expositie

T/m 7 januari, Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht, di t/m za 10 tot 17 uur, zon- en feestdagen 12 tot 17 uur.

De Madonna met kind in de kapel van het Centraal Museum krijgt het wel voor haar kiezen sinds het aantreden van Sjarel Ex als directeur van het museum in 1989. In de afgelopen jaren heeft voor haar neus al een Palestijnse autogarage inclusief aftandse Peugeot gestaan (een kerststal van Seymour Likely), hing boven haar hoofd een zuurstokkleurig altaarstuk van de moderne consumptiemaatschappij (Alexander Schabracq) en werd haar uitzicht ontnomen door een sacraal portaal van schroot (René van der Wiel).

Nu is het een bouwsel met zes verbrandingsmotoren die de Heilige Moeder met haar boreling op gezette tijden in de uitlaatgassen zet. Verantwoordelijk hiervoor zijn Toni Reichart en Hans Overberg, gezamenlijk het duo Overart.

Het werk van Overart is een soort pastiche van de geïndustrialiseerde maatschappij. De zes motoren zijn aan elkaar gekoppeld en houden elkaar draaiende. Het is de wereld samengevat in een monstrueuze machine. Waar kunstenaars als de Fransman Tinguely nog de romantiek van het mechaniek lieten zien, presenteert Overart een giga-milieuvervuiler. Voorlopig mag hij van de brandweer ook niet draaien, omdat de koolmonoxide-uitstoot te hoog is. Aan de oplossing wordt driftig gewerkt om het apparaat nog tijdens de tentoonstelling draaiende te krijgen.

De installatie van Overart is de meest extreme van alle deelnemers aan de Salon. Dwalend door de ontmantelde zalen van het Centraal Museum (de hele collectie is uit de oudbouw gehaald in afwachting van een ingrijpende verbouwing) doemt geleidelijk aan het beeld op van kunstenaars die hun best doen de realiteit van het leven te grijpen, zonder confronterende statements te doen of stoten onder de gordel te geven. Op een milde manier wordt de bezoeker een spiegel voorgehouden.

Wat daarnaast opvalt, is de vrijwel volledige afwezigheid van abstractie. Er zijn wel geabstraheerde werken, maar altijd met een figuratieve ondertoon. Frank Halmans bijvoorbeeld plaatste drie witte wanden in een van de stijlkamers; een conceptuele ruimte in een decoratieve ruimte. Bij nader kijken blijken de witte wanden echter afgietsels van plafonds. De wereld is door Halmans dus een kwartslag gedraaid, als een perspectivische anekdote.

In de 'non-figuratieve' hoek wordt verder veel gewerkt met abstracties van het menselijk lichaam. Rosan Bosch, Tanja Smeets en Anna Frydman houden zich allemaal bezig met deze organische beeldtaal. De invloed van Louise Bourgeois, de Amerikaanse grande dame van de lichaams-gerelateerde kunst, is in dit werk onmiskenbaar aanwezig.

Boven alles wordt er echter geschilderd in Utrecht en bij voorkeur figuratief tot hyper-realistisch. Binnen het figuratieve genre zijn het portret en het figuurstuk zeer populair. Frans Franciscus is een van de sterren. Zijn absurdistische realisme is onderhoudend en frivool, met een lichte knipoog richting het leven.

Jacobien de Rooij, ook al jaren behorend bij de gevestigde Utrechtse orde, is van het maken van louter landschappen (vooral bostaferelen) overgestapt op paarden in een vennenlandschap. De anatomie van de beesten is nog niet helemaal optimaal, maar de spanningsboog in haar panoramische tekeningen wordt er niet minder om. Verderop in het museum komt overigens de geest van de 'oude' Jacobien de Rooij weer terug in de zwart-wit bosgezichten van Frans Hofmeester.

Melancholiek

Een opvallende debutant is Bert Brouwer. Op forse doeken schildert hij kopieën van oude gravures. Of zijn ze zelf verzonnen? Een sfeer van mythen en sagen, inclusief alle dramatiek die bij goeie verhalen hoort, kleurt dit werk melancholiek in. De simpele methodiek zorgt voor een maximum aan effect.

Sterk zijn ook de niet minder melancholieke interieurs in zwarte inkt van John Sikking. Het zijn van die ondoorgrondelijke werken waarin je heerlijk kunt ronddwalen, zonder te weten waar je werkelijk bent.

De afdeling vormgeving is kwantitatief mager bezet. Slechts een grafische vormgever, een industrieel ontwerper en een schoenenontwerpster hebben een plaats bij het selecte gezelschap verworven. De eerste, Peter Jonker, haalt al zijn grafische trucs uit de kast om de uitnodigingen van galerie Kiem een speels en opvallend uiterlijk te geven. De tweede, René Veenhuizen, geeft een eigen draai aan meubels en keukenmeubilair. Vooral een langwerpig rechthoekig aanrecht valt op. De stenen bovenkant loopt naar de linkerbovenhoek schuin af, zodat de werkplank geruisloos overgaat in gootsteen. Liesel Swart tenslotte bouwt uit kralen kleurrijke extravagante schoenen op.

Het letterlijke hoogtepunt van de tentoonstelling is het werk van Anne-Marie van Sprang. Op de bovenste verdieping moet je eerst een wc in, vervolgens een deurtje door, daarna een houten draaitrap op en je staat in de nok van een torentje. Daar duiken op onverwachte plaatsen poppetjes en objectjes van was op. Ze zijn een poëtisch accent in een Salon die de schone schijn van het leven hoog in het vaandel heeft staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden