan dat het niet verkocht wordt.”

Dat klinkt behoorlijk commercieel, maar dat is nooit het motief geweest, benadrukt hij, om zich op de kunstacademie te richten op de lithografie. „De techniek sprak me aan en ik heb toen nooit gedacht dat ik later gemakkelijker een litho zou kunnen verkopen dan een schilderij. Sterker nog, in die tijd, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, was de lithografie helemaal niet in trek. Net zo min als de figuratieve kunst, waar ik op de academie al een sterke voorkeur voor had. Ik werd op de kunstacademie als een reactionair gezien, maar daar heb ik me nooit iets van aangetrokken.” Om zich verder te bekwamen in de lithografie volgde Hermkens na de kunstacademie een opleiding aan het Atelier lithografique Champfleury in Parijs. In 1996 kreeg hij voor zijn grote litho’s de Nederlandse Grafiekprijs.

Hermkens kan al jaren leven van zijn werk, dat voornamelijk bestaat uit stadsgezichten, al spreekt hij zelf liever van ’stadsportretten’. „Bij stadsgezichten denk ik meer aan ansichtkaarten die de werkelijkheid weergeven. Maar ik vind mijn eigen beleving en interpretatie veel belangrijker dan de werkelijkheid. Je moet aan mijn litho’s of schilderijen ook kunnen afzien of het er bijvoorbeeld stinkt.”

Zijn obsessie met steden - en dan met name de randen ervan en de ’slijtplekken’ – is geleidelijk aan ontstaan. „Ik reis veel en bezoek het liefst steden. Ik laat me verrassen, stap in Istanboel in de tram en besluit dan bijvoorbeeld om bij de zesde halte uit te stappen en dan maar te zien waar ik terechtkom. Al lopend kom ik vanzelf op plekken die me iets zeggen. Daar maak ik dan schetsen van, nooit foto’s, want het gaat me niet om de werkelijkheid maar om mijn eigen beleving. Op basis van de schetsen besluit ik of ik er een litho of schilderij van maak. Meestal maak ik wel 30, 40 schetsen. In het begin gebruikte ik er daar hooguit twee of drie van, maar tegenwoordig leidt de helft van de schetsen wel tot een litho of schilderij.”

New York, Sjanghai, Jemen, Parijs, tientallen steden heeft hij al bezocht, maar ook in Nederland raakt hij nooit uitgekeken. Oude steden hebben zijn voorkeur, evenals industriële monumenten als oude spoorbruggen, leegstaande fabrieken en verlaten steengroeves. Maar ook nieuwbouwwijken mijdt hij niet. „Ook die inspireren me. Zo heb ik een fel blauw schilderij gemaakt van zo’n moderne wijk in Amersfoort, omdat de architectuur me zo deed denken aan felgekleurde legosteentjes.”

Mensen ontbreken in zijn werk, omdat die volgens hem afbreuk doen aan de zeggingskracht ervan. „Een stad wordt in honderden jaren gebouwd, daar zitten de mensen al in, hoe ze leven en wie ze zijn. Als ik dan nog eens een vrouw ga tekenen die met een stokbrood in de hand de straat oversteekt, wordt het al gauw anekdotisch.” Typerend voor zijn werk zijn de heldere kleuren, krachtige vegen en de stoere, haast ruige zeggingskracht. Vooral dat laatste is belangrijk, zegt Hermkens, die grote bewondering heeft voor het expressieve werk van Munch en Kirchner. Maar ook de abstracte schilderijen van Willem de Kooning vindt hij inspirerend, al zal hij zichzelf nooit op het abstracte pad wagen. „Je weet het natuurlijk nooit, maar voor mij zou dat heel erg gezocht zijn, een maniertje om mezelf te vernieuwen, terwijl ik me nog volop kan vernieuwen in wat ik nu doe.” Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit uitgekeken raak op het fenomeen stad, al ga ik misschien ook nog wel eens mensen schilderen. Maar aan levensechte portretten moet je dan ook niet denken. Dat is ook de reden dat ik nu altijd nee zeg, als mensen me vragen of ik hen wil schilderen. Dan verwachten ze toch een realistisch portret, terwijl het net als bij het afbeelden van steden gaat om mijn beleving, mijn interpretatie, mijn gevoel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden