expositie

'De bakermat van de moderne houtsnede', t/m 24 januari in het van Reekummuseum, Churchillplein 2, Apeldoorn. Open di t/m za 10-17u, zo en 26 dec. 13-17u, 24 en 31 dec 10-16u. 25 dec en 1 jan gesloten. Catalogus f 47,50.

'Jugendstil en Art Nouveau-houtsnedes' klinkt nogal chique als ondertitel van een tentoonstelling met in meerderheid volksprenten, herkenbaar uit de boeken en de kalenders van moeder of oma. Bij de houtsnedes van rond 1900 ging het duidelijk niet om grootse en interessante onderwerpen, maar om de nieuwe manier waarop gewone huis -, tuin - en keukenthema's in beeld werden gebracht. Het zijn kunstig gesneden landschapjes, vogels, bloemen en portretten.

Toch vormen deze prenten in kleur en zwart-wit letterlijk de bakermat van de moderne houtsnede. Rond de eeuwwisseling was de volksprent een belangrijke verspreider van opvattingen over moderne kunst. De houtsnede vormde al eeuwen het volksmedium bij uitstek, maar in plaats van goedkope kopieen van bestaande kunstwerken die door houtsnijders werden gereproduceerd, waren de moderne houtsnedes van rond de eeuwwisseling zelfstandige, door kunstenaars ontworpen prenten.

In Frankrijk pionierden onder meer Felix Valotton, Albert Marquet en Maurice Denis met de techniek van het houtsnijden, in Duitsland Peter Behrens (beroemd als modern vormgever en architect) en in Nederland K.P.C. de Bazel, J.L.M. Lauweriks, Antoon Derkinderen, Jan Mankes en Chris Lebeau. Daarnaast maakte een groot aantal onbekende ontwerpers houtsnedes.

Sinds de Britten William Morris en John Ruskin met hun Arts & Craftsbeweging internationaal de belangstelling van kunstenaars hadden gewekt voor toegepaste kunst, traditionele ambachten en - technieken, raakte het maken van houtsnedes in de tweede helft van de negentiende eeuw opnieuw in zwang. De populariteit van Japanse kleurhoutsnedes - geliefd vanwege hun kleuren, hun mate van abstractie en hun voor de Westerse kunst originele gezichtspunten en composities - droeg hier zeker aan bij.

Het medium werd door kunstenaaars gekozen vanwege de artistieke mogelijkheden, maar ook om een breed publiek met kunst in aanraking te brengen. Dat kon via boekomslagen, affiches, illustraties en ander drukwerk. Als Jan-met-de-pet en de burger die normaal niet veel met kunst te maken had, toch een plaatje aan de muur hing, dan moest het liefst een mooi en verantwoord plaatje zijn. Veel van de prenten op de tentoonstelling waren als kunstzinnige kalenderbladen fraai genoeg om na gebruik in te lijsten, wat ook op grote schaal gebeurde.

Vlooienmarkten

Hans en Franz Joseph van der Grinten, de bruikleengevers van deze tentoonstelling, verworven hun enorme kunstcollectie op een vergelijkbare manier: door 'mooie plaatjes' te kijken en te kopen. Sinds Hans van der Grinten in 1946 op 17jarige leeftijd zijn eerste blad grafiek (een litho van Kathe Kollwitz) kocht en zijn broer in 1951 besloot ook te gaan verzamelen, schuimden ze vlooienmarkten af op zoek naar interessante kunst.

Altijd ging het hen in eerste instantie om de voorstelling, of die nu door een bekende kunstenaar was gemaakt of niet. Zo deden ze spectaculaire aankopen als een Bart van der Leck voor een tientje en bezitten ze door hun vriendschap met Joseph Beuys nu de grootste collectie van diens werk ter wereld. Ze kochten echter ook veel werk van anonieme of onbekende kunstenaars.

Momenteel bevat de vermaarde collectie Van der Grinten waarschijnlijk zo'n 40.000 bladen grafiek, waarvan het Van Reekummuseum in 1988-89 de houtsneden van het Duitse expressionisme toonde. De uitgebreide catalogus bij deze tentoonstelling dient tegelijk als bestandscatalogus van de collectie Jugendstil en Art nouveau-grafiek van de verzameling Van der Grinten.

De expositie is een soort open plaatjesboek aan de wand. Doordat er zoveel prenten van onbekende kunstenaars bij zijn, komen de afbeeldingen zelf op de eerste plaats en niet de reputatie van de maker. De veelheid is overstelpend, maar tussen alle virtuoos gesneden huisjes, bloemenvazen en kippetjes, schemert ook iets door van de functie van deze prenten bij de overgang van oude naar moderne kunst.

De onderwerpen mogen dan ouderwets zijn, in de manier van weergeven werden volledig nieuwe oplossingen gevonden voor composities, licht-donkerverdeling en lijnvoering. Bij een houtsnede bestaat de afbeelding volledig uit lijnen en vlakken en is dus in technisch opzicht al abstracter dan een schilderij. Logisch dat deze techniek voor kunstenaars interessant was in een periode waarin ze bezig waren steeds meer te abstraheren in plaats van een fotografische afbeelding van de werkelijkheid te maken. Op die manier konden ze wat ze wilden laten zien duidelijker maken dan door de hele rommelige realiteit af te beelden.

Duur geworden

De meeste prenten doen het nog altijd beter als illustratie dan als zelfstandig kunstwerk, wat een aantal geexposeerde boeken laat zien. Maar dat was ook de bedoeling: kunst voor de gewone man. Jammer dat die versmelting van kunst en ambacht tegenwoordig zo duur en daardoor elitair is geworden. Mensen zijn nog altijd dol op mooie plaatjes. Alleen bij sommige kinderboeken en strips vormen tekst, illustraties en belettering nog een betaalbare eenheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden