expositie

'Kinderschoenen', Tentoonstelling jeugdwerk van 15 Nederlandse striptekenaars, t/m 11 maart in de Groningse Oosterpoort, di-vr 10-17 uur, za en zo 13-17 uur.

Dat is de kern van het 'Masterplan' voor het Nederlands Stripmuseum, dat bij de opening van de tentoonstelling 'Kinderschoenen' werd bekendgemaakt. Die titel 'Kinderschoenen' is meervoudig duidbaar: hij verwijst naar de staat waarin het Stripmuseum zich momenteel bevindt en naar de penneprobeersels en studietekeningen van 15 Nederlandse striptekenaars, die nu in De Oosterpoort te zien zijn.

En dan is er nog een derde Droste-cacao-effect: tentoonstellingsinrichter Elske Hiddema selecteerde uit de kinderstripprijsvraag die de VPRO-gids eerder uitschreef tientallen letterlijke kinderschoenentekeningen. Ze variëren van vanzelfsprekend naïef via kopistisch tot eigenzinnig abstract.

Precies zoals bij de 15 - nu gevierde tekenaars zelf, met de oudste tekenaar Frans Piët (Sjors & Sjimmie, ooit: Wo-wang en Simmie) voorop. Voordat Piët in het tijdschrift 'De Humorist' moppen ging tekenen wilde hij architect worden.

Via Pieter Kuhn (Kapitein Rob) en Marten Toonder voert de tentoonstelling langs het jeugdwerk van Jean Dulieu, die nogal met de geboorte van zijn Paulus geworsteld moet hebben, getuige de tientallen minuscule boskabouters. Uit al die bebaarde en kalende bosmennekes koos Dulieu's vrouw uiteindelijk trefzeker De Paulus. Strips van anderen las hij niet of zelden: “Ik wilde niet beïnvloed worden. Als je zelf al zoveel gemaakt heb en je leest werk van iemand anders... Dan weet je niet meer wat van jezelf is en wat van een ander. Het werk van Marten Toonder bijvoorbeeld leerde ik pas kennen toen ik er zelf mee ophield.”

Ronduit vertederend is het prille werk van Peter van Straaten, wiens trefzekere hand al vroeg herkenbaar is. Van Straaten hield al vroeg dag- en schetsboeken bij, waarin hij over de stand der natuur of een jongensvakantie in Giethoorn berichtte: 'De lente nadert', 'Het had gesneeuwd vannacht maar het dooide als de pest'.

Het vroege werk van Jaap Vegter (Vrij Nederland) toont een omgekeerd evenredige ontwikkeling: daar waar de meeste tekenaars al schetsend steeds strakker werden - met Martin Lodedwijk, Joost Swarte en Theo van den Boogaard als uitersten - begon Vegter klaarblijkelijk realistisch-strak om met z'n huidige VN-figuren in een fragiel-impressionistische beeldtaal te belanden. In tegenstelling tot Dulieu was Vegter al vroeg op de hoogte van courante klassiekers: “Toen ik een jaar of tien was kende ik de strips van Marten Toonder uit mijn hoofd en speelde ze na. Mijn oudere broer had de rol van Terpen Tijn, zelf was ik heer Bommel en mijn kleine broertje speelde Tom Poes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden