Expositie van 1001 sprookjes

De tentoonstelling van 1001 Inventions, te zien in het oude postkantoor van Rotterdam. Rechts boven Ibn Firnas, de vliegende man.Beeld Ed Thompson

De tentoonstelling '1001 inventions' over de moslimbeschaving tussen de 7de en 17de eeuw wemelt van de fouten, zeggen drie wetenschappers. Ze geven wat voorbeelden.

Geen 'duistere tijden' maar 'gouden tijden': zo moet je de moslimbeschaving tussen de 7de en 17de eeuw noemen, aldus de tentoonstelling '1001 inventions'. De wetenschappelijke prestaties uit dit tijdperk zijn volgens de organisatoren grotendeels vergeten of genegeerd. De tentoonstelling toert de wereld rond om die over het voetlicht te brengen. Nu is hij te zien in Rotterdam.

Het doel is niet alleen een lacune in onze kijk op het verleden aan te vullen. Door te laten zien hoe geleerden uit islamitische samenlevingen hebben bijgedragen aan de wetenschap wil de organisatie de voedingsbodem voor anti-westerse gevoelens onder moslimjongeren wegnemen, vertelde initiator Salim Al-Hassani, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Manchester in een interview met NRC Handelsblad.

Mythen
Voor dat nobele doel wordt de historische werkelijkheid geweld aangedaan, stelt historica Sonja Brentjes, gespecialiseerd in de geschiedenis van wetenschappen in islamitische samenlevingen en verbonden aan het Max Planck Instituut voor Wetenschapsgeschiedenis in Berlijn. "Deze tentoonstelling wemelt van de fouten." Met collega-wetenschappers van over de hele wereld werkt ze aan een boek dat de mythen uit de tentoonstelling moet bestrijden. Ze vervolgt: "Dat moslimwetenschappers hebben bijgedragen aan wetenschap, is een feit, en het is goed om daar meer aandacht op te vestigen. Maar ze verdienen ons respect voor het werk dat zij deden, niet voor sprookjes over wat ze niet deden."

Het is vooral het gebrek aan een heldere definitie van 'wetenschap' waar zij zich aan stoort. Er wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen moderne en Middeleeuwse wetenschap, aldus Brentjes: "In de 19de en 20ste eeuw is een diepe breuk ontstaan met eerdere wetenschap, filosofie, geschiedenis, geografie, geneeskunde en technologie. Die veranderingen ontkennen of bagatelliseren is geschiedvervalsing."

Historicus Rainer Brömer, deskundige op het gebied van islamitische geneeskunde, ondersschrijft dit bezwaar. "Bezoekers krijgen een lange rij losstaande 'feiten' te zien, maar historische verbanden worden niet of nauwelijks uitgediept. Men suggereert dat de islam de wetenschap heeft aangewakkerd, maar dat kun je niet zomaar zeggen. Dat hele wij-waren-eerst-narratief klopt niet." Enkele voorbeelden:

1. Twee vliegende mannen
Hoog boven in de tentoonstelling zweeft een pop van Ibn Firnas. Deze 9de eeuwse Andalusiër zou de eerste vliegmachine hebben gebouwd. "Telkens als je een vliegtuig ziet, denk aan Ibn Firnas", zegt acteur Ben Kingsley in het introductiefilmpje van de tentoonstelling.

Volgens Brentjes kun je op basis van de historische bronnen niet zeggen dat hij een vliegmachine heeft gebouwd. "De naam van Ibn Firnas en zijn poging 'te vliegen als een vogel' komt voor in een 9de-eeuws gedicht van een tijdgenoot. Daarin prijst en bespot de dichter hem. Later duikt zijn naam nog twee keer op in een boek, in de 10de en 17de eeuw. Maar dat waren geen ooggetuigen, de beschrijvingen zijn maar kort, ze spreken elkaar tegen, en hun bronnen zijn vaag."

In de tentoonstelling komt nog zo'n vliegende man voor, Hezarfen Ahmed Celebi, een Ottomaan die in de 17de eeuw van de Galatatoren in Istanbul zou zijn afgevlogen. Met arendsveren aan zijn vleugels geplakt, zo de Bosporus over. "Ook als je dit opvat als een zweefvlucht, kom je er niet uit", zegt Taner Edis, als natuurkundige verbonden aan de Truman State University in de VS. "Een volle vlucht over de Bosporus? Iedereen die daar wel eens is geweest, weet dat je dat niet in je hoofd zou halen. Dat kun je met je blote ogen zien. Daar heb je niet eens een rekenmachine voor nodig."

Beeld Ed Thompson

2. Ontdekking van de bloedsomloop
"In de 13de eeuw legde Ibn al-Nafis de kleine bloedsomloop uit, om precies te zijn het systeem van de zuurstoftoevoer van zuurstofarm bloed door de longen." Zo is te lezen in het tentoonstellingsboek '1001 inventions'.

"Dit kan niet kloppen", zegt Rainer Brömer. Niet alleen omdat het concept 'zuurstof' pas vijf eeuwen later is ontdekt. Brömer: "Ibn al-Nafis ging er, net als zijn tijdgenoten, van uit dat het bloed eenrichtingsverkeer had. In zijn werk komt het woord 'circulatie' niet voor. Hij suggereerde wel dat het bloed door de longen heen liep, maar dat was om - vrij vertaald - het bloed te filteren zodat het geschikt werd om er de zeer fijne substantie van de ziel mee te brouwen."

Je kunt het werk van Ibn al-Nafis niet zien als anatomisch onderzoek, zegt Brömer. "Het ontleden van mens en dier verwerpt hij ten stelligste in zijn nagebleven geschriften. Zijn theorie is gebaseerd op theologische speculatie over de natuur van de ziel."

Steen des aanstoots is ook een tekening van de bloedsomloop, zoals die in hedendaagse biologieboeken wordt afgebeeld. Die staat in het hoofdstuk over Ibn al-Nafis. Zo wordt gesuggereerd, zegt Broemer, dat Ibn al-Nafis' theorie van de bloedsomloop identiek was aan de moderne, terwijl er geen enkele overeenkomst was."

Voor Emilie Savage-Smith was deze onjuiste voorstelling van zaken de druppel. Zij is hoogleraar 'Geschiedenis van islamitische wetenschap' aan Oxford University en adviseerde de tentoonstellingsmakers, maar er werd niet naar haar geluisterd. Toen ze deze afbeelding niet kon tegenhouden was dat voor haar reden om onmiddellijk haar medewerking te stoppen.

3. De eerste camera
De 10de-eeuwse Ibn Al-Haytham (ook bekend als Alhazen) zou hebben ontdekt hoe het oog werkt, en de weg hebben geëffend voor moderne camera's. Als een van de kinderen in het introductiefilmpje zijn smartphone pakt om een foto te maken, doemt de gestalte van Ibn Al-Haytham op. Zonder hem, is de boodschap, had die jongen dat niet kunnen doen.

Dat is nog maar de vraag. "Ibn Al-Haytham was een briljante geleerde die inderdaad een nieuwe manier bedacht om het licht te begrijpen", zegt Brentjes. "Maar van zijn tijd naar vandaag is een lange weg. Moderne optica is niet gelijk te schakelen met die van hem. Een smartphone bevat veel nieuwe inzichten en uitvindingen van na zijn tijd."

In het tentoonstellingsboek wordt een soort Newton-en-de-appel-verhaal verteld. Ibn Al-Haytham belandt in de gevangenis na een mislukte missie om de Nijl te reguleren. In de muur zit een gaatje waardoor licht valt in de donkere cel. Zo kwam hij op het idee van de camera obscura. Volgens Brentjes en Edis was het concept van de camera obscura al veel langer bekend in verschillende culturen. "Ibn-Haytham vond het principe niet uit en hij ontwikkelde dat ook niet tot een hoger niveau."

De tentoonstelling, zeggen zij, plaatst hem in een 'vacuüm'. De moslimgeleerde zou de eerste zijn geweest die de theorieën van de Grieken 'volledig' verwierp. Maar zo radicaal was de breuk niet, aldus Edis en Brentjes: Al-Haytham was juist in grote mate schatplichtig aan het werk van met name Aristoteles, Euclides en Ptolemeüs.

4. De eerste klok
De grote zaal van de tentoonstelling wordt gedomineerd door een vier meter hoge Olifantenklok. Nagemaakt van een schets uit het 'Boek van kennis van ingenieuze mechanische apparaten', van de 12e-eeuwse geleerde Al-Jazari. Hij speelt een glansrol in de tentoonstelling.

Deze uitvinder van de krukas stelde zijn enorme klok, die werkt op water, samen uit elementen afkomstig uit alle hoeken van de wereld - een phoenix uit Egypte, een tapijt uit Perzië, draken uit China. Want, legt het tentoonstellingsboek uit, het apparaat was bedoeld als een ode aan de multiculturele samenleving. Al-Jazari wilde 'de diversiteit van de mensheid' en de 'universele natuur van de islam' vieren. Die opvatting is nergens op gebaseerd en anachronistisch, oordelen Brentjes en Edis. En Al-Jazari was niet de eerste die een waterklok bedacht, al bracht hij enkele vernieuwingen aan. Dat hij hiermee aan de wieg zou staan van moderne klokken is onzin, aldus Brentjes. "Moderne klokken gebruiken een heel andere technologie en wetenschappelijke kennis."

5. De vrouw als wetenschapper
Je maakt in de tentoonstelling kennis met een van de eerste vrouwelijke wetenschappers: de 10de-eeuwse astronome Maryam uit Syrië. Over haar vader, de astronoom IJlija al-Astrulabi, is een en ander bekend. Maar volgens Rainer Brömer hebben de tentoonstellingsmakers de naam 'Maryam' verzonnen. Brömer: "De enige historische bron die over haar bekend is, is een halve zin: '... en zijn dochter was ook bekend met de instrumenten'."

"Dat dit betekent dat zij zelf ook wetenschap bedreef, is zeer de vraag", zegt Brömer. "Dat weten we niet." Op meer plekken wordt de rol van moslimvrouwen in de wetenschapsgeschiedenis volgens hem overdreven. In het tentoonstellingsboek is bijvoorbeeld een gefingeerde 'historische' prent te zien van een wiskundewerkplaats, waar vrouwen zij aan zij werken met mannen. Uit historische bronnen blijkt nergens dat moslimvrouwen dergelijke taken verrichtten. Ook houden ze op de prent ganzenveren in hun handen, terwijl in moslimsbeschavingen met rietpennen werd geschreven.

Verweer
In oktober ging de Britse Foundation for Science, Technology and Civilisation, de organisator van '1001 inventions', in op de kritiek op de tentoonstelling.

Organisatoren

Achter '1001 inventions' staat de Britse Foundation for Science, Technology and Civilisation, een organisatie die zich volgens haar website ten doel stelt 'de culturele wortels van wetenschap' te verkennen ten behoeve van 'sociale cohesie' en 'interculturele waardering'. Directeur is Salim Al-Hassini. In 2006 organiseerde hij een kleinschalige tentoonstelling in Manchester, met geld van de Britse overheid. Enkele jaren later werd de Abdul Latif Jameel Foundation (ALJ) als sponsor bij de tentoonstelling betrokken. '1001 inventions' groeide en reisde de wereld over, onder andere naar New York en Istanbul. ALJ is een in Saoedi-Arabië gevestigd bedrijf, dat Toyota's distribueert in 13 landen. Daarnaast heeft het een internationale, filantropische 'Community Initiatives'-tak, waaruit de opbouw van de tentoonstelling '1001 inventions' die in Rotterdam te zien is, mede door is gefinancierd. De praktische organisatie van de tentoonstelling in Rotterdam is uitbesteed aan evenementenbureau OnéGo Events.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden